Nieuwsbrief juni 2018

04 juni 2018

Korting op transportkosten elektriciteit als illegale staatssteun

In 2011 legde Duitsland grootverbruikers van elektriciteit met een stabiel afnamepatroon en een jaarverbruik van minimaal 10 GWh flink in de watten met een vrijstelling voor de transportkosten. De inkomstenderving kwam het eerste jaar nog voor rekening van de netbeheerders, maar in 2012 en 2013 draaiden alle overige netgebruikers op voor de pakweg 300 miljoen euro per jaar aan gemiste inkomsten. Naar aanleiding van de vele klachten over die regeling, heeft de Europese Commissie nu geoordeeld dat het illegale staatssteun betrof. Het stabiele afnamepatroon rechtvaardigt slechts een gedeeltelijke vrijstelling van transportkosten, aldus de Commissie. De Commissie legt Duitsland daarom de plicht op de illegale steun die in 2012 en 2013 is verleend, terug te vorderen. In 2014 heeft Duitsland de algehele vrijstelling van transportkosten vervangen door een regeling waarbij grootverbruikers slechts hoeven te betalen voor specifiek door hen veroorzaakte kosten. Die regeling is niet door de Europese Commissie onderzocht.

Het oordeel van de Commissie is ook voor Nederland relevant. De Nederlandse regering zag zich in 2012/2013, door de vrijstelling voor Duitse grootverbruikers, gedwongen om ook iets te regelen voor de Nederlandse energie-intensieve industrie. Sinds eind 2013 komen grootverbruikers die meer afnemen dan 50 GWh/jaar voor korting op de transportkosten in aanmerking. De korting kan oplopen tot 90% en is afhankelijk van de benuttingsgraad van de aansluiting[1]. Hoe hoger die benuttingsgraad, des te vlakker het veronderstelde afnamepatroon en des te hoger de korting. De misgelopen inkomsten verhalen netbeheerders op alle overige netgebruikers. De korting werd gerechtvaardigd door te wijzen op besparingen voor netbeheerders vanwege het vlakke afnamepatroon van de betreffende grootverbruikers. Onduidelijk is hoe lang de regering dat nog vol kan houden.

Door de kortingsregeling is het voor bevoordeelde grootverbruikers financieel onaantrekkelijk om meer af te nemen als er overschotten dreigen en/of minder af te nemen bij dreigende tekorten aan elektriciteit. De regeling ontmoedigt dus vraagrespons terwijl TenneT steeds vaker noodvermogen afroept om grote schommelingen in vraag en aanbod te kunnen opvangen.

[1] artikel 29, lid 7 van de Elektriciteitswet


Gasaansluiting, nee, tenzij….

Op 1 juli 2018 wordt de wet Voortgang Energietransitie van kracht. Nieuwe gebouwen krijgen dan in principe geen gasaansluiting meer. Meer in het bijzonder: vanaf die datum horen aanvragen voor bouwvergunningen te worden afgewezen als het nieuwbouw met een gasaansluiting betreft. Op die algemene regeling zijn echter uitzonderingen mogelijk. De gemeente mag bij ‘zwaarwegende redenen van algemeen belang’ gebieden aanwijzen waarin netbeheerders toch gasaansluitingen moeten realiseren als kleinverbruikers daarom vragen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil met een ministeriele regeling duidelijkheid geven over wat met die zwaarwegende redenen wordt bedoeld. Uit het concept van de regeling blijkt dat het ministerie onderscheid wil maken tussen tijdelijke redenen en structurele redenen. Als tijdelijke reden mogen tot 2019 vergunningsaanvragen met gasaansluiting in behandeling worden genomen als anders de bouwproductie in gevaar komt.

Structureel kan gas worden toegestaan als gasvrije nieuwbouw technisch niet haalbaar is of vanwege bepaalde voorschriften niet mogelijk is. Het ministerie noemt daarbij als voorbeeld geluidshinder van warmtepompen en ventilatoren. Ook problematisch hoge meerkosten van gasvrije nieuwbouw waardoor projecten in gevaar komen, wil het ministerie laten gelden als zwaarwegende reden.


