29 april 2022

LNG-terminals maken overuren, maar UK kan het gas niet goed kwijt

De Noordwest-Europese LNG-terminals draaien allemaal voluit en maken daarmee de aanvoer van record hoeveelheden vloeibaar aardgas mogelijk. Vrees voor het afsluiten van de gasaanvoer vanuit Rusland heeft de vraag naar LNG tot grote hoogte opgestuwd. Daarbij kan Europa zich gelukkig prijzen dat de gebruikelijke Aziatische afnemers van LNG momenteel beschikken over grote voorraden en een sterk verminderde behoefte hebben vanwege corona-maatregelen. Sommige Aziatische kopers van LNG zijn daarom blij het gas voor aantrekkelijke prijzen naar Europa te kunnen laten afvaren. Beschikbaarheid van terminal-capaciteit vormt echter een flessenhals. Bloomberg rapporteert dat sommige LNG-leveranciers zelfs forse kortingen aanbiedingen om hun lading toch zo snel mogelijk in een Europese haven te kunnen laten aanlanden. Die kortingen lopen op tot wel meer dan 20% van de TTF-prijs, kortingen die mogelijk nog verder op kunnen lopen, want stilliggende LNG-tankers kosten ook veel geld.

Een LNG-terminal bestaat in wezen uit drie delen. Ten eerste het ontvangstgedeelte: de aanlegsteigers, leidingen en afsluiters om vloeibaar gas uit de tanker te halen. Ten tweede de opslagfaciliteit en ten derde het vergassingsgedeelte: opwarmen en injecteren in het hogedruk gasnet. Dat laatste is uiteraard alleen mogelijk als er ook werkelijk vraag is naar aardgas. In Nederland zal dat niet snel een probleem zijn vanwege de grote ondergrondse opslagen die bij lange na nog niet voldoende zijn gevuld. Het Verenigd Koninkrijk beschikt echter nauwelijks over opslag, terwijl het wel royaal voorzien is van LNG-terminals. De tanks bij die terminals kunnen echter slechts een beperkte hoeveelheid LNG bergen. In de winter is dat niet erg, want dan is de behoefte aan gas voor verwarming hoog, maar nu het stookseizoen ten einde loopt, kan de UK meer gas importeren dan nodig is. Omdat LNG-leveranciers toch zo snel mogelijk willen ontladen, daalt de gasprijs in de UK fors ten opzichte van de TTF-prijzen, met kortingen tot wel 30%.

Nederland gaat het tekort aan LNG-capaciteit opvangen door het ontvangstgedeelte van de Rotterdamse Gate Terminal te verbeteren en tevens door in de loop van de zomer een drijvende LNG-terminal in Eemshaven af te meren.

Beide maatregelen zijn samen goed voor potentieel 8 miljard m3/jaar extra, oftewel 20% van het Nederlandse verbruik. De kosten van de drijvende terminal worden geschat op 200 miljoen euro voor een periode van 5 jaar. Die kosten worden in eerste instantie gedragen door Gasunie, maar de regering heeft voorgesteld om de begroting voor 2022 zodanig aan te passen, dat de Staat voor 160 miljoen euro garant kan staan.

 

Onderzoek naar geologische eindberging in Belgische klei viert 40ste verjaardag

Nu kernenergie weer volop in de belangstelling staat, neemt ook de aandacht voor langdurige opslag van hoogradioactief afval toe. Zo kregen de recente ingebruikstelling van de Finse en de vergunningverlening voor de Zweedse eindbergingen in graniet, goede publiciteit. Aan deze projecten is 40 jaar gewerkt, een periode die niet op toeval berust. Immers, in de jaren ’70 werden de eerste grote commerciële kerncentrales gebouwd en al snel daarna brandde de discussie over het afvalprobleem los en werden fondsen vrijgemaakt voor onderzoek naar oplossingen. Helaas beschikken niet alle landen over stabiele granietformaties dicht aan de oppervlakte, zoals in Scandinavië. In Nederland wordt daarom gedacht aan opslag in zoutkoepels terwijl Duitsland oude zoutmijnen op het oog heeft (welke nu al volop in gebruik zijn voor eeuwig giftig kwik en chemisch afval). België daarentegen graaft al 40 jaar in zachte klei.

In de jaren ’80 is er een uniek ondergronds laboratorium uitgegraven en sindsdien wordt er op klein- en grootschalige schaal geëxperimenteerd. Die veertigste verjaardag leverde zelfs ministeriële felicitaties op. Volgens de Belgische minister van Energie zal de ontmanteling, het beheer en de berging van bestraalde brandstoffen namelijk: “het langste, duurste en meest delicate project zijn dat ons land ooit heeft gekend”. 

