Het complete offshore windpark Borssele nadert voltooiing

30 november 2020

Begin deze eeuw was de Noordzee het toneel van chaotische taferelen bij de uitrol van windenergie. Projectontwikkelaars vochten elkaar de tent uit bij het verwerven van vergunningen, vergunningen die in bijna alle gevallen waardeloos waren, omdat er meestal geen subsidie kon worden verworven. Om deze verspilling van geld en menskracht te vermijden, gooide de Rijksoverheid het de afgelopen tien jaar over een andere boeg door gecoördineerd en planmatig kavels aan te bieden. Bijzonder aan die aanpak is de verdeling van werkzaamheden en risico’s die gericht is op het benutten van de sterke kanten van alle betrokken spelers. Zo komt het papierwerk vooral voor rekening van de overheid waarmee dubbel werk voor alle kandidaten voor de bouw en exploitatie van windparken voorkomen wordt. Ook de aanleg van de extreem dure kabel tussen offshore windpark en het landelijke net, wordt door het Rijk, in casu TenneT, geregeld. Maar de echte risico’s, die van de bouw en exploitatie van windturbines, die liggen bij de projectontwikkelaars.

Vooralsnog verloopt het proces van gecoördineerde uitrol bijzonder voorspoedig. Het Rijk heeft in 2016 in twee rondes windpark Borssele geveild, waarbij werd gemikt op minimaal 1400 MW. De eerste helft van dat park, is inmiddels formeel in gebruik genomen. Nagenoeg gelijktijdig maakte de ontwikkelaar van de tweede helft bekend, dat de laatste turbine inmiddels is geïnstalleerd. Na voltooiing en testen van deze turbines, levert het complete windpark Borssele pakweg 5% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik.


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….