Gazprom Energy nieuwsbrief maart 2016

07 maart 2016

Het laatste nieuws over de energiemarkt lees je in de Gazprom Energy nieuwsbrief.

DNB: De prijs van CO2 moet gaan bijten

De energietransitie houdt de gemoederen flink bezig. In Parijs zijn ambitieuze afspraken gemaakt. De temperatuurstijging moet ruim beneden de 2 graden Celsius blijven, aldus de 195 deelnemende landen. Dat vereist grote inspanningen met aanzienlijke gevolgen voor de economie. Een teken aan de wand is de sterke koersdaling van kolenbedrijven. De beurswaarde van deze bedrijven is in vijf jaar tijd pakweg 70% gedaald. Dat illustreert dat klimaatbeleid ingrijpende gevolgen kan hebben op de reële economie in het algemeen en de financiële markten in het bijzonder. Om die reden heeft recent zelfs De Nederlandse Bank (DNB) aanbevelingen voor het klimaatbeleid gepubliceerd.

De insteek van DNB is om schokken en verstoringen van markten te voorkomen. Uiteenspattende koolstofbubbels kunnen namelijk verstrekkende gevolgen hebben voor Nederlandse financiële instellingen en pensioenfondsen. Daarom breekt DNB een lans om tijdig een geloofwaardig en haalbaar pad naar een CO2-neutrale economie in te zetten. Dat beleid moet zich vooral richten op het hoofddoel: CO2 reductie. Een goede totstandkoming van prijzen voor CO2 uitstoot is daarvoor essentieel. Het systeem van emissiehandel moet daarvoor worden versterkt en uitgebreid. In de pers maakt DNB duidelijk wat daarmee wordt bedoeld: de prijs voor CO2 moet gaan bijten. Een eerste stap kan zijn het afschaffen van de vrijstelling voor energiebelasting voor grootverbruikers maar dat vereist Europese afspraken om een gelijk speelveld te creëren, aldus DNB.

Bijstook biomassa mag sluiting kolencentrales niet in de weg staan

Begin februari nam de Tweede Kamer een motie aan om bij- en meestook van biomassa in kolencentrales pas toe te staan als duidelijk is hoe de regering de CO2 uitstoot met 25% gaat verminderen. Dat is immers de opdracht die de rechter in de zogenaamde Urgenda zaak aan de regering heeft opgelegd. Sluiting van de kolencentrales zou die CO2-reductie in een klap realiseren maar dan moet zo’n sluiting wel haalbaar en betaalbaar zijn. De Tweede Kamer wilde daarom voorkomen dat toekenning van miljarden Euro’s aan SDE+ subsidies voor bij- en meestook van biomassa de sluiting van kolencentrales belemmert. Minister Kamp heeft echter laten weten slechts deels aan de wensen van de Kamer tegenmoet te kunnen komen.

Uitstel van de mogelijkheid om voor biomassa in kolencentrales subsidie aan te vragen, brengt de doelstellingen voor het aandeel duurzame energie in gevaar, aldus Kamp. Het Energieakkoord is gebaseerd op de aanname dat in 2020 25 PJ (peta joule) duurzame energie uit kolencentrales komt. Die 25 PJ duurzame energie is ook nodig om te voldoen aan de Europese eis van 14% duurzame energie in 2020. Realistische alternatieven hiervoor zijn niet beschikbaar, zo meldt Kamp. Wel wil hij SDE+ beschikkingen voor bij- en meestook enigszins conditioneel maken. Tevens wil hij de producenten meer tijd geven voor het nemen van definitieve investeringsbeslissingen. Zodoende kunnen ze wachten met investeren totdat scenario’s voor de uitfasering van kolencentrales zijn vastgesteld.

Het huidige klimaatbeleid van de EU en de weerslag daarvan in het Nationale Energieakkoord, bieden Kamp nauwelijks ruimte om andere afwegingen te maken dan doorgaan op de reeds ingeslagen weg. Daarmee illustreert hij tevens treffend dat het beleid dringend aanpassing behoeft: alle kaarten op reductie van CO2 uitstoot. Dat wordt inmiddels zelfs door De Nederlandse Bank bepleit (zie voorgaande artikel). Door de kolencentrales te vervangen door gascentrales kan de Nederlandse CO2 uitstoot significant worden verlaagt, maar de prioritiet ligt bij het aandeel duurzame energie, zelfs als dat leidt tot extra CO2 uitstoot. In de pers wordt daarom in toenemende mate gepleit om de CO2 die in biomassa is opgeslagen op dezelfde manier te behandelen als CO2 van fossiele energie.

Netbeheerders stellen voor om de calorische waarde invoeding groen gas elk uur te meten

Bij de invoeding van groen gas op regionale netten wordt momenteel geen rekening gehouden met de specifieke calorische waarde van het betreffende groene gas. De gezamenlijke netbeheerders willen dat veranderen en hebben daarom een voorstel voor een codewijziging ingediend. De bedoeling is om de calorische waarde van groen gas elk uur te meten en de meetresultaten te verwerken in de toewijzingen van geleverde en afgenomen energie. Het voorstel is vooral bedoeld om groen gas producenten nauwkeuriger te kunnen belonen voor de geleverde energie. De uurmetingen maken het echter ook mogelijk om de gemiddelde calorische waarde van gas in een regionaal net beter te kunnen berekenen.

