Gazprom Energy Nieuwsbrief juni 2015

10 juni 2015

Forse uitbreiding stikstofinjectiecapaciteit

Minister Kamp wil de mogelijkheid om stikstof in aardgas te injecteren fors uitbreiden. Momenteel kan GTS zo’n 20 miljard m3 hoogcalorisch gas met stikstof verdunnen tot laagcalorisch gas.  Dat verdunde aardgas kan worden gebruikt voor installaties die zijn ontworpen om te draaien op gas uit het Groningenveld. Dat betreft alle aangeslotenen op regionale netten maar ook veel grootverbruikers en afnemers in het buitenland. Omdat de productie uit het Groningenveld omlaag moet, zal GTS vaker een toevlucht moeten nemen tot verdunnen van hoogcalorisch gas, dat via leidingen en als LNG kan worden geïmporteerd. De stikstofinjectiecapaciteit moet daarom omhoog, aldus Kamp. Eind 2019 moet GTS in staat zijn om 30 miljard m3 gas te kunnen converteren van hoog- naar laagcalorisch.

Volgend jaar nog steeds contractuele congestie? Dan neemt Acer maatregelen!

Acer, de Europese toezichthouder energie, heeft de grensstations in kaart gebracht waar gastransport hinder ondervindt van zogenaamde contractuele congestie. 
Met contractuele congestie wordt bedoeld dat marktpartijen door tekort aan contractuele rechten soms geen gas kunnen transporteren, terwijl er wel fysieke capaciteit beschikbaar is. Die onbenutte capaciteit is dan onder contract bij een partij die er op dat moment geen gebruik van maakt en de betreffende transportrechten niet aan de markt ter beschikking kan of wil stellen. Met andere woorden, door de wijze waarop het toekennen van transportrechten is georganiseerd, treedt een ‘op papier’ tekort aan capaciteit op terwijl de buizen zelf nog ruimte hebben om meer gas te vervoeren.
Deze vorm van tekort aan transportcapaciteit wordt vooral aangetroffen in Zuid en Zuidoost Europa maar komt ook voor in Noordwest Europa. In Noordwest Europa komt dit voor bij de UK-België Interconnector aan beide kanten en in beide richtingen, evenals bij de GTS exitcapaciteit naar Duitsland op de stations Winterswijk en Zevenaar. Acer wil het onderzoek volgend jaar herhalen. Stations die dan nog op de lijst staan krijgen per juli 2016 een vorm van use-it-or-lose-it opgelegd.

De Nederlandse gasmarkt werd lange tijd juist gekarakteriseerd door contractuele congestie​(1).  De werkwijze bij toekenning van transportcapaciteit was ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Bovendien werd zoveel mogelijk capaciteit voor zo lang mogelijke looptijden vastgelegd en was er feitelijk geen verplichting om de gecontracteerde capaciteit ook te gebruiken. Mede onder druk van de EU is dat substantieel veranderd. GTS heeft de afgelopen jaren grote vorderingen gemaakt bij het toegankelijker maken van het transportsysteem. Door beschikbare capaciteit te verdelen over verschillende looptijden komt regelmatig capaciteit op de markt en capaciteitsveilingen geven zelfs alle gegadigden op hetzelfde moment kans op verwerving. Bovendien wordt onderlinge handel in transportcapaciteit sterk bevorderd (= de zgn. secundary market). Volgens Acer is het vanwege al deze marktgeoriënteerde zaken, dat op de meeste GTS grensstations een formele regeling voor use-it-or-lose-it niet nodig wordt geacht. GTS heeft nu nog een jaar de tijd om te laten zien dat dat ook voor Winterswijk en Zevenaar zou kunnen gelden.

​1. In de vorige eeuw zijn veel transportverbindingen aangelegd ten behoeve van export, vooral als bijvoorbeeld bij extreme kou veel extra gas nodig is. Die bijstand aan het buitenland kon alleen geleverd worden als de benodigde transportcapaciteit daarvoor was gereserveerd. 

SDE+ 2015 kostenefficiënter dan SDE+ 2014

Eind mei maakte RVO bekend dat de ingediende aanvragen voor subsidie onder de SDE+ 2015 het totale beschikbare budget dicht naderde. Op 21 mei was in totaal ruim 3,4 miljard Euro subsidiebudget aangevraagd terwijl voor dit jaar 3,5 miljard Euro budget beschikbaar is. In de eerste weken dat subsidie kon worden aangevraagd, liep vooral hernieuwbare warmte en WKK met biomassa-ketels storm. In de maand mei zijn daar veel aanvragen voor wind op land en op dijken bij gekomen. Hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit dingen nu fifty fifty mee voor budgetruimte.

