Gazprom Energy Nieuwsbrief januari 2016

Het laatste nieuws over de energiemarkt lees je in de Gazprom Energy Nieuwsbrief

11 januari 2016

Het laatste nieuws over de energiemarkt lees je in de Gazprom Energy Nieuwsbrief

Op de valreep van 2015: Belastingplan aangenomen & STROOM weggestemd

In de laatste vergaderingen van 2015 ging de Eerste Kamer akkoord met het Belastingplan 2016 maar stemde het wetsvoorstel STROOM weg. De forse verhoging van de energiebelasting op de eerste 170.000 m3 gasverbruik is daarmee een feit, net als de aanzienlijke verlaging van energiebelasting op het gebruik van de eerste 10 MWh aan elektriciteit. De integratie en modernisatie van de Elektriciteitswet en Gaswet daarentegen werd na een intens debat door de Senaat weggestemd. De Senaat wilde alleen instemmen met de wetswijziging als de zogenaamde Splitsingwet uit 2008 zou worden ingetrokken. Minister Kamp (EZ) liet er geen twijfel over bestaan daartoe absoluut niet bereid te zijn. Daarmee was het lot van wetsvoorstel STROOM bezegeld.

De modernisering en integratie van de energiewetten werd in het Energierapport 2011 aangekondigd. Door talloze wijzigingen en aanpassingen in de afgelopen jaren zijn de gas- en elektriciteitswetten moeilijk toegankelijk geworden en wordt een logische opbouw gemist. Bovendien zijn de uitdagingen waarvoor de energiemarkten richting 2020 gesteld worden, van andere aard dan de problemen die eind vorige eeuw opgelost moesten worden. Het voornemen om de Gaswet en Elektriciteitswet te integreren en moderniseren werd daarom toegejuicht, maar in de praktijk stuitte de uitwerking van de goede voornemens op veel problemen.

Qua opbouw en inhoud lijken de Gaswet en Elektriciteitswet behoorlijk op elkaar. Echter,  feitelijk zijn de wetten op veel details anders uitgewerkt. Zo betalen bij elektriciteit de verbruikers voor regionaal en nationaal transport maar bij gas betalen de erkende programma verantwoordelijke partijen voor het nationale transport[1]. Zulke fundamentele verschillen verhinderen een werkelijke integratie van de energiewetten. Het inmiddels gesneuvelde wetsvoorstel STROOM was daarom ook slechts een eerste stap op weg naar integratie waarbij in één document, gas en elektriciteit in voorkomende gevallen alsnog afzonderlijk behandeld werden.

De mate waarin STROOM de energiewetten moderniseerde was beperkt. Veel bepalingen in STROOM waren zo goed en kwaad als mogelijk ‘beleidsneutraal’ overgenomen uit de bestaande wetten. De belangrijkste modernisaties waren het aanwijzen van TenneT als netbeheerder op zee, het creëren van meer ruimte voor experimenten en het scheppen van mogelijkheden om de bevoegdheden van netbeheerders uit te breiden. Vanwege de reeds aangekondigde tender voor offshore windenergie is vooral het achterwege blijven van de aanwijzing van TenneT als netbeheerder op zee een groot probleem. De plicht tot splitsen van Eneco en Delta, die de senatoren voor onbepaalde tijd wilden uitstellen, blijft door het wegstemmen van STROOM overigens onverminderd van kracht.

Achteraf kan worden vastgesteld dat wetgevingstraject STROOM misschien te ambitieus was. Tegelijkertijd integreren en moderniseren van wetgeving voor twee afzonderlijke markten die op tal van cruciale aspecten behoorlijk van elkaar verschillen, is haast onmogelijk. Nu het wetsvoorstel is weggestemd,  biedt dat de kans om de geleerde lessen in praktijk te brengen. Moderniseringen als het aanwijzen van een netbeheerder op zee zijn eenvoudiger te realiseren met ‘single issue’ wetten.  Zo wordt verwacht dat binnen enkele maanden al een specifieke wet voor de netbeheerder op zee van kracht zal worden. De belangrijkste les die hopelijk getrokken wordt is dat integratie van wetten hoort te volgen op integratie van markten. Daarbij leert een blik op het overzicht van ACM-codes dat er zelfs binnen de gassector nog ruimte is voor integratie van regelgeving voor regionale en nationale markten.

