11 juni 2021

Wie wordt nummer 1 in waterstof?

Eind vorige eeuw, toen de eerste stappen richting vrije een energiemarkt werden gezet, buitelden de Europese landen over elkaar heen om de gashub van Europa te worden. In die race was het Verenigd Koninkrijk lang koploper, maar uiteindelijk trok de Nederlandse TTF aan het langste eind en momenteel is TTF wereldwijd een van de belangrijkste handelsplaatsen voor gas. Maar inmiddels dient zich een nieuwe race aan: welk land wordt de belangrijkste hub/draaischijf/rotonde voor waterstof?

In België hebben gastransporteur Fluxys, staalproducent ArcelorMittal en de federale regering de handen ineen geslagen met de Belgisch/Nederlandse grens overschrijdende North Sea Port (de havens Vlissingen/Terneuzen/Gent). De partijen willen ‘backbone-pijpleidingen’ aanleggen voor waterstof, CO2 en warmte. België, gelegen in het hart van Europa, op een kruispunt van energiestromen en tal van industriële clusters in de omgeving, is immers een ideaal land voor het exploiteren van de voordelen van waterstof, aldus de energie minister. Overigens heeft North Sea Port al samenwerkingscontracten met VoltH2 en Virya Energy voor de ontwikkeling van groene waterstoffabrieken in Vlissingen en Terneuzen, een goed uitgangspunt voor de Belgische ambities.

Begin deze eeuw was het Belgische Zeebrugge een van de grote kanshebbers In de race naar toonaangevende gashub. Dat is er dus niet van gekomen, onder andere omdat Zeebrugge werkte met een fysiek afleveringspunt. Dat houdt in dat als er een probleem is met het gastransport, de handelstransacties niet door kunnen gaan, met forse onbalans en dus hoge kosten voor handelaren als gevolg.  Nederland pakte dat anders aan, want TTF is een virtueel overdrachtspunt. Voor handelaren is dat veel aantrekkelijker, omdat ze dan minder risico’s lopen. Helemaal mooi is het als er dan ook nog een beurs aan zo’n virtueel afleverpunt wordt gekoppeld, want dat maakt het gemakkelijker om kopers en/of verkopers te vinden. Gasunie en de grote Nederlandse havens (North Sea Port inbegrepen) lijken daar lering uit te trekken, want terwijl klimaatneutrale waterstof nog in de kinderschoenen staat, wordt er wel al werk gemaakt van het opzetten van een waterstofbeurs, HyXchange gedoopt. De initiatiefnemers hebben al een beeld van de voorwaarden en producten die hiervoor nodig zijn en willen dat stap voor stap realiseren in pilots en simulaties.  

Alle inspanningen van de buurlanden ten spijt, als het aan de Bondsminister voor economie en energie ligt, dan wordt Duitsland de onbetwiste nummer 1 in waterstof, niet alleen in Europa, maar wereldwijd. Duitsland wil maar liefst 8 miljard euro uittrekken als steun voor 62 grootschalige projecten die de hele keten van productie tot gebruik moeten afdekken.

De minister verwacht daarbij dat de staatssteun door andere partijen aangevuld zal worden, waaronder 20 miljard euro vanuit het bedrijfsleven. In totaal moet er 33 miljard euro beschikbaar komen voor de Duitse waterstofstrategie. Daarbij benadrukt de minister wel dat het in wezen een Europees project betreft waar tal van landen aan deelnemen en veel van de 62 geselecteerde projecten zijn bovendien verknoopt in internationale initiatieven. Tot die verknoopte projecten behoren onder andere twee pijpleiding projecten tussen Nederland en Duitsland; een bij Groningen en een bij Limburg.

 

Frankrijk en USA samen in kernenergie

De Franse en Amerikaanse regeringen hebben afgesproken om samen nieuwe technologieën te ontwikkelen om net zero-carbon emissie te bereiken in 2050. In het bijzonder gaat het daarbij om geavanceerde en innovatieve nucleaire energie. Denk daarbij aan kleine en modulaire reactoren die kunnen bijdragen aan de uitrol van hernieuwbare energie en onder andere ook voor de productie van klimaatneutrale waterstof kunnen worden gebruikt. Een voorbeeld van zo’n innovatie is een zoutgekoelde kogelbedreactor, waarvan Amerika’s grootste elektriciteitsbedrijf een prototype gaat bouwen.

