09 maart 2021

Brengt stikstof de Belgische afschaffing van kernenergie in gevaar?

De stikstofproblematiek houdt de gemoederen in Nederland behoorlijk bezig. Veel natuurgebieden hebben ernstig te lijden onder de overmaat van NOx en NH3, stoffen die onder andere vrijkomen bij verbranding van brandstoffen en door veeteelt. Omdat die uitstoot teruggedrongen moet worden is het lastig om nieuwe economische activiteiten toe te staan en stokt het proces van vergunningverlening. Met een spoedwet, waarover de Eerste Kamer op 9 maart stemt, wil de regering de problemen aanpakken. Het is nog niet duidelijk of dat haalbaar is.  Nederland is niet het enige land dat met deze problemen worstelt.  In België komt mogelijk zelfs de geplande afschaffing van kernenergie door stikstofproblemen in gevaar.

Net als Nederland hanteerde ook Vlaanderen een soort PAS constructie. Dat houdt in dat nieuwe activiteiten met een relatief geringe stikstofuitstoot worden gedoogd en bij activiteiten die wel impact hebben, vooruitgelopen mag worden op toekomstige (en dus onzekere) reducties van de uitstoot. In 2018 concludeerde het Europese Hof van Justitie dat deze constructie in strijd was met de habitatrichtlijn. In 2019 volgde de Nederlandse Raad van State die conclusie door PAS buiten werking te stellen. Vlaanderen komt inmiddels tot dezelfde conclusie en wil voor de zomer nog met een stikstofplan komen.

Opmerkelijk is dat de verantwoordelijke Vlaamse minister de evaluatie van het luchtbeleidsplan wil vervroegen.

Daarmee doorkruist ze de federale regering die graag nieuwe gascentrales ziet verrijzen om het sluiten van vijf kernreactoren mogelijk te maken. Die gascentrales zullen ongetwijfeld stikstofoxides uitstoten en daarmee bijdragen aan de toch al te hoge uitstoot. Dit brengt zodoende mogelijk de bouw van gascentrales in gevaar en raakt daarmee de beoogde afschaffing van kernenergie op de zwakste plek: leveringszekerheid!

Verzet gemeente tegen zonnepark slaagt

De energietransitie verloopt niet zonder slag of stoot. Ontwikkelaars van wind- en zonneparken kunnen daarover meepraten want menig project doorloopt een scala aan rechtsprocedures. Bij de Raad van State vangen bezwaarmakers echter meestal bot. Als een vergunning eenmaal is afgegeven, dan zijn argumenten als gebrek aan draagvlak, oprukkende verstedelijking en vage communicatie door ontwikkelaar en/of gemeente nutteloos. Echter, als de vergunning nog niet is afgegeven, dan ligt dat anders. De gemeente, als bewaker van een goede ruimtelijke ordening, is dan verre van machteloos. Dat blijkt uit een nieuwe uitspraak van de Raad van State.

In de gemeente Leudal, gelegen ten oosten van Weert, is het juist de initiatiefnemer die bot ving. De gemeente weigerde om het bestemmingsplan aan te passen om een zonnepark van 40 ha mogelijk te maken. Als weigeringsgrond voerde de gemeente de hoge landschappelijke- en natuurwaarde van het betreffende bosrijke en kleinschalige gebied aan.

De huidige bestemming van de betreffende percelen is ‘sport- golfbaan’, een bestemming die volgens de gemeente een natuurlijke overgang vormt tussen agrarisch gebruik en natuur. De aangevraagde grootschalige en gebiedsvreemde zonneweide past daar niet in. Weliswaar kan een bestemmingsplanwijziging door een initiatiefnemer worden afgedwongen, maar het project voldeed niet de voorwaarden die daarvoor gelden.  

