10 juli 2019

Aftrap participatieproces duurzaamheid biomassa

Biomassa speelt volgens de regering een onmisbare rol in de energietransitie die moet leiden tot een CO2-neutrale samenleving in 2050.  Beleidsmakers worstelen niet voor het eerst met vragen over de duurzaamheid en beschikbaarheid van biomassa. Zo moet biomassa voor bijstook in kolencentrales, waarvoor de regering 3,5 miljard euro subsidie uittrekt, aan bepaalde duurzaamheidscriteria voldoen. Greenpeace toog echter naar de rechter, omdat er nog steeds geen volledige overeenstemming over die criteria is. Daarbij sloeg Greenpeace de geschillencommissie over. Niet correct, volgens de rechter, die Greenpeace naar die commissie verwees. Amerikaanse milieubeschermers zijn ook niet te spreken over het Europese klimaatbeleid omdat dit ten koste van hun (oer)bossen gaat. De Dogwood Alliance noemt het zelfs ‘het slopen van de aarde in de naam van het redden van de aarde’. Een rechtszaak tegen de EU, die in de tweede richtlijn hernieuwbare energie (RED2) het gebruik van biomassa blijft promoten, werd overigens ook op technische gronden verworpen. De klagers zouden zich niet in voldoende mate onderscheiden van doorsnee burgers en daardoor niet kwalificeren als belanghebbende.

Om  onenigheid te voorkomen voor het toekomstige duurzame energiebeleid over biomassa, gaat de regering opnieuw duurzaamheidskaders voor biomassa vaststellen. Voorzien wordt in een traject waarin belanghebbenden hun visies en suggesties kunnen inbrengen. PBL betrekt die inbreng in brede studie naar beschikbaarheid en toepassingsmogelijkheden van biomassa. Vervolgens kan de SER die studie gebruiken als basis voor een advies over nieuwe duurzaamheidcriteria. In maart 2020 moet dat resulteren in een nieuw kader.

De regering wijst er alvast op dat  in het duurzaamheidskader een belangrijke rol is weggelegd voor ‘cascadering’, dus eerst biomassa gebruiken als grondstof en pas als laatste stap brandstof. Ook ziet de regering een mogelijke rol voor biomassa bij het in balans houden van vraag en aanbod op het elektriciteitsnet. Anders dan wind en zon, kunnen houtpellets en –snippers immers op voorraad worden gehouden totdat inzet ervan echt nodig is. Naar de opties voor flexibiliteit in productie en consumptie van elektriciteit zal echter een afzonderlijke studie worden verricht, aldus de staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat.

Waterstof heeft toekomst maar over de weg er naar toe lopen de visies sterk uiteen

Met 182 vermeldingen is waterstof een van de meest genoemde energiedragers in het klimaatakkoord. De Tweede Kamer nam bovendien een breed gesteunde motie aan om kansen die waterstof biedt ten volle te benutten. Een koninklijk bezoek aan Gasunie’s 1 MW elektrolyser Hystock, zette waterstof extra in het zonnetje. Waterstof gemaakt met zonne-energie is echt duurzaam en wordt daarom aangeduid als groene waterstof. Het kan bovendien voor tal van toepassingen worden gebruikt en is bovendien relatief eenvoudig op te slaan. Gasunie kondigde aan meer van zulke waterstoffabrieken te willen bouwen. Dit willen zij doen om energieoverschotten van zonnepanelen en windmolens – in met name de zomer – via  elektrolyse in gasvorm om te zetten en op te slaan voor gebruik in de winter.  

Van overschotten aan elektriciteit is echter geen sprake. Met alle plannen voor elektrificatie van vervoer en in de industrie vallen overschotten voorlopig ook niet te verwachten. Gasunie’s ‘power to gas’ strategie is daarom vooral op de (middel)lange termijn gericht.  Op dewereldvanwaterstof.nl zet Gasunie dat uiteen. Onder de vlag van new energy coalition schetsen onderzoekers in opdracht van Gasunie hoe de waterstofwereld er in 2050 uitziet. 

 In de tussentijd kiest de Haven van Rotterdam met het project H-vision voor een praktische aanpak. Zolang er een tekort is aan duurzame elektriciteit, is het eigenlijk niet verantwoord om dat schaarse product met hoge energieverliezen om te zetten in een andere energiedrager. Daarom wil Rotterdam een grondstof nemen die wel in voldoende mate beschikbaar is en waarmee ook klimaat neutrale waterstof kan worden gemaakt: aardgas! Belangrijke bijkomende voordelen zijn dat de benodigde technieken beschikbaar zijn en snel kunnen worden opgeschaald. Door CO2 dat bij de omzetting van aardgas in waterstof vrij komt af te vangen en in lege gasvelden op te slaan kan snel significante klimaatwinst worden behaald. Dat zou al in 2026 tot een emissiereductie van 2,2 miljoen ton CO2 kunnen leiden, oplopend tot 4,3 miljoen ton in 2031. Dat betreft bijna 10% in 2026 en, bijna 20%  in 3031 van de huidige totale uitstoot in de Rotterdamse haven.

