Groene waterstof vergt nog wat geduld

18 september 2020

Eind november opent de regering het subsidieloket voor de vernieuwde SDE+ regeling. Aan de SDE+, het vlaggenschip voor grootschalige hernieuwbare energieproductie, wordt ook het verbruik van duurzame energie toegevoegd. De omvorming naar deze SDE++ regeling gaat echter niet zonder slag of stoot. De bedoeling is namelijk om de CO2-uitstoot terug te dringen en dat wordt niet bereikt als elektriciteit die wordt gebruikt om bijvoorbeeld groene waterstof te maken, afkomstig is uit kolen- en gascentrales. Bij voorkeur wordt er voor waterstofproductie dus elektriciteit gebruikt op momenten dat de zon- en windenergie tegen de plinten klotst. De regering wilde dat bereiken door het aantal draaiuren die voor subsidie in aanmerking komen te beperken tot 2000 uur/jaar. Echter, momenteel is  het aandeel duurzame elektriciteit in de productiemix vrij beperkt, maar in de loop van dit decennium zal dat sterk stijgen. Het vaste aantal subsidiabele uren per jaar gedurende de looptijd van de subsidie, houdt daar onvoldoende rekening mee. De Europese Commissie ziet het voorstel van de regering daarom niet zitten. Om het doel van CO2-reductie te bereiken, wil de Commissie dat de subsidiabele uren gelijke tred houden met de  verduurzaming van de elektriciteitsproductie. Daardoor verschuiven inkomsten naar de toekomst, wat het aantrekkelijk maakt om nog even te wachten met investeren in elektrolyse.


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….