07 mei 2019

Regering probeert daling gasproductie af te remmen

Een jaar gelden kondigde de regering aan om het investeringsklimaat voor gasproductie uit kleine velden te willen verbeteren. Grote gasproducenten keren de Nederlandse gasvelden namelijk de rug toe en het aantal nieuwe boringen blijft achter bij de verwachting. Dat kan tot gevolg hebben dat bepaalde gasvelden nooit tot ontwikkeling worden gebracht, want als platforms en gasleidingen in de buurt van gasvoorkomens eenmaal worden opgeruimd, komen ze niet meer terug, is de gedachte. Daarom wil de regering het zoeken naar en winnen van gas in de Nederlandse sector net zo aantrekkelijk maken als in aanpalende gebieden van het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen. Die plannen hebben inmiddels concreet vorm gekregen in een wetsvoorstel dat ter consultatie is gepubliceerd. In het voorstel wordt de investeringsaftrek voor producenten verhoogd van 25% naar 40%. Bovendien worden diverse technische voorwaarden voor de toekenning van de aftrek geschrapt, zodat producenten er ook op kunnen rekenen dat ze van de aftrek gebruik kunnen maken.  

De regering verwacht dat de regeling in totaal leidt tot een extra productie van 22 - 37 miljard m3. Afhankelijk van de ontwikkeling van marktprijzen kan dat wel tot ruim een half miljard euro aan extra inkomsten voor de schatkist betekenen, aldus het concept van de memorie van toelichting. Of de regering met de fiscale stimulans het doel bereikt is afwachten, want gasproducenten lopen tegen meer barrières aan dan alleen een relatief laag rendement op investeringen.

Zo is in 2017 op zo’n 20 kilometer ten noorden van Schiermonnikoog een redelijk groot gasveld ontdekt. Gas dat qua samenstelling lijkt op Groningsgas en daardoor kan bijdragen aan een verdere verlaging van de gasproductie in de door aardbevingen geplaagde provincie. Daardoor zou mogen worden verwacht dat het betreffende gas met spoed aan land gebracht wordt, maar dat is niet het geval, mede door procedures die bijzonder veel tijd vergen.

Hernieuwde belangstelling voor koppeling tussen Europese stroommarkt en Noord–Afrika

Italië en Tunesië praten al decennia over de constructie van een stroomverbinding tussen beide landen. Oorspronkelijk zou Tunesië stroom naar Italië exporteren, maar de economische crisis gooide een kleine tien jaar geleden roet in het eten. Inmiddels is er veel veranderd. De integratie van nationale markten tot één Europese markt gaat rap. Door de energietransitie verandert ook de uitdaging voor de toekomst en wel in de richting van de vraag hoe fluctuerende en weersafhankelijke productie het beste kan worden ingepast. Koppeling van markten over grotere afstanden lijkt een belangrijk deel van het antwoord te gaan uitmaken.

Daarom is het gunstig dat de regeringen van Italië en Tunesië, met financiële steun van de Wereldbank, de draad voor een interconnector weer oppakken, zelfs nu de oude plannen van export door Tunesië niet haalbaar zijn.

Immers, als twee sterk uiteenlopende markten gekoppeld worden, dan kunnen beide zijden juist profijt hebben van de onderlinge verschillen. In Tunesië neemt de vraag naar stroom snel toe en Italië kan daar dan dreigende overschotten kwijt, terwijl Tunesië kan bijspringen als Italië onvoldoende productie heeft. Uiteindelijk profiteert daar de hele Europese markt van. 

Extra importcapaciteit voor gas in de maak

In 2017 heeft Gasunie marktpartijen gevraagd om eventuele interesse in extra grensoverschrijdende transportcapaciteit kenbaar te maken.  Uit die consultatie bleek dat er op de Nederlands-Duitse grens inderdaad vraag is naar deze zogeheten incrementele capaciteit. Om de uitbreiding mogelijk te maken, heeft Gasunie een projectvoorstel gemaakt dat pas geleden door de toezichthouder is goedgekeurd. Echter, voordat Gasunie gaat bouwen, moeten geïnteresseerde marktpartijen zich eerst financieel binden aan de afname van de capaciteit.