De zogenoemde blauwe waterstof kan tevens worden gebruikt als wegbereider voor groene waterstof. Dit gebeurt zodat later groene waterstof geleidelijk aan de blauwe waterstof kan verdringen. Die aanpak lijkt een voor de hand liggende manier om de CO2-uitstoot snel terug te dringen, maar stuit toch op weerstand. Blauwe waterstof vergt namelijk meer (buitenlands) aardgas waar organisaties zoals Greenpeace juist een vermindering willen zien. Bovendien zien deze belangenbehartigers de ondergrondse opslag van CO2 niet zitten. Dus, voor waterstof gaan veel handen op elkaar, maar de vraag is of de route naar de duurzame toekomst loopt via blauwe waterstof als wegbereider of dat die transitiestap wordt overgeslagen.

Full disclosure elektriciteit per 1/1/2020

Over een half jaar moeten elektriciteitsleveranciers hun volledige levering onderbouwen met garanties of certificaten. Naast de welbekende garantie van oorsprong voor duurzame energie, worden ook certificaten van oorsprong in het leven geroepen. Deze hebben betrekking op bijvoorbeeld elektriciteit geproduceerd uit afval, aardgas of steenkool. Op nadrukkelijk verzoek van de Tweede Kamer heeft de regering  daarom de regeling garanties van oorsprong aangepast en uitgebreid. Doordat leveranciers hun klanten moeten gaan wijzen op het aandeel elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen, hopen de initiatiefnemers dat verbruikers meer duurzame elektriciteit gaan inkopen.

Marktprijzen

De olieprijzen werden in de maand juni sterk beïnvloed door twee tegengestelde krachten. Enerzijds beperkt Opec de productie en dat in samenwerking met Rusland. Die samenwerking wordt in ieder geval tot maart volgend jaar voortgezet, spraken de partijen onlangs af. Anderzijds blijven er zorgen over de afname van de vraag naar olie door de vele handelsconflicten die de Verenigde Staten aanwakkeren. Afhankelijk van welke kracht het zwaarste weegt, stijgen of dalen de prijzen. In de loop van juni schommelde de prijs voor brent tussen pakweg 60 en 66 USD/bbl. Begin juli bedroeg de prijs 64 USD/bbl. Dat betekent een terugval van economische activiteiten en dus terugval van de vraag naar olie en vervolgens leidt dit tot lagere prijzen. De prijs voor de goedkopere Amerikaanse WTI lag ruim 6,50 USD/bbl beneden de prijs voor brent.

De prijzen voor steenkool kwamen in de maand juni nauwelijks van hun plek. Door relatief lage gasprijzen en relatief hoge prijzen voor emissierechten is de vraag naar kolen zwak. De stijging van olieprijzen in de tweede helft van juni kreeg daardoor geen nabootsing op de kolenmarkt. Prijzen voor levering in 2020 schommelden tussen 62 en 67 USD/ton. Begin juli lag de prijs op een kleine 64 USD/ton.

Bij emissierechten bewogen de prijzen lichtjes tussen 24 en 27 EUR/ton. Net als een maand eerder waren de prijzen vrij stabiel, omdat dalende gasprijzen de vraag naar CO2-intensieve steenkool beperkt.

Ook de elektriciteitsmarkt volgde in de maand mei de trend van stabiele prijzen. Levering basislast jaar 2020 kostte begin juni een kleine 49 EUR/MWh en begin juli bedroeg de prijs 50 EUR/MWh, iets lager dan het ‘hoogtepunt’ van de maand, zijnde ruim 51,5o EUR/MWh in de laatste week van juni.

Ook op de gasmarkt waren de prijzen voor leveringen in de komende jaren relatief stabiel, met op het eind een neerwaartse trend. De Raad van State had begin juli wel voor vuurwerk kunnen zorgen als het productieplan voor Groningen zou zijn vernietigd  met rechtsgevolgen in plaats van zonder. De prijzen voor levering 2020 schommelden rond 18 EUR/MWh. Over een langere periode gezien is dat relatief goedkoop, maar fors hoger dan de prijzen voor levering op korte termijn die in juni, net als in mei, schommelen tussen 10 en 12 EUR/MWh.

Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….