Gazprom Energy Nieuwsbrief mei 2015

11 mei 2015

Afscheid van een era: historische trendbreuk in het Nederlandse gasbeleid

Volgend jaar komt er een nieuw gasbeleid. Minister Kamp heeft dat al verschillende malen gemeld. De Tweede Kamer laat echter geen gelegenheid onbenut om bij de Minister duidelijkheid af te dwingen. De Kamer tolereert geen pappen en nathouden meer. Lang hield de minister nog de mogelijkheid open om op een later moment nog keuzes te kunnen maken. Dient import van gas als aanvulling op een basisvoorziening met Nederlands gas of, omgekeerd, dient import als basisvoorziening waarbij Nederlands gas vooral bijspringt als de vraag hoog is? Die keuzeruimte is er niet langer: import gaat dienen als basisvoorziening. Alleen over de exacte winningsplafonds is nog niets bekend.

De Kamerdebatten over ‘Groningen’ zijn vaak fel en soms emotioneel. Door alle aandacht voor de aardbevingen werd eraan voorbij gegaan dat de wijziging van het gasbeleid, in historisch perspectief, verstrekkend is. Op 11 juli 1962 informeerde de toenmalige Minister van Economische Zaken, de heer De Pous, de Tweede Kamer over proefboringen bij Slochteren. Deze hadden uitgewezen dat de winbare hoeveelheid gas geen 60 mrd m3 bedroeg, zoals eerder verondersteld, maar zeker wel de 150 mrd m3 zou halen, mogelijk misschien zelfs 400 mrd m3. Wat te doen met die voorraad? Gevreesd werd immers dat door de ontwikkeling van voorzieningen zoals kernenergie, aardgas op  lange termijn zijn relatieve waarde zou verliezen. Die vrees droeg er toe bij dat Nederland haast had bij het benutten van het gas. Op zijn beurt zorgde die haast er voor dat vanuit Nederland de continentale gasmarkt werd uitgerold.

 Het Groningse gasveld bleek alsmaar groter. Bovendien kon Gronings gas uiterst flexibel worden geproduceerd. Die flexibiliteit kon worden benut om gas afkomstig uit ver weg gelegen en/of inflexibele velden, goed in te passen. Zodoende werd Groningen de kurk waarop de Europese gasmarkt dreef: grote volumes en veel flexibiliteit. Momenteel zit er nog steeds veel meer winbaar gas in het Groningenveld dan waarop Minister de Pous in 1962 had durven hopen. De beleidswijziging van Minister Kamp bevestigt echter dat, na ruim een halve eeuw, het Groningenveld  niet langer de kurk is waarop de gasmarkt drijft. De toekomst is aan import en lokale opslag, maar ongetwijfeld zal “Groningen” ook nog lange tijd een belangrijke rol blijven spelen. Verwacht kan worden dat de Minister en de Tweede Kamer in de komende maanden daar nog de nodige debatten aan zullen wijden.

Toezichthouders beloven betere benutting gasinfrastructuur

Op de elektriciteitsmarkt wordt de grensoverschrijdende transportcapaciteit tot het laatste moment geoptimaliseerd. Door de zogenaamde marktkoppeling via de beurzen, zijn de marktprijzen in de deelnemende landen bepalend voor hoeveel van de beschikbare capaciteit in welke richting wordt gebruikt. Reserveren van capaciteit door marktpartijen ‘voor het geval dat’, is er bij elektriciteit niet bij. Binnenkort neemt de kwaliteit van die optimalisatie nog verder toe. Momenteel is de totale beschikbare capaciteit statisch verdeeld over aangrenzende landen:  pakweg 2/3van de beschikbare capaciteit is toegewezen aan de Nederland-Duitsland grenspunten en 1/3e aan de koppelingen tussen Nederland en België. Eind mei wordt die statische toewijzing vervangen door een dynamische toewijzing. Als bijvoorbeeld prijzen in Duitsland laag zijn en in België op hetzelfde niveau als Nederland, dan wordt in het nieuwe systeem van ‘flow based capacity allocation’, zoveel mogelijk ruimte gegeven aan import vanuit Duitsland.

De werkwijze op de gasmarkt staat in schril contrast met die in de elektriciteitsmarkt. Op de gasmarkt is het juist standaard dat marktpartijen grenscapaciteit reserveren ‘voor het geval dat’.  Het gebruik van gas is sterk afhankelijk van de buitentemperatuur en dus willen importeurs ruimte hebben om meer gas te importeren als de vraag hoog is. Echter, dat gegeven hoeft op zichzelf een optimalisatie zoals in de elektriciteitsmarkt gebruikelijk is, niet in de weg te staan. Er is dus meer aan de hand.