De capaciteit wordt daarom in juli 2019 geveild en als die veiling slaagt, dan kan met bouwen worden begonnen.  Met het project is ongeveer 8 miljoen euro gemoeid voor nieuwe verbindingen tussen Oude Statenzijl en Bunde en een nieuwe verbinding bij station Emden. De extra importcapaciteit moet in 2025 beschikbaar zijn.

Verbreding SDE+ biedt verbruikers kansen

In het regeerakkoord werd het idee gelanceerd om de succesvolle subsidieregeling voor de productie van duurzame energie, de SDE+, uit te breiden tot een regeling die ook andere vormen van CO2-reductie stimuleert. Dat klinkt eenvoudig, maar is het niet. Opgewekte hoeveelheden duurzame energie kunnen namelijk eenvoudig worden gemeten, maar bij ‘uitgespaarde CO2’ is dat veel moeilijker. Ondanks dat, begint de nieuwe regeling langzaam aan vorm te krijgen, zo blijkt uit een Kamerbrief van minister Wiebes. De minister vindt het essentieel dat de nieuwe regeling in alle opzichten zo dicht mogelijk bij de bestaande SDE+ blijft. Aan die bestaande regeling zullen al in 2020 nieuwe technieken worden toegevoegd die voor een exploitatiesubsidie in aanmerking komen.

De minister heeft daartoe aan PBL gevraagd in het jaarlijkse SDE advies diverse vormen van warmteproductie mee te nemen, zoals thermische solar en compost. Een grote kanshebber is de elektrische boiler, oftewel power to heat.

Naast tal van vormen van warmteproductie wil de minister de SDE in 2020 eventueel openstellen voor afvang en opslag van CO2 en voor waterstofproductie. Daarnaast wil de minister diverse studies laten uitvoeren om na 2020 de lijst met subsidiabele technieken verder te kunnen uitbreiden.

Marktprijzen

De olieprijzen stegen in de loop van april geleidelijk om tegen het einde van de maand plots te dalen en daarna weer op te krabbelen. Die laatste stijging wordt mede veroorzaakt door beperkingen in de export van Russische olie . Brent steeg van zo’n 69 USD/bbl aan het begin van de maand april tot rond de 72 USD/bbl begin mei. De kloof tussen brent en het goedkopere WTI nam ligt toe van zo’n 7 USD/bbl begin april tot zo’n 9 USD/bbl begin mei..

De prijzen voor steenkool kwamen in de maand april maar weinig van hun plaats. Levering cal 2020 schommelde tussen 70 en 75 USD/ton en eindigde de maand april nagenoeg op het zelfde niveau als begin april: ongeveer 71 USD/ton.

Bij emissierechten worden af en toe nieuwe hoogtepunten verkend. Zakte de prijs eind maart nog terug tot zo’n 22 EUR/ton, inmiddels ligt de prijs al langere tijd duidelijk boven 25 EUR/ton en is zelfs een kleine 27,50 aangetikt. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de handel dun is, zodat relatief kleine transacties al snel een merkbare invloed op de marktprijzen hebben.

Op de elektriciteitsmarkt deden zich in de eerste week van april duidelijke prijsstijgingen voor en vervolgens bleven de prijzen hangen op dat hogere niveau. Dat in lijn met de prijsbewegingen in de gasmarkt en prijzen voor emissierechten. Levering basislast in jaar 2020 bracht begin april ruim 48 EUR/MWh op en kostte begin mei ruim 52 EUR/MWh.

Na een forse stijging in de eerste week van april zakten de gasprijzen gedurende de rest van de maand weer langzaam omlaag. Dat vanwege toename van het aanbod en het einde aan het stookseizoen. Echter, aankondigingen van het einde van het stookseizoen lijken enigszins voorbarig en begin mei sloeg de richting van de prijsontwikkeling om.

 

Bron: Ice-Endex

 


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….