Nieuwsbrief november 2018

06 november 2018

Nederland is een van de koplopers bij “Vehicle to Grid”

De energietransitie vergt veel van de elektriciteitsnetten en vooral de verwachte toename van elektrisch rijden vormt voor netbeheerders een grote uitdaging. Gevreesd wordt dat automobilisten bij thuiskomst om zes uur massaal de auto aansluiten op een oplader. Dit heeft een grote piekbelasting voor het net als gevolg en mogelijk zelfs overbelasting. Dat moet worden voorkomen, maar de voor de hand liggende netverzwaring is zeer kostbaar. Dus wordt er druk gezocht naar goedkopere oplossingen zoals slim laden en/of eventueel zelfs slim ontladen. Slim ontladen, oftewel het gebruiken van stroom uit auto-accu’s om de piek te drukken, ook aangeduid als Vehicle to Grid (V2G) is daarbij vooral in Nederland populair. Dat blijkt uit een inventarisatie van de belangrijkste projecten op het gebied van V2G die door EV-consult is gepubliceerd.

EV-consult identificeert 50 V2G projecten wereldwijd waarvan maar liefst 6 in Nederland. Bij de ‘key landmarks’ staat Nederland met twee projecten in de top vijf. De ontwikkelingen gaan echter snel. Luttele dagen na publicatie van de inventarisatie is Enexis in Eindhoven namelijk van start gegaan met het project Interflex.

Met 26 laadpalen betreft het een van de grotere projecten op het gebied van V2G. Daarbij wordt terugleveren aan het net getest in een nagebootste marktomgeving waarin ook een buurtbatterij via een veilingsysteem kan meedingen naar een beloning. De gedachte achter het inkopen van flexibiliteit door netbeheerders is immers dat de netbeheerder daarmee kostbare netverzwaringen kan voorkomen.

Het gaat goed met TTF en slecht met cross border trading elektriciteit

De Europese toezichthouder Acer heeft de jaarlijkse monitoring van de interne elektriciteit en gas markten gepubliceerd. De belangrijkste conclusie die Acer uit de monitoring trekt, is dat lagere groothandelsprijzen hebben geleid tot lagere prijzen voor verbruikers. Echter, de kosten voor componenten die niet onderhevig zijn aan concurrentie, zoals kosten voor transport, belasting en heffingen, zijn ook in 2017 weer gestegen. Daarbij merkt Acer wel op dat een deel van die vaste kosten wordt gebruikt voor het stimuleren van duurzame energieproductie.

De monitoring bestaat uit diverse rapportages waaronder nationale rapporten. Helaas ontbreekt Nederland op de lijst met nationale rapporten. Dat wordt deels goedgemaakt doordat Nederland, en dan vooral de TTF, een belangrijke plaats inneemt in de rapportage over de Europese gasmarkt. Acer gebruikt TTF namelijk als basis voor de beoordeling van het functioneren van deelmarkten. Acer kijkt daarbij naar de sourcingkosten voor gasleveranciers ten opzichte van TTF groothandelsprijzen. Naarmate die kosten bovenop TTF prijzen lager zijn, functioneert de betreffende gasmarkt beter in de ogen van Acer. In 2012 bedroeg die opslag voor veel landen nog meer dan 3 EUR/MWh, maar in 2017 is die grotendeels gezakt tot beneden 3 EUR/MWh en voor diverse landen zelfs tot beneden 1 EUR/MWh. Verder wijst Acer er op dat handelaren en leveranciers in veel landen hun termijnhandel verleggen naar TTF. Als gevolg daarvan specialiseren lokale gashubs zich steeds meer in spothandel voor de lokale markt. Landen zonder zo’n hub zijn het slechtste af.

Ook over de ontwikkelingen in de elektriciteitsmarkten heeft Acer goed nieuws te melden. De dagvooruit-markten zijn inmiddels namelijk grotendeels pan-Europees gekoppeld en ook de intraday koppeling groeit. Als gevolg daarvan wordt beschikbaar gestelde cross border transportcapaciteit steeds efficiënter benut. Het slechte nieuws is echter dat het droevig gesteld is met de omvang van die beschikbaar gestelde cross border capaciteit. Met uitzondering van Zweden en Finland scoren alle landen matig tot slecht op die beschikbaarheid. Problemen aan cross border kunnen helaas alleen opgelost worden als beide betrokken landen zich daar voor inspannen.

Als aan één zijde van de grens voorrang wordt gegeven aan het gebruiken van de capaciteit voor het oplossen van interne congestie en/of eigen beurs of netgebruikers worden bevoordeeld, dan blijven de problemen dus bestaan. Daarbij wijst Acer vooral naar Duitsland. In Europa wordt meer dan 2 miljard euro per jaar uitgegeven aan het verhelpen van interne congestie en Duitsland is in zijn eentje goed voor de helft van die kosten.