Van oudsher sloten gasproducenten en de grote gasbedrijven onderling capaciteitscontracten af. Immers, extra vraag naar gas werd opgevangen door het uiterst flexibele Groningenveld. Om te kunnen leveren bij hoge vraag moesten partijen wel over transportcapaciteit kunnen beschikken. De rol van Groningen als swing supplier van Noordwest Europa neemt echter snel af. In plaats daarvan hebben veel landen fors geïnvesteerd in gasopslag en flexibele aanvoer van elders, zoals in de vorm van LNG. Die wijziging van werkwijze maakt het mogelijk om grenscapaciteit niet langer als een strategisch goed te behandelen. Dat is precies waar de toezichthouders in Nederland, België en Verenigd Koninkrijk aan werken.  Op termijn willen ze het achter de hand houden van capaciteit  beperken zodat deze capaciteit beschikbaar komt voor partijen die er wel gebruik van willen makken. 

Demand response advies aan topsector energie

De Top Sector Energie heeft de mogelijkheden van eindverbruikers om flexibel in te spelen op prijsschommelingen in de elektriciteitsmarkt in kaart gebracht. In het algemeen wordt verwacht dat door toename van opgesteld vermogen aan zonnepanelen en windturbines, de dynamiek op de dag vooruit, intraday en onbalansmarkt sterk zal stijgen. Ook kunnen transportproblemen vaker gaan optreden. Daaruit vloeien echter ook kansen voort en als eindverbruikers die kansen gaan benutten, kunnen problemen met leveringszekerheid worden voorkomen, zo is de gedachte. Dat betekent dat er veel aandacht is voor de welhaast spreekwoordelijke wasmachine die door de APX-prijzen wordt aangestuurd. Echter, wat het rapport vooral bijzonder maakt is dat er veel aandacht is voor de kansen die er bij de industrie liggen. Daar kunnen overschotten elektriciteit worden benut om warmte of stoom te maken om op die momenten gas uit te sparen. 

Marktprijzen 

De olieprijzen zijn in april vrij consequent gestegen. De relatief lage olieprijzen van de afgelopen tijd hebben hun sporen achtergelaten op de winstgevendheid van menig olie- en gasbedrijf en eveneens de aantrekkelijkheid van investeringen in nieuwe olieproductie aangetast. Gedragen door die afnemende groei van productie in met name de VS, stegen dus de olieprijzen in april met ruim tien procent tot zo’n 66 $/bbl voor Brent die in juni geleverd wordt. De zwakke dollar en aanhoudende spanningen in het Midden Oosten droegen daar aan bij. Verwacht wordt dat de stijging niet echt door zal zetten. Daarvoor zijn de voorraden evenals het productieniveau nog te hoog.De kolenprijzen gingen in april enigszins in lijn met olieprijzen omhoog. Echter, procentueel stegen de kolenprijzen met slechts een paar procent veel minder sterk. Levering 2016 begon de maand met ongeveer 57 $/ton en sloot de maand af op zo’n 57,60 $/ton.Na aanvankelijke daling raakten CO2 prijzen eind april weer in de lift. Noteerden de emissierechten begin april zo’n 7,20 EUR/ton voor levering Dec 2015, eind april was die prijs met pakweg 5% gestegen tot 7,50 EUR/ton. De stijging vloeide voort uit de verwachting dat een akkoord over de stabiliteitsreserve binnen handbereik ligt. De datum waarover lidstaten het eens lijken te zijn is 1 januari 2019. Dat zou een compromis tussen het ambitieuze Europese parlement (zo snel mogelijk) en de weinig ambitieuze Europese Commissie  (2021 is vroeg genoeg) mogelijk kunnen maken. Echter, voordat er een definitieve afspraak ligt, kan deze discussie nog verschillende keren zorgen voor prijsschommelingen in de markt voor emissierechten.De termijncontracten voor elektriciteit met levering in de komende jaren daalden in april licht, zonder duidelijk aanwijsbare reden. Contracten voor levering in de komende zomer daarentegen daalden aanzienlijk en in belangrijke mate in lijn met de daling van gasprijzen voor diezelfde leveringsperiode. Overigens zorgde het fraaie weer begin april voor een kijkje in wat mogelijk de toekomst van spotprijzen gaat worden. In Duitsland gaf de EEX day ahead market voor levering op maandag 6 april een prijs voor peak load die duidelijk beneden de prijs voor base load lag. Op uurbasis waren de verschillen uiteraard groter met een prijs net boven de 15 EUR/MWh voor uur 16 en zowat het dubbele voor uur 23. In Nederland zal dat niet zo’n vaart lopen, maar het is een fenomeen dat langzaam maar zeker ook op de APX intrede zou kunnen doen.De termijn prijzen voor TTF gas bleven in april redelijk stabiel. Het meest opvallende is dat de normale schaarste verhouding weer terug is: jaren dicht bij zijn goedkoper dan jaren wat verder weg. Op de korte termijnmarkt daarentegen daalden de prijzen aanzienlijk. 

Bron: ICE-index



Dit vind je misschien ook interessant….