Nieuwsbrief augustus 2018

06 augustus 2018

Netbeheerder wordt verantwoordelijk voor netverliezen gas

ACM heeft een voorstel van de gezamenlijke netbeheerders gepubliceerd voor een codewijziging. Door deze wijziging wordt de verantwoordelijkheid voor inkoop van verliezen bij het transport van gas overgeheveld van leveranciers naar de netbeheerders (netverliezen*). Energieleveranciers pleiten daar al jarenlang voor en moeten ook nu nog even geduld hebben. De netbeheerders willen de wijzigingen namelijk aan het begin van een kalenderjaar laten ingaan, waardoor 1 januari 2020 een logische startdatum is.

Energieleveranciers hebben geen invloed op verliezen die optreden bij het transport van energie. Transport is een aangelegenheid van de netbeheerder en dat geldt ook voor de daarmee gepaard gaande winsten of verliezen. Bij elektriciteit werd dat twintig jaar geleden erkend en werden de netbeheerders verantwoordelijk voor het inkopen van netverliezen. Die verliezen bestaan niet alleen uit elektriciteit die door de weerstand van de kabels wordt omgezet in warmte, maar ook uit illegaal afgetapte stroom en administratieve verliezen veroorzaakt door zaken als meetverschillen, ongeregistreerd verbruik en fouten in de verwerking van meetdata. De netbeheerder kan de kosten van de inkoop van netverliezen via de transporttarieven op de verbruikers verhalen. De ACM hecht aan deze manier van werken, want door de verantwoordelijkheid voor de inkoop bij de netbeheerders te leggen, hebben ze een prikkel om de zaken zo goed mogelijk op orde te houden.

Vreemd genoeg ligt de verantwoordelijkheid voor inkoop van gas om de netverliezen te dekken niet bij de netbeheerder, maar bij de gasleverancier. Dat komt mede omdat bij gas de verliezen in de regionale netten grotendeels van administratieve aard zijn en vooral worden veroorzaakt door meetverschillen tussen de entry en de exit. Bij de ingang, de koppeling met het landelijke net, wordt dan minder (of juist meer) gas gemeten, dan de som van de gemeten volumes die het net verlaten. Tot 2015 was dat meetverschil in de meeste gevallen een administratieve winst van een paar procent van het totale volume afgenomen door kleinverbruikers. Vanuit die meetwinsten werden zaken als diefstal, lekkages en ongeregistreerd legitiem verbruik afgedekt.  Wat vervolgens aan meetwinst resteerde, viel toe aan de leveranciers die dat verrekende in het levertarief.

De meetwinsten werden echter veroorzaakt door ‘liegende gasmeters’ bij kleinverbruikers. Door een te laag veronderstelde aflevertemperatuur van het aardgas, viel het berekende afgeleverde volume bij kleine verbruikers te hoog uit. Per 2015 werd de veronderstelde aflevertemperatuur verhoogd en er werd zelfs een hoogte correctie doorgevoerd. ACM wilde gelijktijdig de verantwoordelijkheid voor de inkoop van de netverliezen verleggen naar de netbeheerders. Dat stuitte echter op verzet van de netbeheerders omdat er geen wettelijke basis voor die inkoop zou zijn. Inmiddels is die wettelijke basis er wel en kan ACM een nieuwe poging doen om de kosten van netverliezen neer te leggen bij de partij die in staat is om die verliezen te beperken.

*Netverliezen: met netverlies wordt het verschil aangegeven tussen het volume aan gas dat een netgebied instroomt en het totaal volume aan gas in dat netgebied dat netbeheerders op basis van werkelijk verbruik kunnen toewijzen aan leveranciers.

Dit verschil wordt onder andere veroorzaakt door ontsnappend gas, illegale onttrekking en meetverschillen. Omdat er niet altijd sprake is van een verlies, maar in sommige gevallen van een ‘netwinst’ spreekt Netbeheer Nederland in het voorstel ook wel van een netverschil.

