Nieuwsbrief maart 2020

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws op de energiemarkt.

13 maart 2020

Subsidievrije windparken op zee zijn niet vanzelfsprekend

Van wind op zee wordt een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming van de energievoorziening verwacht. De Noordzee biedt immers veel ruimte en de bedrijfstijd van wind op zee is met bijna 60% zowat het dubbele van wind op land. Bovendien, wind op zee is voor de regering ook aantrekkelijk omdat energiebedrijven bereid zijn zonder subsidie toch in windparken te investeren. Die bereidheid staat echter onder druk, concludeert onderzoeksbureau Afry (voorheen Pöyry) in een rapport dat is opgesteld in overleg met overheid en windsector.

Prijsscenario in de Afry studie


De essentie van het probleem is dat elektriciteitsprijzen naar verwachting sterk zullen dalen op momenten dat het waait. Dat probleem neemt toe naarmate wind op zee een groter aandeel  in de totale productie  heeft. Windexploitanten ontvangen op dit moment een prijs die pakweg 8% lager ligt ten opzichte van de marktprijs voor basislastlevering. Die zogenaamde ‘profielafslag’ neemt toe naarmate er meer windparken worden gebouwd. Die produceren immers allemaal min of meer op het zelfde moment elektriciteit en staan op andere momenten juist allemaal min of meer stil. De elektriciteit die de windexploitanten voor hun productie kunnen ‘vangen’, oftewel de ‘capture price’ in de woorden van Afry, daalt daardoor ten opzichte van de rekenkundig gemiddelde elektriciteitsprijs.

De hoogte van de profielafslag hangt niet alleen af van de omvang van wind op zee, maar ook van het gedrag van afnemers. Daarom breekt Afry een lans voor het verhogen van de vraag naar elektriciteit en vooral voor het stimuleren van ‘time shift’ bij afnemers. Door het gebruik van elektriciteit zoveel mogelijk te verplaatsen naar uren waarin de prijzen laag zijn, helpen verbruikers zichzelf en maken ze tevens de grootschalige uitrol van wind op zee aantrekkelijker. Hybride technieken zoals combinaties van gasketels en elektrische boilers of warmtepompen zijn bij uitstek geschikt voor zo’n ‘time shift’.

Belangenbehartigers NVDE en NWEA grijpen de publicatie aan om te pleiten voor meer overheidsingrijpen. Zo zou de overheid de elektrificatie van de industrie moeten bevorderen door de industrie meer zekerheden te geven. Bijvoorbeeld door investeringen in elektrificatie gelijk te laten lopen met investeringen in nieuwe windparken. De markt zou namelijk niet in staat zijn om zelf voor die afstemming te zorgen.


Februari waterstofmaand

De afgelopen weken tuimelden in binnen- en buitenland de aankondigingen om werk te maken van waterstof zowat over elkaar heen. Gasunie, Shell en Groningen Seaport presenteerden de grote blikvanger. Echter, het grootst opgezette NortH2 plan moet welbeschouwd nog in de steigers worden gezet. Ten opzichte van NorthH2 presenteerde het Belgische Fluxys een zeer bescheiden plan: Hyoffwind. Geen 1 tot 10 GW maar ‘slechts’ een 25 MW elektrolyser in de haven van Zeebrugge. Een groot verschil tussen de twee projecten is dat de haalbaarheidsstudie voor Hyoffwind al met een positief resultaat is afgesloten, terwijl die voor NortH2 nog moet beginnen. Als voldoende subsidie kan worden bemachtigd, begint volgend jaar in Zeebrugge de constructie en stroomt de groene waterstof in 2023. Dat zou twee jaar eerder zijn dan het concurrerende 50 MW Hyport project in het nabijgelegen Oostende

De grote belangstelling voor waterstof is niet beperkt tot Noordwest-Europa. Sterker nog, de belangstelling voor waterstof doet de interesse herleven om de woestijnen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten te benutten voor de productie van energie. Dat is een oude wens van Desertec Industrial Initiative, oorspronkelijk gericht op zonne-energie uit de woestijn. Transport van elektriciteit over lange afstanden is echter bijzonder kostbaar, dat in tegenstelling tot gas. Door woestijnstroom te gebruiken voor de productie van waterstof, kan het transport-knelpunt mogelijk worden overwonnen. Desertec en DEME, een van de initiatiefnemers van Hyport, onderzoeken daarom de mogelijkheid om in Oman een waterstoffabriek van 250 tot 500 MW te realiseren.

