Mobiliteit is het echte klimaatzorgenkind

05 november 2019

Afgelopen vrijdag publiceerde de regering de Klimaat en Energie Verkenning 2019, een pakket rapporten en doorrekeningen van de energie en CO2-gevolgen van vastgesteld en voorgenomen beleid. Daarbij ging veel aandacht uit naar de zogeheten Urgenda-doelen, de reductie van de 25% CO2-uitstoot in 2020. Die doelen worden zeer waarschijnlijk niet gehaald, ondanks extra maatregelen, zoals 60 miljoen euro subsidie die de regering uittrekt voor warmtepompen. Ook de duurzame energie doelen uit het Klimaatakkoord 2013, 14% in 2020, 16% in 2023, worden waarschijnlijk niet gehaald, aldus de analyses.


De aandacht voor de cruciale korte termijndoelen, verhult enigszins dat klimaatbeleid ook, of juist vooral, een kwestie van lange adem is. Daarom zijn de analyses gericht op het jaar 2030, hoe ziet de energiewereld er dan uit? De rapporten laten zien dat vooral in de sector elektriciteit grote vooruitgang wordt geboekt. Ruim 70% van de opgewekte elektriciteit kwalificeert tegen die tijd als hernieuwbaar. Die vooruitgang staat helaas in schril contrast met de overige sectoren. Gebouwde omgeving, industrie en vooral mobiliteit slagen er slechts mondjesmaat in om de CO2-uitstoot terug te dringen en waar dat wel lukt, is dat vooral het gevolg van overstappen op elektriciteit.  Ronduit dramatisch is het beeld dat PBL schetst voor de sector mobiliteit (exclusief luchtvaart). Daar groeit het energieverbruik nog steeds fors. Volgend jaar is het aandeel duurzaam bij mobiliteit 17% maar tien jaar later is nog steeds 82,3% van het energieverbruik door auto’s en vrachtwagens fossiel. Ook bijzonder is dat voorgenomen beleid niet of nauwelijks invloed heeft op de mobiliteit-cijfers.



Voortgang verduurzaming (bron: Rijksoverheid)


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….