 

Onderzoek naar extra transportcapaciteit tussen Nederland en Duitsland

Uit een marktconsultatie die GTS vorig jaar heeft gehouden, is naar voren gekomen dat er behoefte is aan extra capaciteit voor gastransport tussen Nederland en Duitsland. De Europese netcodes vereisen dat in zo’n geval nader onderzoek wordt gedaan door de nationale toezichthouder of door de systeembeheerder. Er moet gekeken worden of het economisch haalbaar is om bestaande capaciteit uit te breiden of om nieuwe capaciteit aan te leggen.

ACM heeft besloten om dat onderzoek door GTS te laten uitvoeren. Die keuze ligt voor de hand, omdat de bereidheid bij marktpartijen om de capaciteit daadwerkelijk te boeken, een wezenlijk onderdeel uitmaakt van het haalbaarheidsonderzoek.

 

Marktprijzen

De olieprijzen zijn in juli gedaald, onder andere uit vrees voor de gevolgen van de tariefmuren die in de ontluikende handelsoorlog worden opgeworpen. De daling zette begin augustus door, mede vanwege het oplopen van de voorraden in de US. Het prijsverschil tussen Brent en WTI bleef met pakweg 4,50 USD/bbl gedurende de maand juli redelijk stabiel.  Begin augustus daalde brent tot net boven 72 USD/bbl, komende van zo’n 77 USD/bbl begin jui.

Steenkool volgde min of meer het prijspatroon van olie met een lichte stijging in de eerste week van juli, gevolgd door een glijvlucht omlaag. Levering Cal 19 liep van een ruim 90 USD/ton op richting 94 USD/ton maar eindigde de maand juli rond 85 USD/ton. Prijzen voor levering in kwartaal 4 2018 liggen een kleine 7 USD/ton hoger dan voor Cal 19.

In juli kropen de prijzen voor emissierechten heel geleidelijk omhoog van 15 EUR/ton aan het begin van de maand naar 17,5 EUR/ton aan het einde van de maand. De hoge vraag naar elektriciteit voor koeling van gebouwen speelt daarbij waarschijnlijk een rol.

Bij elektriciteit valt op dat de spotprijzen voor Nederland en Duitsland redelijk dicht bij elkaar liggen. Dat betekent vooral dat de Duitse prijzen relatief hoog zijn, wat mede wordt veroorzaakt door krapte aan de productiezijde. Door de hoge temperaturen een aanhoudende droogte zijn in verschillende landen beperkingen voor de centrales, wat ook geldt voor de Scandinavische waterkrachtcentrales. Het belang van de Nederlandse gascentrales is sinds het begin van de maand juli daardoor toegenomen en daarmee ook de invloed van die centrales op de prijzen in Noordwest Europa.  Vooral de prijzen voor korte termijn levering stegen aanzienlijk aan het begin van de maand om sindsdien op het relatieve hoge niveau te vertoeven. Zo steeg kwartaal 4 levering basislast in de eerste week van juli van 54 EUR/MWh naar een kleine 58 EUR/MWh om vervolgens tussen 56 en 57 EUR/MWh te blijven hangen. Levering basislast Cal 19 is pakweg 8 EUR/MWh goedkoper dan kwartaal 4.

Ook de gasmarkt kopieerde in de maand juli enigszins de prijsontwikkelingen op de oliemarkt. Net als in juni blijven de korte termijnprijzen pakweg 1,5 EUR/MWh tot 2EUR/MWh hoger liggen dan de cal 2019 prijzen.  Die hoge prijzen voor leveringen in de komende maanden worden onder andere veroorzaakt doordat de vullingsgraad van de gasopslagen nog steeds achterloopt op de niveaus in voorgaande jaren. Ook het warme weer in combinatie met weinig wind stuwt de korte termijn prijzen vanwege de extra vraag naar gas voor de productie van elektriciteit.


Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….

}