Vooruitzicht 2016: maatschappelijke dialoog over energievoorziening

Terwijl het paradepaardje van Energierapport 2011, het wetgevingstraject STROOM, jammerlijk faalde, kondigde EZ alvast het volgende ambitieuze project aan: Energierapport 2015. Dit wordt gepubliceerd in de loop van januari 2016 en moet leiden tot een maatschappelijke dialoog over het energiebeleid in de komende decennia. EZ heeft daarbij alvast aangegeven hoog te zullen inzetten op verduurzaming van de warmtevoorziening, een inzet die onder andere moet leiden tot een nieuwe Warmtewet.

Het voornemen van EZ valt toe te juichen. Meer dan voorheen raakt de energievoorziening grote delen van de bevolking rechtstreeks: zonnepanelen op het dak, zonneweide in de voortuin, en vooral (angst voor) windturbines in de achtertuin. Daarmee zijn grote belangen gemoeid: bindende  beleidsdoelstellingen, miljarden aan subsidiegeld en ook vrees voor verlies aan woongenot en levensvreugde. In veel discussies over energie lijken feiten er daarom nauwelijks toe te doen. Niet voor niets dat minister Kamp in de Tweede Kamer meermaals verzucht: jullie willen geen gas uit Groningen, geen gas uit Rusland, geen schaliegas, geen windenergie, geen biomassa, geen kernenergie en vooral geen steenkool. Echter, juist omdat emoties, inspelen op angstgevoelens, misvattingen en misleidingen vaak de boventoon voeren, bestaat de kans dat de maatschappelijke dialoog bij voorbaat gedoemd is te mislukken. Althans, dialoog in de zuivere zin van het woord, zijnde een gesprek waarbij de gesprekspartners naar elkaar luisteren en iets van elkaar opsteken.

Dat het zo slecht gesteld is met de dialoog over energiebeleid komt voor een belangrijk deel door het energiebeleid zelf. De afzonderlijke doelstellingen voor verduurzaming, energiebesparing en CO2-reductie brengen niet alleen onderling conflicten[2] met zich mee, maar bieden belanghebbenden ook de kans om selectief te shoppen. Het feit dat de doelstelling voor duurzame energie nationaal bindend is terwijl de doelstellingen voor energiebesparing en voor CO2-reductie niet hard zijn, maakt de situatie er niet beter op.

Te vrezen valt dat de dialoog bij voorbaat is mislukt als er geen eenduidig doel wordt vastgesteld. Als de werkelijke zorg zit bij de klimaatverandering, dan zou het streven naar een hoger aandeel duurzame energie ondergeschikt moeten zijn aan streven naar reductie van CO2-emissie. Nu is het omgekeerde het geval. Voor verduurzaming van de energievoorziening zijn immers vele miljarden Euro’s aan subsidie beschikbaar, zelfs voor projecten die leiden tot een toename van CO2 uitstoot, zoals bijvoorbeeld het geval is als aardgas door niet-duurzaam geproduceerde[3] biomassa wordt verdrongen.

Hoewel het Energierapport 2015 nog gepubliceerd moet worden en de dialoog nog moet worden opgestart, heeft de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken al een voorschot genomen. Traditiegetrouw publiceert de hoge ambtenaar vlak na de jaarwisseling in het economenblad ESB een prikkelend artikel. Dit jaar met een betoog om de doelstellingen voor het aandeel duurzame energie en het niveau van energiebesparing te schrappen en alleen te sturen op reductie van CO2-uitstoot. Dat vanwege het feit dat voor beperking van de opwarming van de aarde alleen reductie van uitstoot van broeikasgassen relevant is. Als daar op wordt gestuurd, dan volgen verduurzaming en/of energiebesparing vanzelf en op technologie neutrale wijze. Een rationele en economisch verantwoorde redenering maar of die stand houdt in de drukte van emoties, belangen, opvattingen en al dan niet verdraaide feiten die zo eigen zijn aan discussies over energiebeleid, moet in de loop van 2016 blijken.

