Gazprom Energy nieuwsbrief april 2017

10 april 2017

Gas systeembeheerders publiceren investeringsplan

ENTSOG, de Europese organisatie van samenwerkende gas systeembeheerders heeft het regionale investeringsplan voor Noordwest Europa gepubliceerd. Gecoördineerd door GTS, de Nederlandse TSO, worden in het plan ideeën uiteengezet om de gassector in Noordwest Europa een betekenisvolle rol in de energietransitie te laten spelen. Verder wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken met betrekking tot L-gas en ingegaan op marktontwikkelingen en verschuivingen in  vraag en aanbod van gas. Door de schematische en toegankelijke opzet van het rapport, zijn de ontwikkelen in de diverse landen goed te vergelijken. Ook geeft het rapport een overzicht van de nationale plannen voor investeringen in de gasinfrastructuur. Door de bundeling van nationale plannen in één hoofdstuk ontstaat een goed beeld van wat er in NW-Europa gaande is.

In het rapport wordt de belangrijke conclusie getrokken dat de L-gas voorziening over enkele jaren kritisch wordt. Na 2020 is het essentieel voor de voorzieningszekerheid dat België, Frankrijk en/of Duitsland, werk maken van het overstappen van L-gas naar H-gas en zelfs in dat geval blijven de resterende L-gas afnemers in die landen sterk afhankelijk van export vanuit Nederland. Die overstap heeft ook invloed op de Nederlandse investeringsplannen. Vorig jaar heeft EZ de voorgenomen investering in stikstofinjectie bij Zuidbroek uitgesteld.

Dit jaar moet bekeken worden of die investering echt nodig is. Die noodzaak lijkt te zijn afgenomen.

Door het lagere productieplafond voor Groningen blijft de mogelijkheid van het veld om snel veel extra gas te leveren langer in stand dan voorheen verwacht. Als daarnaast door de overstap op H-gas de export van L-gas daalt, dan redt Nederland het mogelijk met de huidige kwaliteitsconversie capaciteit.

EU verordening geharmoniseerde transporttarieven aardgastransmissienetten van kracht

Een geharmoniseerde Europese gasmarkt vereist geharmoniseerde tariefsystem voor de toegang tot de hogedruk transportnetten. Om dat te bereiken is een lange adem nodig en daar is de EU Commissie zich goed van bewust. Enkele jaren terug werden reeds entry-exit tariefsystemen verplicht en op 6 april 2017 werd verordening 2017/460 van kracht waarin verdere stappen op weg naar harmonisatie worden gezet. In het bijzonder beoogd de verordening om de transparantie van de tariefvorming te verbeteren. Dat hoeft echter niet van vandaag op morgen, maar in 2019 moeten wel flinke stappen worden gezet.

Een belangrijk element in de verordening is de erkenning dat gasopslagen bijdragen aan systeemflexibiliteit en leveringszekerheid. Dat moet gehonoreerd worden met minimaal 50% korting op de entry/exit tarieven, mede omdat alleen op die manier dubbel toerekenen van kosten wordt voorkomen. Nederland wilde lange tijd helemaal geen korting geven voor transport naar en van een opslaginstallatie omdat dat discriminerend is ten opzichte van andere netgebruikers. Uiteindelijk werd in de tarievencode (artikel 3.2.7.4) een korting van 25% opgenomen, maar in de toekomst moet die korting dus fors omhoog. Dat geldt overigens niet voor gasopslagen die verbonden zijn met meerdere transportnetten en daardoor ook als koppelleiding kunnen worden gebruikt.

Voor Nederlandse eindgebruikers heeft de verordening mogelijk significante gevolgen. Op de eerste plaats wordt transparantie nagestreefd. Op nationaal niveau is het daar helemaal niet slecht mee gesteld, zoals valt op te maken uit de grote hoeveelheid informatie die tezamen met methodebesluiten en de daarop gebaseerde tariefvoorstellen is gepubliceerd. Echter, een onderbouwing voor de verschillen in de tarieven voor individuele exit en entry punten ontbreekt. Mogelijk gaat GTS die onderbouwing te zijner tijd alsnog publiceren, maar het kan best zijn dat wordt overgestapt op een veel eenvoudiger systeem. Dat mede omdat de verordening voorschrijft dat de weging tussen inkomsten uit entry en exit 50/50 moet zijn. Dat wijkt af van de pakweg 35% inkomsten uit entry en 65% inkomsten uit exit die GTS hanteert[1]. Als GTS daadwerkelijk de tarieven moet herstructureren, dan wordt entry (=productie/import en onttrekking uit opslag) relatief duurder en exit (verbruik, export en injectie in opslag) goedkoper. Daarbij is het niet gezegd dat eindverbruikers ook netto goedkoper uit zijn. Dat zal namelijk afhangen van hoe de invoeders hogere kosten in de gasprijzen verwerken. De veelgebruikte TTF-gasprijzen zijn namelijk ‘entry-paid’.