Deze reactor wordt geacht inherent veilig te zijn, onder andere omdat de koeling door middel van fluorzout onder atmosferische druk plaats vindt. De Amerikaanse regering heeft zo’n 300 miljoen dollar in het ontwikkelen van dit 50 MW prototype gestoken. Uiteindelijk moet dat leiden tot commerciële reactoren van 140 MW. Dat is pakweg 1/3 van de kerncentrale in Borssele, die weer klein is in vergelijking met moderne kerncentrales zoals die in Engeland, Finland en Frankrijk worden gebouwd. 

 

EU zet eerste stappen richting grenscorrectie voor CO2

Om de CO2-uitstoot door de industrie terug te dringen, ligt het voor de hand om deze uitstoot duurder te maken. Dat brengt echter het risico met zich mee dat de fabrieken dicht gaan waar de uitstoot duur is en de productie zich verplaatst naar plekken waar uitstoot goedkoop is. Dat speelt niet alleen binnen de Europese Unie, maar ook tussen de Europese Unie en handelspartners daarbuiten. Om dat te voorkomen, wil de Unie een buitengrens carbon correctie mechanisme opzetten. Dit is een heffing of teruggave die het emissierechten kostennadeel voor de Europese industrie compenseert. De invoering daarvan vergt echter een lange adem, niet alleen vanwege de complexiteit, maar ook vanwege internationale regels en handelsverdragen.

De verwachting is daarom dat de EU het correctiemechanisme stap voor stap zal introduceren, te beginnen met een heffing op de energie-intensieve producten staal, aluminium en kunstmest, afkomstig uit landen met lagere milieustandaarden dan de EU. Bij import zijn dan speciale certificaten nodig met een prijs gekoppeld aan de marktprijs van emissierechten in de EU. Althans, dat wordt verwacht van de voorstellen die de Europese Commissie op 14 juli zal presenteren.

Marktprijzen

Het maandelijkse overleg van de Opec+ was deze keer kort en krachtig. De eerdere afspraken over beperkte productieverhogingen (juni 0, 35 miljoen bbl/dag extra, juli 0,45 miljoen bbl/dag extra) zijn herbevestigd. Deze afspraken staan tot april 2022. Daarmee zou er voldoende olie beschikbaar moeten zijn, maar  op de middellange termijn kan weer krapte ontstaan. In de markt vertaalt zich dat in stijgende prijzen. Van een prijsniveau begin mei rond 67 USD/bbl, steeg brent begin juni richting 72 USD/bbl. De Amerikaanse WTI is pakweg 3,50 USD/bbl goedkoper.

Door hoge vraag in Azië en productieproblemen in exporterende landen, zit de prijs van steenkool in de lift. Vooral leveringen op korte termijn werden aanmerkelijk duurder, terwijl jaar vooruit slechts beperkt in prijs steeg. Dat laatste product ging van ruim 77 USD/ton beging mei naar zo’n 81 USD/ton begin juni. Leveringen in de komende maanden kwamen van min of meer hetzelfde niveau, maar stegen sneller en tikten begin juni 95 USD/ton aan.

De emissieprijzen stegen in de eerste helft van mei ruim boven 50 EUR/ton, maar overtuigend is dat niveau niet. Heel even dook de prijs zelfs weer beneden 50 EUR/ton om vervolgens fors te schommelen tussen 50 en 54 EUR/ton.

Zon en wind zorgden wederom voor het sneuvelen van productierecords van duurzame elektriciteit, wat terug te zien is in de sterk fluctuerende spotprijzen. Daarentegen waren de termijnprijzen vooral een weerspiegeling van de prijsbewegingen in de markten voor gas en emissierechten. Sterke stijging in de eerste helft van mei, diepe terugval rond 19 mei en opkrabbelende afsluiting van de maand.  Begin juni lag de prijs voor levering basislast 2022 rond de 62 EUR/MWh.

Het patroon van de gasprijzen in de maand mei komt goed overeen met dat van emissierechten en elektriciteit. Daarbij zijn leveringen in de komende maanden, met begin juni prijzen rond 26 EUR/MWh, aanmerkelijk duurder dan levering in de komende jaren. Dat heeft mede te maken met de beperkte hoeveelheid gas in opslag. Daardoor is er de komende tijd meer gas nodig om de opslagen weer te vullen.

Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….