Campagne voor groene waterstof verhult kansen blauwe waterstof

De periode voorafgaand aan Tweede Kamer verkiezingen leent zich uitstekend voor het indienen van verlanglijstjes. Het pleidooi van de Waterstofcoalitie voor een overheidsinvestering van 2,5 miljard in de waterstofketen, past daar goed in. Een prettige bijkomstigheid is dat waterstof door bijna alle partijen wordt omarmd als duurzame kanshebber. De Waterstofcoalitie wil die eensgezindheid verzilveren door de toekomstige regering een Waterstofpact te laten opnemen in het regeerakkoord.  Op een prominente plek staat de behoefte aan een opschalingsregeling voor de productie van waterstof met behulp van wind- of zonne-energie (electrolyse). Daarvoor vraagt de coalitie om een forse opschaling van de productie van duurzame elektriciteit, zodat in 2030 3000 tot 4000 MW waterstof-productiecapaciteit van groene stroom kan worden voorzien.

Minder prominent aanwezig in de oproep zijn de benodigde bouwstenen voor transport- en opslag, maar mogelijk zijn deze juist heel belangrijk, omdat ze ook gebruikt kunnen worden voor zogenaamde blauwe waterstof. Dat is waterstof gemaakt met aardgas waarbij de vrijkomende CO2 wordt afgevangen en opgeslagen.

Voor die CO2-opslag zijn lege gasvelden nodig, liefst offshore om verzet van omwonenden te vermijden. Juist op dat vlak heeft Nederland sterke kaarten in handen om tot de Europese kopgroep te behoren, want Nederland is een gasnatie bij uitstek. Daarentegen is het niet heel waarschijnlijk dat het kleine en dichtbevolkte Nederland in de komende jaren voldoende duurzame elektriciteit kan opwekken om in de directe stroombehoefte te voorzien, laat staan om daarenboven ook nog overschotten te produceren die in groene waterstof kunnen worden omgezet.

Marktprijzen

De economie komt langzaam weer op gang en dus stijgt de vraag naar olie. Zoals het er nu uitziet, leidt die stijgende vraag vooralsnog niet tot een hogere productie. Vooral Saoedi Arabië zou voorzichtig zijn met het weer open draaien van de oliekraan, hetgeen de markt nogal verraste. Als gevolg daarvan stijgen de prijzen. Brent kostte begin februari nog zo’n 56 USD/bbl, maar steeg donderdag, 4 maart, in korte tijd tot ruim boven 67 USD/bbl . Het Amerikaanse WTI is een kleine 3 USD/bbl goedkoper.

Prijzen voor steenkool lieten gedurende februari nogal wat schommelingen zien. De koude periode in de eerste helft van de maand duwde prijzen omhoog, maar dat was van korte duur. Vooral levering de volgende maand/kwartaal daalde sterk, terwijl levering in 2022 zich redelijk snel herstelde van de daling en die zelfs omzette in een stijging. Levering basislast 2022 schommelde begin februari rond de 66 USD/ton en begin maart rond de 69 USD/ton. Met prijzen rond de 65 USD/ton bleven leveringen op de kortere termijn daar significant bij achter.

Ook in februari deden de opmerkelijkste prijsbewegingen zich voor bij emissierechten. Begin februari schoten de prijzen van zo’n 33 EUR/ton omhoog richting 38 EUR/ton om daarna nog door te klimmen tot net boven 40 EUR/ton. Vanaf halverwege de maand werden de prijzen iets gedrukt, onder andere door aanstaande veilingen. Eind februari, begin maart, schommelde de prijs tussen 37 en 38 EUR/ton.

Begin februari stegen de elektriciteitsprijzen rap. Basislast maand vooruit steeg van 50 EUR/MWh naar dik 54 EUR/MWh. Eind februari waren de prijzen gedaald tot beneden 47 EUR/MWh. Leveringen kwartaal en jaar vooruit stegen minder en vielen daardoor ook minder diep. Basislast jaar vooruit wist zelfs rond de 50 EUR/MWh te blijven.

Net als bij kolen en elektriciteit was er bij gas in de eerste helft van februari een piek. Bij de jaarcontracten was die relatief bescheiden, maar de prijzen voor leveringen op de korte termijn stegen aanmerkelijk, van zo’n 18 EUR/MWh naar ruim 20 EUR/MWh. Die piek was echter van korte duur. In de tweede helft van de maand kabbelden de prijzen tussen 16 en 17 EUR/MWh.

Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….