 

België verzet zich tegen Frans offshore windpark

Frankrijk wil voor de kust van Duinkerken een groot offshore windpark realiseren, maximaal 46 turbines van mogelijk 11 MW per stuk. De gekozen locatie is echter vrij bijzonder, want het valt binnen de Franse territoriale wateren, maar het luchtruim wordt door België gecontroleerd. De projectontwikkelaars roemen de locatie: stevige wind en een geschikte zeebodem.

Dat laatste is vrij bijzonder voor Frankrijk, want het grootste deel van de Franse zeewateren is te diep voor windturbines op funderingen. Bewoners van de naastgelegen Belgische kustgemeenten De Panne, Koksijde en Nieuwpoort zijn echter bang voor visuele hinder en de haven van Oostende vreest hinder voor de scheepsvaart met Engeland. België wil daarom dat het park 5 kilometer verder de zee op wordt aangelegd, maar Frankrijk werkt daar niet aan mee. Na zes jaar soebatten over mogelijke oplossingen, vind België het welletjes en dient een klacht in bij de Europese Commissie tegen de Franse plannen.

 

Marktprijzen

Vrees voor vraaguitval door massale lock-downs in China wedijvert in de oliemarkt met vrees voor uitval van aanvoer vanuit Rusland. Vooralsnog lijken beide krachten elkaar min of meer in evenwicht te houden, want de prijsschommelingen bleven in april beperkt tot een paar procent omhoog en omlaag. De prijs voor brent begon april rond 110 USD/bbl en sloot de maand iets lager af, rond 106 USD/bbl.

De importstop voor kolen uit Rusland, die in augustus van kracht wordt, en vooral de hoge gasprijzen, duwden de steenkoolprijzen fors omhoog. Na 20 april ontspande de markt en daalden de prijzen. Opmerkelijk daarbij is dat vooral leveringen in de komende maand en kwartaal daalden, nagenoeg tot het niveau van pakweg 260 USD/ton waarmee de maand begonnen was. Bij levering 2023 bleef de daling daarentegen vrij beperkt. Daardoor is het grote gat tussen korte termijn en lange termijn, begin april nog dik 80 USD/ton, eind april afgenomen tot een kleine 50 USD/ton. De prijs voor jaarvooruit lag end eind april rond 222 USD/ton

De prijs voor emissierechten schoot 20 april plots fors omhoog, om enkele dagen later weer fors te dalen. Al met al lag de prijs eind april op hetzelfde niveau als eind maart: 81 EUR/ton. De prijspiek van enkele dagen wordt gekoppeld aan de noodzaak voor deelnemers aan het handelssysteem om eind april over voldoende rechten te beschikken om de emissie van het afgelopen jaar af te dekken. 

Op de elektriciteitsmarkt werden diverse records gebroken. In het Paasweekend en het weekeinde van 23/24 april was er vele uren achter elkaar meer dan voldoende zon en wind om de hele vraag met duurzame productie af te dekken. Niet iedereen zal daar een feestelijk gevoel aan hebben overgehouden, want de beursprijzen waren meerdere aaneengesloten uren negatief, tot wel min 222 EUR/MWh voor zaterdag 23 april tussen twaalf en één. Bij die marktprijs is, voor huishoudens met dynamische tarieven, elektriciteit zelfs inclusief energiebelasting, ODE en BTW negatief.

Op de termijnmarkt daalden in april de prijzen voor leveringen op maand/kwartaal-vooruitmarkten terwijl jaarvooruit juist steeg.  Het gat tussen deze producten was aan het begin van de maand bijna 80 EUR/MWh, maar eind april was dat teruggelopen tot zo’n 30 EUR/MWh. Jaarvooruit begon de maand rond 170 EUR/MWh en sloot af rond 184 EUR/MWh

De aardgasmarkt wankelt tussen hoop en vrees. In hoeverre gaat de gaskraan echt dicht? Dat gasleveringen grotendeels intact blijven drukt prijzen, maar zodra de vrees voor afsluiten de kop opsteekt, gaat de prijs rap omhoog. De laatste dagen van april zat de markt in de hoop-fase. Media rapporteerde dat diverse bedrijven bereid en in staat zijn om geïmporteerd gas in Roebels te betalen, wat continuering van (deel)leveringen waarschijnlijk maakt. Overigens maakten Nederlandse gasimporteurs Eneco en Gasterra bekend niet tot die groep bedrijven te behoren.


Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….