06 april 2020

OPEC en corona drukken de schalieolie-sector met de neus op de harde feiten

In het afgelopen decennium zijn de Verenigde Staten uitgegroeid tot een van de grootste olieproducenten ter wereld. Die groei werd gedreven door de productie van de zogenaamde schalieolie. Investeerders hadden veel vertrouwen in een goede toekomst voor de schalieolie-sector en leenden grote sommen geld aan oliebedrijven. Door de toestroom van goedkoop geld, kon de sector blijven groeien, ondanks de vaak tegenvallende technische en financiële resultaten. Dat kwam vorig jaar al enigszins tot uiting in lage beurskoersen voor veel schalieolieproducten. Het aantrekken van leningen leverde desondanks weinig problemen op. Totdat een kleine maand geleden de OPEC weigerde om de oliekraan verder dicht te draaien, terwijl de coronacrisis de vraag naar olie sterk liet dalen. De olieprijzen gingen bijzonder fors onderuit waardoor veel schalieolieproducenten die toch al matig tot slecht presteerden, acuut in de problemen kwamen. Met als gevolg massaontslagen en diverse faillissementen. Veel schalieolieproducenten hebben prijzen boven 50 USD/bbl nodig om overeind te blijven. De daling tot beneden 20 USD/bbl doet dus behoorlijk veel pijn. Leningen afgesloten door producenten die wel nog actief zijn, worden daarom inmiddels voor een fractie van de nominale waarde verhandeld.

President Trump probeert het tij te keren met een beroep op de kroonprins van Saudi Arabië. Hoewel dat nieuws voor een ongekende prijsstijging zorgde, valt niet te verwachten dat de schalieolie-bonanza snel terugkeert. Daarvoor is er te veel gebeurd. Niet alleen vanwege directies die zichzelf bonussen van miljoenen dollars toekennen de dag voordat ze faillissement aanvragen, maar vooral omdat bij investeerders de schellen van de ogen zijn gevallen. Analisten verwachten dat de productie in de VS de komende anderhalf jaar met 1,5 tot 2 miljoen barrels zal dalen en vervolgens alleen die bedrijven actief blijven die voldoende winst maken.

 

Visie op gas

De regering heeft visies op de gasvormige brandstoffen waterstof, groen gas en de rol van gas in het energiesysteem, gepubliceerd. Die rol van gas is en blijft belangrijk. Sterker nog, vanwege de unieke eigenschappen spelen gasvormige brandstoffen een onvervangbare rol in de energievoorziening nu en in de toekomst. Zo voorzag aardgas in 2018 in bijna 42% van de primaire Nederlandse energiebehoefte en zelfs in 2050 zal gas in 30 tot 50% van de energiebehoefte voorzien. Daarom noemt de regering opschaling van de productie van groen gas en duurzame waterstof van groot belang. Die brandstoffen hebben als groot voordeel dat ze via de huidige infrastructuur vervoerd kunnen worden. Maar de verschillen tussen beide brandstoffen zijn groot en ze bevinden zich ook in andere fases van ontwikkeling. Daarom heeft de regering drie visies gepubliceerd, in plaats van één geïntegreerde gasvisie. In het kort komen die visies op het volgende neer:

 

Aardgas

De regering wil, rekening houdend met veiligheid, zo veel mogelijk gas uit kleine, Nederlandse velden halen. Om dat mogelijk te maken, wil de regering via verruimde investeringsaftrek producenten belastingvoordelen bieden. Vooral op de Noordzee is dat urgent want, als infrastructuur eenmaal wordt verlaten, dan is het einde exercitie. Niet alleen wordt dan niet langer gezocht naar nieuwe gasvoorraden, ook velden die wel nog winstgevend produceren, zullen worden stilgelegd als bijvoorbeeld de gasleidingen naar het vaste land buiten gebruik worden gesteld. Overigens kan dit beleid op steun van de Tweede Kamer rekenen, want in een breed aangenomen motie roept de Kamer de regering zelfs op om gaswinning op de Noordzee te bevorderen. 

Groen gas

Tot pijpleiding-kwaliteit opgewerkt biogas kan probleemloos aardgas vervangen. Helaas valt de beschikbaarheid van gas gemaakt van plantaardig materiaal erg tegen. De regering gaat daarom op zoek naar instrumenten om de groengasproductie te stimuleren. Ook komt er flankerend beleid om de condities voor groengas te verbeteren. Dat beleid wordt onder andere gericht op innovatie, locatiebeschikbaarheid, professionalisering, netbeheer en grondstoffen. Zo’n beleid is hard nodig, want bijna alle groengas productie-installaties zijn relatief kleinschalig. Van de 250 vergisters zijn er slechts 2 met een industriële schaal. De regering ziet daarom veel in groengas productie via vergassing. Omdat vergassing een gecontroleerd chemisch proces is, in plaats van het biologisch proces in vergisters, lenen vergassingsinstallaties zich namelijk relatief goed voor opschaling. Wel zijn die installaties duurder, maar ze bieden ook kans op kostendaling. Dat rechtvaardigt maatregelen in aanvulling op de reguliere SDE+/SDE++ subsidie. Mogelijk komt er daarom een aparte subsidieregeling, maar de regering onderzoekt ook de mogelijkheid van langjarige stimulering via verplichte bijmenging of belastingvrijstelling voor verbruikers. 

