Landschappelijke inpassing zonnepark moet afdwingbaar zijn

06 december 2019

Met grote regelmaat spreekt de Raad van State zich uit over bezwaren van omwonenden tegen zonneparken. Meestal verliezen de bezwaarmakers die procedures. Zo wordt bijvoorbeeld energieproductie niet aangemerkt als verstedelijking, waardoor bezwaren tegen het volbouwen van buitengebied bij voorbaat kansloos zijn. Dat geldt ook voor beroepen op de zonneladder en argumenten dat er nog zo veel daken leeg zijn. Zelfs als bezwaarmakers op punten gelijk krijgen, dan kan het park er meestal toch komen. Via de zogeheten bestuurlijke lus krijgt de vergunningverlenende gemeente dan de kans om geconstateerde procedurefouten alsnog te herstellen. Toch wil dat niet zeggen dat bezwaar maken bij voorbaat kansloos is. Inwoners van het Gelderse Eibergen hebben namelijk bij de Raad van State gelijk gekregen, omdat de afspraken tussen gemeente en projectontwikkelaar over de landschappelijke inpassing van een zonnepark, niet goed zijn vastgelegd.

Weliswaar bestaan er fraaie plannen voor struweelsingels en zelfs een moerasbos, maar die plannen maken geen onderdeel uit van de vergunning en plannen die wel bij de omgevingsvergunning horen zijn niet concreet genoeg. Als de projectontwikkelaar zich niet aan de toezeggingen houdt, dan hebben de omwonenden dus geen poot om op te staan. Voor de rechtbank was dat reden om de vergunning te vernietigen en die uitspraak blijft ook in hoger beroep in stand. Opmerkelijk aan de uitspraak is dat ook het verzoek van de projectontwikkelaar om de bestuurlijke lus toe te passen, is afgewezen. Immers, door het inpassingplan alsnog onderdeel te laten uitmaken van de vergunning, kan aan de formele bezwaren tegenmoet worden gekomen. Echter, de Raad van State wijst er op dat de rechtbank niet verplicht is om die lus aan te bieden.


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….