Een open warmtenet voor Westland?

De glastuinbouw heeft een grote behoefte aan warmte, warmte die momenteel vooral met aardgas wordt geproduceerd. In het Westland gaat het om pakweg 20 Petajoule (PT) per jaar. Door teeltverschuiving en energiebesparende maatregelen kan die warmtevraag omlaag, maar dan blijft er richting 2030 nog steeds zo’n 15 PJ/jaar aan warmte nodig. Om die warmtevraag minder afhankelijk te maken van aardgas moeten vergaande maatregelen worden genomen. De glastuinbouwers kijken daarvoor onder andere naar de overzijde van de Nieuwe Waterweg waar in de Rotterdamse haven tal van industriële bedrijven warmte lozen. Met die warmte zouden nog kassen verwarmd kunnen worden, maar daarvoor moet de warmte wel naar de kassen getransporteerd kunnen worden.

Volgens een haalbaarheidsonderzoek van belangenbehartiger LTO-Glaskracht, zou de haven 4 PJ/jaar kunnen leveren als er een transportleiding komt. Van geothermie wordt een bijdrage van 8 PJ/jaar verwacht en tuinders kunnen op lokaal niveau maatregelen nemen om aanvullend de laatste 3 PJ/jaar te leveren. Om het transport te regelen en de invoeding en onttrekking van warmte in goede banen te leiden, pleit LTO voor het opzetten van een onafhankelijk distributiebedrijf, vergelijkbaar met een netbeheerder bij elektriciteit en gas.

De benodigde investering voor het open warmtenet wordt geraamd op 540 miljoen euro en de besparing op gasverbruik komt uit op zo’n 650 miljoen m3/jaar. Dat vereist wel dat er ook een collectieve CO2-voorziening wordt opgezet. Tuinders verbranden gas namelijk niet alleen voor de productie van warmte maar ook om het CO2-niveau in de kas te verhogen zodat de planten beter groeien.

Marktprijzen

In oktober is de trend van aanhoudende stijging van olieprijzen doorbroken en zijn de prijzen zelfs behoorlijk gedaald. Gevreesd wordt dat de mondiale handelsoorlog waar de Verenigde Staten op aansturen, leidt tot economische terugval en dus tot een lagere vraag naar olie. Gelijktijdig hebben de hoge prijzen van de afgelopen periode en de druk van de Verenigde Staten op olieproducenten, juist geleid tot hogere productie. De prijsstijgingen in september zijn daardoor in de loop van oktober weer ongedaan gemaakt. Brent leek in september op weg naar 100 USD/bbl, maar ging vanaf 85 USD/bbl weer terug naar 75 USD/bbl. De Amerikaanse WTI bleef in oktober consequent 10 USD/bbl beneden de prijzen voor brent.

Prijzen voor steenkool vertoonden in oktober aanzienlijke schommelingen. Dat heeft onder andere te maken met lage waterstanden in rivieren waardoor vervoer naar centrales (te) duur is, wat de vraag naar kolen voor binnenlandse (Duitse) centrales afremt. Ook de dalende gasprijs speelt een rol bij het verdringen van kolen, terwijl de dalende CO2 prijs de inzet van kolen juist stimuleert. De kolen-roller-coaster bewoog tussen ruim 94 en ruim 100 USD/ton voor levering 2019. Levering op korte termijn vertoonde globaal hetzelfde patroon, maar de prijzen liggen enkele dollars per ton hoger.

Bij emissierechten is de prangende vraag wat het Verenigd Koninkrijk met de handel in emissierechten gaat doen bij een harde Brexit. Blijven de EUA’s voor Britse uitstoters nuttig of niet? Omdat de prijzen daalden van ruim 22 EUR/ton tot pakweg 16 EUR/ton, heeft het er veel van weg dat diverse partijen het zekere voor het onzekere nemen en hun emissierechten op de markt te koop aanbieden.

De daling van energie- en emissieprijzen heeft uiteraard ook gevolgen voor de elektriciteitsmarkt. In de loop van oktober daalde de prijzen geleidelijk maar gestaag. Levering basislast 2019 daalde van ruim 62 EUR/MWh begin oktober naar een kleine 56 EUR/MWh begin november. Kwartaal 1 2019 prijzen liggen een paar euro’s per MWh hoger dan die kalenderjaar prijzen.

De gasmarkt wordt de laatste weken gedomineerd door het zachte weer. Temperaturen die hoger zijn dan normaal drukken de vraag naar gas en daarmee ook de prijzen. Dat heeft vooral effect op leveringen in de komende periode en kalenderjaar 2019, maar op dat sentiment dalen ook de prijzen voor de jaren 2020 en 2021, zoals de volgende grafiek illustreert:

Bron: Ice-Endex

Op de hoogte blijven van al het nieuws? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief of bekijk onze andere nieuwsberichten.

 


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….

}