Waterstof

Net als bij groengas zijn de kernwoorden in de waterstofvisie opschaling, kostenreductie en innovatie, waarbij de overheid zorgt voor goede randvoorwaarden en bedrijven investeren in schaalbare toepassingen en innovaties. Anders dan bij groengas, spreekt de regering bij waterstof over de noodzaak tot een Europese en mogelijk zelfs mondiale aanpak. Dus is ook de beleidsagenda gericht op een actieve internationale strategie. Nederland kan namelijk een belangrijke rol spelen in de internationale handel, transport en opslag van waterstof. Bijvoorbeeld voor waterstof uit zonrijke gebieden die via Nederland naar Duitsland moet stromen. Nederland kan ook een rol spelen bij de productie via groot- en kleinschalige elektrolysers en ook bij de productie uit aardgas in combinatie met afvangen en opslaan van CO2. Uiteindelijk zal de waterstofmarkt zich ontwikkelen tot netwerksector zoals elektriciteit en gas, waarbij een deel van het huidige gasnetwerk zal worden ingezet voor de waterstofmarkt. Bij het opstellen van wet- en regelgeving zal de regering daar rekening mee gaan houden. Dat onder andere door toe te staan dat netbeheerders tijdelijk taken op het gebied van waterstof op zich nemen. Ook wil de regering een onderzoek naar de mogelijkheden van waterstofproductie op zee. Door wind op zee in de vorm van waterstof naar het vaste land te transporteren via bestaande gasleidingen, kan mogelijk worden bespaard op kostbare kabels om elektriciteit vanuit de windparken op zee naar de kust te vervoeren.

 

Marktprijzen

Door de coronacrisis is de vraag naar olie sterk teruggelopen en dat heeft een behoorlijk groot effect op de prijzen. Van een kleine 52 USD/bbl begin maart, daalde brent in twee weken tijd tot beneden 30 USD/bbl, om begin april zelfs onder 25 USD/bbl terecht te komen. De Amerikaanse WTI kwam zelfs op 20 USD/bbl uit. President Trump slaagde er vervolgens op 2 april in om met slechts enkele tweets over hulp van Saoedi Arabië, de prijzen met tientallen procenten te laten stijgen. Naar verluidt gaat Saoedi Arabië serieus met het verzoek van Trump aan de slag, maar onduidelijkheid overheerst. Te verwachten valt daarom dat sterk schommelende prijzen vooralsnog zullen domineren.

Op de kolenmarkt doet zich een eigenaardig fenomeen voor. Door het wegvallen van een groot deel van de energievraag, zijn de prijzen voor CO2-rechten fors gedaald. Als gevolg daarvan is het inzetten van steenkool een stuk goedkoper geworden en dat heeft weerslag op de prijs voor kolen. In de laatste week van maart stegen die tegen de verdrukking in, zij het dat die stijging van korte duur was. Wel zijn levering op korte termijn begin april, met pakweg 49 USD/ton, iets duurder dan begin maart. Levering in 2021 daarentegen is wel in prijs gedaald, van 57 USD/ton begin maart naar ruim 54 USD/ton begin april.

De prijzen voor emissierechten zijn door de vraaguitval fors gedaald. Begin maart lagen de prijzen rond 24 EUR/ton, maar halverwege de maand ging de prijs richting 15 EUR/ton. Eind maart trad licht herstel op, richting 18 EUR/ton.

Net als de vorige maand, blijven de gevolgen van het coronavirus voor de elektriciteitsmarkt vooralsnog beperkt. Levering 2021 basislast daalde licht van 40 EUR/MWh naar zo’n 35 EUR/MWh. Levering op korte termijn is pakweg 10 EUR/MWh goedkoper dan levering 2021.

Gasprijzen vertoonden in maart hetzelfde beeld als elektriciteit. Geringe daling, gegeven de omstandigheden. Wel is de prijs voor levering 2021, met een niveau van 12 EUR/MWh begin april, komende van 14 EUR/MWh begin maart), historisch laag te noemen. Die 12 EUR/MWh is echter behoorlijk aan de prijs, in vergelijking met levering op korte termijn, waar de prijzen rond 7 EUR/MWh liggen.

Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….