04 februari 2019

In 2038 moet de laatste Duitse kolencentrale dicht

Ruim een half jaar geleden werd in Duitsland een ‘kolencommissie’ ingesteld om een niet-bindend advies te geven over de toekomst van de Duitse kolencentrales. De commissie, waarin tal van belanghebbenden en sleutelorganisaties zijn vertegenwoordigd, moest daarbij uitdrukkelijk rekening houden met de economische perspectieven voor de kolenregio’s en de gevolgen voor de werknemers in de sector. De economische belangen van bruin- en steenkool zijn namelijk groot en winning en verbruik van de kolen levert veel werkgelegenheid op. Alle aandacht voor de Duitse ‘Energiewende’ ten spijt, is het aandeel bruin- en steenkool in de Duitse stroomproductie met 37% nog steeds hoog en veroorzaakt daarbij maar liefst 80% van de CO2-emissie in de Duitse elektriciteitssector. Daarom trekt de commissie ruim de tijd uit voor het afbouwen van het kolenbelang. Aanbevolen wordt om enkele concrete doelen te stellen. Door sluiting van 12,5 GW kolencentrales (t.o.v. 2017) moet de opgestelde capaciteit in 2022 worden teruggebracht tot 15 GW steenkool en 15 GW bruinkool. In de periode tot 2030 moet op zijn minst 7 GW steenkool en 6 GW bruinkool dicht. De resterende capaciteit moet in de periode tot 2038, of indien mogelijk 2035, worden afgebouwd. Ter compensatie voor werknemers en betrokken regio’s stelt de commissie tal van maatregelen voor die mogelijk 40 miljard euro aan overheidssteun inhouden. De commissie wil uitdrukkelijk vermijden dat de kosten op verbruikers worden verhaald via een toeslag op de stroomprijs.

De adviezen, die nog nader moeten worden uitgewerkt en in de wetgeving geïmplementeerd, hebben geleid tot gemengde reacties. Vanuit Nederlands perspectief is het opvallend dat de Duitse polder er blijkbaar wel grotendeels in slaagt om uiteenlopende en vaak zelfs tegenstrijdige belangen te bundelen tot een breed gedragen advies. Dat in tegenstelling tot het Nederlandse klimaatakkoord-polderoverleg. Klimaatbeschermers zijn echter niet bijzonder te spreken over het commissieadvies.

In de periode tot 2030 gaat de geadviseerde afbouw volgens kritische analisten in belangrijke mate over sowieso te verwachten sluiting van centrales (business as usual) en zou daarmee te traag zijn voor het halen van de in Parijs gemaakte afspraken.

Anderzijds beveelt de commissie wel aan om de CO2-rechten die de te sluiten centrales zouden hebben benut, op te kopen en te vernietigen. Op Europees niveau gezien zou zo’n maatregel mogelijk zelfs effectiever kunnen zijn dan de sluiting van fysieke centrales, maar kan wel leiden tot forse stijging van de marktprijzen voor emissierechten. 

Certificaten duurzame waterstof te koop

Sinds de eeuwwisseling kan groene stroom worden geleverd door afname uit het net te combineren met het ‘doorhalen’ van garanties van oorsprong. Die garanties, oftewel GvOs, worden aangemaakt als groene stroom wordt geproduceerd en zijn Europa-breed verhandelbaar. Een kleine tien jaar geleden volgde de gassector het voorbeeld van de elektriciteitssector. Producenten van biogas krijgen daar GvOs voor die ze kunnen verkopen aan leveranciers van groen gas. Van jaar op jaar groeit die productie in Nederland een kleine 20%, maar in absoute zin betreft het vooralsnog slechts een bescheiden markt met een totaal volume van 115 miljoen m3 in 2018. Bij de verduurzaming van de gasvoorziening wordt echter naast gas geproduceerd met biomassa, ook veel verwacht van CO2-arme, dan wel duurzaam geproduceerde waterstof.

Om het gebruik van klimaatvriendelijke waterstof te bevorderen, is onlangs, naar het voorbeeld van elektriciteit en gas, ook een systeem voor handel in garanties van oorsprong voor waterstof van start gegaan. Het betreft een Duitse pilot CertifHy gedoopt. Einddoel is om net als bij elektriciteit en gas een Europa-breed handelssysteem op te zetten, zodat eindverbruikers van waterstof er van verzekerd zijn dat hun brandstof als duurzaam gekwalificeerd is.