 

De rechten en plichten bij transport van elektriciteit

De ‘krapte op het stroomnet’ staat volop in de belangstelling. Begrijpelijk, want een zonnepark zonder transportcapaciteit kan de stroom niet kwijt en een datacenter kan zonder stroom geen data verwerken. Helaas maakt de wet- en regelgeving niet goed duidelijk wat de rechten en plichten van netbeheerders en aangeslotenen zijn en dus moet de rechter uitkomst bieden. Want in de praktijk zijn bepaalde manieren van werken ingesleten, maar nu puntje bij paaltje komt, wordt het zaak om de rechtmatigheid daarvan te testen. Dat betreft bijvoorbeeld het door de netbeheerder reserveren van transportcapaciteit voor partijen met een aansluitovereenkomst.

Het is gebruikelijk dat netbeheerders de haalbaarheid van transportaanvragen beoordelen door te kijken naar het verschil tussen beschikbare capaciteit en de som van de reeds gecontracteerde capaciteit. Die werkwijze waarbij uitsluitend naar de ‘statische capaciteiten’ wordt gekeken, is niet langer houdbaar. Het Gerechtshof van Arnhem laat namelijk een eerdere gerechtelijke uitspraak intact, waardoor Netbeheerder Liander moet kijken naar de dynamische capaciteit. Oftewel, niet de som van de gecontracteerde capaciteiten telt, maar het daadwerkelijk te verwachten gebruik ervan. De gevolgen van die uitspraak kunnen verstrekkend zijn. Eenmaal gecontracteerde capaciteit is namelijk niet langer heilig, want als de capaciteit niet wordt gebruikt, dan moet de netbeheerder deze desnoods inzetten om aanvragen van nieuwkomers honoreren. De gebruikelijke werkwijze van ‘first comes, first served’ wordt zodoende ingeperkt tot de capaciteit die daadwerkelijk fysiek wordt benut.

 

Marktprijzen

Door de coronacrisis is de vraag naar olie sterk teruggelopen en dat heeft een behoorlijk groot effect op de prijzen. Van een kleine 60 USD/bbl halverwege februari, daalde brent  snel tot beneden 50 USD/bbl eind februari. In de eerste dagen van maart leek de prijs vooral op zoek naar richting. Opec vergaderde in Wenen en probeerde overeenstemming te bereiken om de productie fors terug te schroeven. Daarbij is het voor Opec essentieel dat ook niet-Opec producenten de oliekraan terugdraaien, maar dat plan is mislukt. De oliemarkt bevindt zich daardoor in onbekende wateren. De prijs voor Brent daalde na het bekend worden van de mislukking bijna 10%. De grote vraag is: hoe nu verder? Wordt het weer ieder voor zich?   

Sinds halverwege februari dalen de kolenprijzen, maar die daling is gematigder dan bij olie. Van een ruime 61 USD/ton daalde ‘levering 2021’  naar ruim 57 USD/ton begin maart. Leveringen in de komende maanden zijn pakweg 10 USD/ton goedkoper.

Net als in januari bewogen de emissieprijzen zich tussen ruim 23 EUR/ton en ruim 25 EUR/ton. Halverwege de maand deed zich een piek voor, gevolgd door een daling die mede door de veiling van Britse emissierechten werd veroorzaakt. Gelet op het feit dat Brexit de markt voor emissierechten al lang in de greep houdt, was die daling relatief bescheiden.

In tegenstelling tot de olieprijzen lijkt de elektriciteitsmarkt haast immuun te zijn voor het coronavirus. Levering basislast 2021 schommelde tussen 40 en 43 EUR/MWh. Het patroon kwam daarbij wel overeen met de olieprijzen, maar dan veel gematigder. Wel liep de kloof tussen leveringen in de komende maanden en levering 2021 iets op. Begin februari was die kortere termijn zo’n 7 EUR/MWh goedkoper, begin maart was dat opgelopen tot 9 EUR/MWh.

Gasprijzen vertoonden in februari hetzelfde beeld als elektriciteit. Geringe stijging in de eerste helt van de maand, geringe daling in de tweede helft. Globaal lagen de prijzen begin en eind van de maand op hetzelfde niveau. Vooral prijzen voor levering op korte termijn zijn laag: pakweg 9 EUR/MWh.

 

Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….