Aardgas als wegbereider voor groene waterstof

De onderhandelingen over een nieuw Klimaatakkoord zijn in volle gang en dat betekent ook drukke tijden voor belangenbehartigers. In de strijd om aandacht voor visies, wensen, opinies en belangen, heeft de Waterstof Coalitie goede zaken gedaan. De brede coalitie, bestaande uit een groot aantal belangenbehartigers, netbeheerders, wetenschappelijke instituten, energiebedrijven en grootverbruikers, ziet in groene waterstof een fantastische oplossing om de uitstoot van CO2 te reduceren. Met groene waterstof wordt bedoeld dat het waterstof geproduceerd is met duurzame elektriciteit.

In een manifest wordt Nederland opgeroepen het voortouw te nemen bij het ontwikkelen van kostenefficiënte productie-installaties. Deze kosten van deze elektrolyzers zouden met 65% kunnen dalen bij grootschalige aanpak. Daarbij maakt de coalitie de vergelijking met de spectaculaire kostendaling van wind op zee vanwege de grootschalige uitrol. Een van de voordelen van groene waterstof is dat de bestaande gasleidingen gefaseerd geschikt kunnen worden gemaakt voor het transport van waterstof.


Marktprijzen

De eerste drie weken van mei stegen de olieprijzen aanzienlijk. Op 23 mei tikte brent bijna 80 USD/bbl aan. In de laatste week trad een abrupte daling op: in een paar dagen ging maar liefst 5,50 USD/bbl van de prijs af, maar lang duurde dat niet. In de laatste dagen van de maand schoot de prijs weer omhoog naar ruim 77,50 USD/bbl. Verwacht wordt dat de turbulentie in ieder geval tot 22 juni aan zal houden. Op die datum komen Rusland en Opec weer bij elkaar en in aanloop naar die bijeenkomst kan elk gerucht of uitlating prijsschommelingen veroorzaken.

Opmerkelijk is dat de Amerikaanse WTI weliswaar hetzelfde prijspatroon volgde, maar geleidelijk aan wel steeds verder achterbleef. Daarmee zet de trend van oplopende spread door. In april liep die al op van 4 USD/bbl aan het begin van de maand naar 6 USD/bbl aan het einde van de maand. Het oplopende prijsverschil is een signaal dat de mondiale oliemarkt erg krap is. Dat onder andere door het instorten van de olieproductie in Venezuela en afspraken tussen Opec en Rusland om de productie te beperken. Amerikaanse producenten springen in dat gat, maar de groei van de export kan de groei van de internationale vraag niet bijbenen.

In mei volgden de prijzen voor steenkool in grote lijnen het prijsverloop op de oliemarkt: stijging met enkele schommelingen, prijspiek rond 21/23 mei, daling en weer stijging. Echter, meer dan bij de olieprijzen sloot steenkool de maand af met duidelijk hogere prijzen dan aan het begin van de maand. Zo steeg Cal 2019 van pakweg 83 USD/ton aan het begin van de maand tot naar een kleine 88 USD/ton aan het einde van de maand. Bij kortere termijn leveringen was die prijsstijging nog sterker. Zo pluste levering in kwartaal 3 er bijna 7 USD/ton bij. Hoge vraag en problemen bij exporteurs liggen aan de prijsstijgingen ten grondslag.

In mei zette de prijs voor emissierechten de geleidelijke stijging voort tot het niveau van net boven 16 EUR/ton. In de laatste dagen van mei daalde de prijs weer ligt. Onduidelijk is of dat betekent dat emissierechten met 16 EUR/ton hun plateau hebben bereikt.

De prijzen voor elektriciteit weerspiegelen het patroon van de overige commodities, zij het dat de prijsstijging rustiger verliep. Aan het begin van de maand mei lag de prijs voor basislast 2019 rond de 43,50 EUR/MWh, piekte op 23 mei op een kleine 49 EUR/MWh en sloot de maand af rond de 48 EUR/MWh.

Ook de gasmarkt kopieerde in de maand mei de prijsontwikkelingen op de oliemarkt. Opvallend daarbij is dat de korte termijnprijzen pakweg 1,5 EUR/MWh hoger liggen dan de cal 2019 prijzen. Daarmee is zomergas dus duurder dan gas geleverd in volgende jaar. De relatief hoge korte termijnprijzen worden veroorzaakt door de blijvend hoge vraag in combinatie met onderhoud aan internationale gasleidingen. Door de koude winter zijn opslagen leger dan gebruikelijk en is veel gas nodig om de voorraden weer aan te vullen.

 

Bron: Ice-Endex

 

 

 

 



Dit vind je misschien ook interessant….