Stadsverwarming in de knel

Stadsverwarming speelt een belangrijke rol in de plannen van de regering om de energievoorziening te verduurzamen, maar de uitrol verloopt niet zonder slag of stoot. Dat komt onder andere door de kostenstructuur van stadsverwarming. Warmteleidingen zijn bijvoorbeeld veel duurder dan gasleidingen en bovendien moet de leveringszekerheid volledig op lokaal niveau worden geregeld, wat dure voorzieningen in buffers en hulpketels vereist. Daar staat tegenover dat restwarmte nagenoeg gratis is, dat in tegenstelling tot gas en elektriciteit. Traditioneel heeft stadsverwarming dus hoge vaste en lage variabele kosten, terwijl dat bij gas juist andersom is. Echter, de energietransitie is verre van traditioneel en dat zorgt voor de nodige spanningen en problemen. Zo combineren de populaire biomassa-gestookte lokale warmtenetten hoge variabele kosten met hoge vaste kosten. Die hoge variabele kosten worden deels door de SDE+ subsidies afgedekt, maar de hoeveelheid duurzame biomassa is beperkt. Belangrijke afnemers van warmte, zoals Amsterdam, zien bovendien grootschalige import van biomassa niet zitten. Echter, ook met binnenlandse biomassa is het somber gesteld. Zo verwijten deskundigen grootleverancier Staatsbosbeheer zelfs dermate grootschalige kaalkap, dat hout uit Nederlandse bossen niet meer voldoet aan de FSC-normen voor verantwoord bosbeheer. De problemen voor stadsverwarming beperken zich helaas niet tot biomassa gestookte netten.

Zo ligt de gemeente Nijmegen onder vuur vanwege, vooralsnog geheime, afspraken met de warmteleverancier die verhinderen dat bewoners hun aansluiting kunnen opzeggen.

Ook in Rotterdam leek het erop alsof het gemeentebestuur zijn zin wilde doordrukken, maar na hevige kritiek, aankondiging van een rapport van de Rekenkamer en zeer kritische vragen in de gemeenteraad, wordt het besluit om het Rotterdamse warmtenet richting Leiden uit te breiden, vooralsnog even uitgesteld.

Marktprijzen

De olieprijzen zitten duidelijk in de lift. Productiebeperkingen, boycot van olie uit Venezuela en het wegebben van de angst voor economische tegenspoed, beïnvloeden het sentiment opwaarts.  Begin januari lagen de prijzen voor brent rond de 54 USD/bbl maar eind januari moest rond de 62 USD/bbl worden betaald. De prijzen voor de Amerikaanse WTI liggen stabiel, zo’n 8 USD/bbl beneden de prijzen voor brent.

Op de kolenmarkt is het vrij rustig en volgen de prijzen vooral de ontwikkelingen in de oliemarkt. Dat houdt onder andere in dat de prijs voor 2020 levering steeg van 82 USD/ton begin januari naar 86 USD/ton eind januari.

Bij emissierechten zorgt Brexit voor enige onzekerheid, omdat niet duidelijk is hoe de scheiding zal verlopen voor wat betreft het Europese systeem voor verhandelbare emissierechten. Blijft het Verenigd Koninkrijk deelnemen of vallen de Britse grootverbruikers uit het systeem met achterlating van de reeds aan hen toegekende uitstootrechten? Dat laatste zou voor een overschot kunnen zorgen. Die onzekerheid zorgt voor een lichte daling van de prijzen. Begin januari lag die rond de 25 euro/ton, maar eind januari is die teruggezakt naar zo’n 23 euro/ton. Voor de langere termijn worden prijzen vooral beïnvloed door de Duitse discussie over kolenuitstap. Mogelijk staan de emissierechten zelfs aan de vooravond van een sterke prijsstijging. Misschien haalt Duitsland de emissierechten die normaliter nodig zijn voor kolencentrales die gesloten worden, uit de markt. Analisten van ICIS verwachten dat daardoor de prijs halverwege 2020 boven 27 euro/ton uit komt, maar analisten van Bloomberg verwachten in dat geval prijzen hoger dan 38 euro/ton.

Ook op de elektriciteitsmarkt was het in januari vrij rustig, waarbij slechts een geringe daling van de termijnprijzen optrad. Begin januari kostte basislastlevering 2020  zo’n 55 euro/MWh en eind januari ruim 53 euro/MWh. Spotprijzen gedragen zich uiteraard een stuk grilliger en bewogen zich gedurende januari rond de 60 euro/MWh.

Ook in de gasmarkt overheerst rust, wat vrij ongebruikelijk is hartje winter.

 
Bron: Ice-Endex

 

 


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….