De meeste gasmeters meten slechts het geleverde volume. Dat gemeten volume wordt vervolgens omgerekend naar Normaal kubieke meters (= Nm3), zijnde de gasinhoud van de m3 bij een temperatuur van 0 oC en 1,013 bar luchtdruk. Voor het bepalen van de hoeveelheid energie die aan verbruikers is geleverd, is het nodig ook een aanname te doen voor de energie-inhoud van de Nm3. Hiervoor wordt de gemiddelde calorische waarde gebruikt die GTS meet voor gas dat in het betreffende netgebied wordt ingevoed vanuit het landelijke net. In het wijzigingsvoorstel willen de netbeheerders die werkwijze aanpassen. De uurmetingen van groen gas maken het namelijk mogelijk om per netgebied het gemiddelde te berekenen van gas afkomstig uit het landelijke net en gas ingevoed door de groen gas producent(en).

Slimme gasmeters en de 2016 millenniumbug

Op 1 januari 2016 hield de uitlezing van zo’n 400 000 slimme gasmeters het plots voor gezien. Gasgebruik werd gewoon gemeten maar de standen werden niet meer doorgeven aan de netbeheerders door een soort millenniumbug in de software. De problemen deden zich voor met bij Iskra type 382 DSMR 2.2+ elektrameter in combinatie met de Flonidan of Landis&Gyr gasmeters, die voornamelijk in de periode 2011-2013 zijn geplaatst.

De elektrameter herkende blijkbaar het getal 2016 niet als een jaartal waardoor de date uitgifte gestaakt werd. Klanten konden daardoor geen actueel verbruiksoverzicht krijgen. Ook als ze een aanvullende applicatie zoals een display bij hun meter gebruiken, kon het zijn dat die niet goed werkte. De netbeheerders hebben hard gewerkt aan oplossingen en zijn halverwege januari begonnen met updaten van de software om de doorgifte van data weer op gang te brengen. Eind januari heeft Netbeheer Nederland laten weten dat de problemen volledig verholpen waren.

Door de problemen ontvingen netbeheerders enkele weken lang geen automatische gasgegevens meer van de getroffen 400.000 kleinverbruikers. Netbeheerders lezen normaliter eens per twee maanden de meters uit om leveranciers te informeren over het te factureren verbruik. Het uitlezen en factureren vindt gespreid over die twee maanden plaats. Bij de getroffen meters die in januari aan de beurt waren om uitgelezen te worden, kon dat dus niet. Leveranciers moesten voor de betreffende klanten kiezen tussen het sturen van een verbruiksoverzicht zonder gasstand of wachten of er een oplossing op korte termijn zou volgen.

Uiteindelijk bleek dat een maand aan meetgegevens (kwartierwaarden elektra / uurwaarden gas) definitief verloren is gegaan en dat er geen start- of dageindstanden meer uitgelezen konden worden over deze maand. Diverse leveranciers hebben als gevolg hiervan extra mensen moeten inzetten om klanten hiervan op de hoogte te brengen en zelf hun standen op te laten nemen.

Voor klanten die bijvoorbeeld een APX spot prijs product hebben, betekent dit ook dat de leverancier op basis van een fictief afnamepatroon in januari, de volume gewogen APX prijs moet bepalen. Bekijken deze klanten bijvoorbeeld de grafieken met hun dageljks/kwartierlijks afnamepatroon vanuit de slimme meter (op basis van de data die een ODA of leverancier heeft uitgelezen), dan zien zij dus niet hun echte afname patroon.

Niet alleen netbeheerders en leveranciers bleven verstoken van informatie over gasverbruik, ook onafhankelijk dienstenaanbieders (ODA) werden getroffen door het softwareprobleem. Zij konden daardoor hun dienstverlening niet naar behoren uitvoeren.

Marktprijzen

Sinds halverwege februari krabbelen de olieprijzen enigszins op. Onder andere monetaire verruiming in energiehongerig China en toenemende aandacht voor pogingen van olieproducerende landen om de productie gecoördineerd te beperken, stutten de prijzen. Na een dieptepunt van zo’n 31 USD/bbl op 11 februari moest begin maart zo’n 37 USD/bbl voor Brent worden betaald. De Amerikaans WTI lag daar een kleine 2,5 USD/bbl onder.

De kolenprijzen vertoonden in het laatste deel van februari een kortstondige opleving om vervolgens weer te dalen. Begin maart lagen de prijzen weer op hetzelfde niveau als begin februari. Ook het patroon van relatief dure korte termijn prijzen en relatief lage prijzen voor leveringen verder in de toekomst bleef in stand. Levering april ruim 45 USD/ton, levering 2019: ongeveer 38 USD/ton.

De prijzen voor emissierechten zijn gedurende februari onder druk blijven staan. Na enkele schommelingen lag de prijs begin maart rond de 5 EUR/ton. Naarmate de roep om versterking en hervorming van ETS toeneemt, lijkt de markt vooral doordrongen te worden van de zwaktes van het systeem.

Begin februari lieten de termijnprijzen voor elektriciteit wederom een daling zien. Prijzen voor basislast liggen begin maart rond de 25 tot 26 EUR/MWh. Uitzonderingen zijn levering cal 2018 rond de 24,5 EUR/MWh en levering kwartaal 4-16 net onder de 28 EUR/MWh. Prijzen voor pieklevering liggen zo’n 5 tot 7 EUR/MWh hoger dan prijzen voor basislast.

Bron: Ice-Endex



Dit vind je misschien ook interessant….