SDE+ subsidie wordt toegekend in een of meerdere rondes waarbij in elke volgende ronde een hogere all-in prijs voor de duurzame energie wordt gehanteerd. Zodoende hebben de goedkoopste energievormen (2)  de grootste kans op subsidie. Naar het nu lijkt, wordt het budget voor 2015 vergeven in de eerste drie rondes. Aanvragen in ronde één krijgen een all-in prijs van maximaal (3)  70 EUR/MWh, ronde twee kent maximaal 80  EUR/MWh toe en ronde drie maximaal 90 EUR/MWh. Kans op verkrijgen van subsidie voor aanvragen in ronde vier (waarin maximaal 100 EUR/MWh als basisprijs wordt gehanteerd) lijkt erg klein. Daarmee doorbreekt SDE+ 2015 de trend van 2013 en vooral 2014 waarin de subsidieaanvragen pas in de duurdere rondes goed op gang kwamen. Zo begon SDE+ 2014 aanvragen pas te lopen in ronde vijf en was voor ronde zes nog zo’n 1 miljard Euro aan budget ruimte beschikbaar. Daarmee beloofd de SDE+ 2015 beduidend kostenefficiënter te worden dan de voorgaande jaren. Dat betekent ook meer duurzame energie voor het beschikbare budget wat gunstig is voor het halen van de 2020 doelstellingen voor duurzame energie.

2. Ter vermijding van misverstanden, de subsidie zelf dekt de zogenaamde onrendabele top. Dat is het verschil tussen ‘marktwaarde’ van de energie en de veronderstelde all-in kostprijs. Zodoende is het niet vanzelfsprekend dat goedkoopste energievorm ook leidt tot laagste subsidie.

3. In de loop der jaren is de SDE+ systematiek steeds verder verfijnd. Begonnen met generieke bedragen per ronde wordt nu steeds gedetailleerder gewerkt. Dat houdt in dat per techniek specifieke all-in prijzen worden uitgerekend. Deze zogenaamde basisbedragen gelden als maximum voor de betreffende techniek maar via de zogenaamde vrije categorie mogen aanvragers wel met minder genoegen nemen (en daarmee de kans op toekenning vergroten). 

Marktprijzen

Mei was een opmerkelijk rustige maand voor de energiemarkten met voornamelijk slechts geringe prijsschommelingen en licht dalende trends. Zo bewoog Brent voor levering in juli rond de 65 $/bbl met druk omlaag tot rond de 62 - 63 $/bbl. De Amerikaanse WTI bleef daar vrij consequent zo’n 5 $/bbl onder. Analistenverwachten dat de prijzen onder druk blijven staan. Zo verhoogde zowel Irak als Saoedi Arabië de olieproductie omdat er veel geld nodig is voor de gewapende conflicten. Tevens staan oliemaatschappijen te trappelen om in Iran aan de slag te gaan, wat zicht geeft op extra aanvoer van olie.

De kolenprijzen daalden in mei aanvankelijk licht om op het einde weer iets te stijgen richting 58 $/ton voor levering 2016. Omdat de vraag naar kolen in de zomer in het algemeen lager is dan in de winter, ligt een daling van de prijzen voor de hand. Dat mede omdat de voorraden in de Noordzeehaven behoorlijk hoog zijn.

De prijzen voor emissierechten schommelden in mei rond de 7,50 EUR/ton met eind mei/begin juni een opwaartse trend. 
Net als de overige commodities, kwamen ook de elektriciteitsprijzen in de maand mei nauwelijks van de plaats. Cal 2016 kwam in de eerste helft van mei net boven de 39 EUR/MWh om vervolgens te zakken tot beneden 38 EUR/MWh, waarop enig herstel volgde. Zoals gebruikelijk gedragen de spotprijzen zich beduidend grilliger. Vooral Duitse prijzen zijn op zonnige dagen laag en trekken dan de Nederlandse prijzen enigszins mee.
 
De termijnprijzen voor TTF gas waren in mei stabiel maar met een lichte daling. Het feit dat de Raad van State geen heil ziet in het opleggen van beperkingen aan de gaswinning uit het cluster Eemskanaal, draagt bij aan die daling. Het betreft weliswaar slechts een voorlopige uitspraak over de winning van een relatief bescheiden hoeveelheid gas (pakweg 5% van de ‘groningenproductie’), de markt ontleent er wel enig houvast aan dat de rechter niet overhaast te werk gaat en daarbij de besluitvorming van EZ doorkruist.
 
Opmerkelijk is dat de gasprijzen op de spotmarkt zowaar nog stabieler zijn dan op de termijnmarkt. De hele maand mei lagen de gasprijzen op de dag vooruitmarkt dicht bij 21,50 EUR/MWh. De spotmarkt gas staat daarmee in schril contrast met de spotmarkt voor elektriciteit.


Bron: Ice-endex



Dit vind je misschien ook interessant….