De eerste stappen op weg naar implementatie moeten nog worden gezet. Stakeholders gaan op 19 april om tafel om een implementatieplan op te stellen.

ACM en GTS zullen daarin het voortouw nemen met een stappenplan waarin verantwoordelijkheden en tijdslijnen worden vastgelegd.  Uiterlijk 31 mei 2019 moet de verordening zijn geïmplementeerd.

Voor die tijd komen we in deze nieuwsbrief ongetwijfeld met tussenrapportages.

[1] Verhouding afgeleid uit inkomstenverwachtingen vermeld in de rekenmodule bij GTS’ tariefvoorstellen 2017

Na zonnestroom komt zonnegas

Gasunie is van plan om met de stroom van 5000 zonnepanelen waterstofgas te gaan produceren. Gasbedrijven zoals transport- en opslagbedrijf Gasunie, hebben hoge verwachtingen van de zogeheten power to gas technologie. Met die technologie kunnen grote hoeveelheden elektriciteit worden omgezet in gasvormige energiedragers. De achterliggende gedachte daarbij is dat gassen veel eenvoudiger en goedkoper opgeslagen kunnen worden dan elektriciteit.  De gassen zoals waterstofgas, kunnen vervolgens worden gebruikt in de transportsector of door de industrie.

Ook kan er weer elektriciteit mee worden opgewekt.

Omdat in de toekomst de behoefte aan opslag waarschijnlijk sterk groeit, wil Gasunie in Zuidwending een pilotproject opzetten. Met een vermogen van meer dan 1 MW noemt Gasunie het project een belangrijke stap in de opschaling van de power to gas technologie. Deze zomer wil Gasunie de definitieve investeringsbeslissing nemen.

Geen nieuwe kolencentrales, hooguit in Griekenland en Polen

Elektriciteitsproducenten verenigd in Eurelectric hebben verklaard na 2020 niet meer te zullen investeren in nieuwe kolencentrales.

De elektriciteitsproducenten willen zich richten op technologieën met een lage CO2-uitstoot en hun best doen om de energietransitie te bevorderen.
De verklaring bevat echter ook een voetnoot waarin wordt gemeld dat de Griekse en Poolse leden van Eurelectric de verklaring niet ondersteunen.

Marktprijzen

De olieprijzen vertoonden in maart een duidelijke badkuipcurve. Aan het begin van de maand daalden de prijzen sterk. Globaal ging er zo’n ging vrij snel 10% van de prijs af. Na enkele weken kabbelen net beneden 52 USD/bbl (brent) ging de prijs aan het einde van de maand weer aanzienlijk omhoog. Die stijging zette begin april door tot een niveau tegen 55 USD/bbl. De prijs voor WTI lag ongeveer 3 USD/bbl beneden de prijs voor brent. De prijsstijgingen worden mede ingegeven omdat een groeiende groep leden van het oliekartel Opec voorstander zijn van het verlengen van de afspraken om de productie te beperken.

De prijzen voor steenkool worden sterk beïnvloed door de problemen die orkaan Debbie veroorzaakte voor Australische kolenproducenten. Vooral de prijzen voor levering in komende maanden zijn door de orkaan omhoog gejaagd richting 77 USD/ton. In het kielzog daarvan stegen ook de termijnprijzen, maar levering 2018 is zo’n 10 USD/ton goedkoper dan levering in mei 2017.

In de maand maart zat er nauwelijks beweging in de prijs voor CO2 rechten. De prijs schommelde de hele maand rond de 5 EUR/ton met een licht dalende trend. Overigens is begin april traditioneel een belangrijk moment voor emissierechten omdat dan de voorlopige emissiecijfers van de ETS deelnemers worden gepubliceerd. Gelet op de stabiele prijzen bevatte die cijfers dit jaar blijkbaar geen verrassingen.

De prijscurve voor elektriciteit vertoonde in maart een duidelijke overeenkomst met die van olie. Vooral de stijging van de elektriciteitsprijzen aan het einde lijken te zijn ingegeven door de stijging van de olieprijzen. Begin april lag de prijs voor levering basislast 2018 rond de 35 EUR/MWh. Levering in mei 2017 is pakweg 1 EUR/MWh duurder dan levering 2018.

Ook de prijzen voor aardgas lijken door de stijging van de olieprijzen eind maart mee omhoog getrokken te zijn. Echter, anders dan bij steenkool en elektriciteit liggen bij aardgas de leveringen in de komende maanden beneden de prijzen voor levering in 2018. Zo is levering in kwartaal 3 2017 zo’n 0,6 EUR/MWh goedkoper dan levering in 2018.

 

Bron: Ice Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….

}