Marktprijzen

Spanningen in het Midden-Oosten, decennialang haast een synoniem voor stijgende olieprijzen,  dragen momenteel bij aan dalende olieprijzen. Iran en Saoedi-Arabië liggen met elkaar in de clinch. In deze machtsstrijd verhogen deze belangrijke olieproducten juist hun productie zo veel mogelijk. Omdat ook de productie in Rusland is toegenomen en de vraag vanuit China juist daalt, hebben de olieprijzen het laagste punt sinds 2004 bereikt: minder dan 33 $/bbl voor Brent. De prijs voor de Amerikaanse WTI ligt daar slechts gering onder. Door de opheffing van het verbod op export van Amerikaanse olie, is het gebruikelijke prijsverschil van 2 tot 4 $/bbl tussen WTI en Brent, zo goed als verdwenen. Ondanks de significante daling van de olieprijs, houden veel analisten vast aan voorspellingen dat in de loop van 2016 de olieprijzen weer zullen stijgen. Daarbij wordt bijvoorbeeld gewezen op toenemende interne spanningen in Saudi-Arabië en aanhoudende onrust in de Golfregio.

De tegenvallende economische prestaties van China hebben ook grote invloed op de prijs voor steenkool. Hoewel prijzen voor korte termijnlevering in de afgelopen weken stegen, daalde de prijs voor levering in kalenderjaar 2017 juist sterk. Begin december lag die prijs nog boven de 44 $/ton, begin januari daalde de prijs tot beneden 41 $/ton.

De prijzen voor emissierechten deelden in de malaise op de energiemarkt. Emissierechten voor levering december 2016 daalden van zo’n 8,50 EUR/ton begin december  tot ruim beneden 8 EUR/ton begin januari.

In lijn met de overige energieproducten daalden ook de termijnprijzen voor elektriciteit sterk. Basislast kalenderjaar 2017 daalde van ruim 32 EUR/MWh begin december tot ruim beneden 30 EUR/MWh begin januari. Alleen contracten voor levering volgende maand wisten in het neerwaartse geweld stand te houden, dat vanwege de voorspelling van lagere temperaturen.

In de loop van december ging de gasprijs flink onderuit, maar de prijsontwikkeling herstelde/stabiliseerde rond de jaarwisseling. De hoge temperatuur speelde de gasmarkt parten en het herstel werd veroorzaakt door voorspellingen van lagere temperaturen in de loop van januari/februari. Vooral contracten voor levering in februari profiteerden van die winterse vooruitzichten.

Ice-Endex verving op 31 december 2015 de settlementprijs voor cal 2016 door de publicatie van een settlementprijs voor cal 2019. Zoals de volgende grafieken tonen, sluit die nieuwe notering bijna naadloos aan bij de noteringen voor cal 2018.

 

Wijziging Energiebelasting, Opslag Duurzame Energie en kosten netbeheer

Als gevolg van de afspraken uit het Energieakkoord, gaan de meeste milieubelastingen in 2016 omhoog voor bedrijven en particulieren. Dit moet ervoor zorgen dat de energiehuishouding duurzamer wordt. Daarnaast wijzigen per 1 januari 2016 ook de kosten van het landelijk en regionaal netbeheer. Lees hier meer over de wijzigingen.

[1] Uiteraard berekenen ze de kosten op de een of andere manier door aan de eindgebruikers maar dat is niet eenduidig en gaat gepaard met risico’s en omrekeningen, zoals bijvoorbeeld van EUR/m3/h/jr capaciteit naar ct/m3.

[2] Als aardgas door biomassa wordt verdrongen, dan verdubbelt bijna de CO2 uitstoot per eenheid nuttige energie. Daarbij is CO2 uit aardgas weliswaar lang cyclisch en die uit biomassa kort cyclisch, maar of en wanneer de CO2 van de betreffende biomassa weer terugkeert in biomassa hangt af van de herkomst. Bij bermgras is dat bijvoorbeeld waarschijnlijk binnen een jaar maar bij bomen die plaatsmaken voor bebouwing of heidevelden is dat een heel ander verhaal.

[3] Voor de goede orde, de meningen over gebruik van biomassa lopen sterk uiteen. Voorstanders stellen dat als biomassa gecertificeerd is, het gebruik ervan bijdraagt aan beperking van het broeikaseffect. Tegenstanders, zoals veel milieuorganisaties in de landen van herkomst, stellen juist dat onvervangbare oerbossen en ecologisch waardevolle oerwouden gekapt worden met toename van CO2 uitstoot als gevolg.

Terug naar het nieuwsoverzicht


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….

}