Nieuwsbrief november 2019

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws op de energiemarkt.

05 november 2019

Toekomst voor kernenergie, ondanks enorme vertraging en kostenoverschrijdingen?

De in aanbouw zijnde kerncentrale Flamanville (Normandië, Frankrijk) heeft inmiddels al tien jaar vertraging opgelopen en de kosten vallen ruim 9 miljard euro hoger uit dan de 3,3 miljard euro die oorspronkelijk was begroot. Overeenkomstige problemen doen zich ook voor bij kerncentrales die in Finland en het Verenigd Koninkrijk worden gebouwd. Ondanks die fiasco’s, beveelt Jean-Martin Folz, voormalige CEO van PSA Peugeot Citroën, de Franse regering aan om vooral door te gaan met investeren in kernenergie. Op zichzelf is met het technische concept van de zogenaamde derde generatie drukwaterreactor, oftewel European Pressurised-water Reactor (EPR), niets mis volgens het Rapport Folz. Zo bewijst China dat zulke kerncentrales wel op tijd en binnen budget opgeleverd kunnen worden.  In Europa zijn echter 20 jaar lang geen nieuwe kerncentrales gebouwd waardoor de Franse nucleaire industrie veel kennis en ervaring is kwijtgeraakt. Zowel projectmanagement en beheersing van lastechnieken schieten ernstig tekort. Maar juist die debacles bieden de kans om processen en technieken te rationaliseren en te verbeteren. Die kansen kunnen en moeten worden benut door meer kerncentrales te bouwen, aldus Folz.


Vliegen op overschot aan Duitse offshore windenergie

De Noordzee heeft de potentie om de belangrijkste bron van duurzame energie voor Noordwest-Europa te worden. Veel ruimte, veel wind en geen omwonenden die ernstige hinder ondervinden en daarover klagen. De Noordzee is ook extreem belangrijk als natuurgebied, voor scheepsvaart, de gasproductie en voor de visserij, maar over de verdeling van ruimte kunnen goede afspraken worden gemaakt, zoals het Noordzeeakkoord aantoont. Daarmee zijn nog lang niet alle hindernissen weggenomen. Kenmerkend voor offshore windenergie is namelijk dat de geproduceerde elektriciteit via slechts enkele kabels aan land komt. Vanuit die kustlocaties moet de elektriciteit vervolgens  naar de verbruikers in het achterland en de daarvoor benodigde infrastructuur schiet tekort. Voor Nederland gaat dat pas gelden als offshore windenergie echt een hoge vlucht neemt maar Duitsland ziet nu al zo’n 40% van de potentiele productie verloren gaan door netbeperkingen. Dat kost pakweg 500 miljoen euro per jaar..

Een alternatief voor het aanleggen van zware hoogspanningsnetten om de windenergie in de vorm van elektriciteit af te voeren, is om er aan de kust waterstof van te maken. Gas is immers veel goedkoper en eenvoudiger te transporteren en op te slaan dan elektriciteit. Vloeibare brandstoffen zijn echter nog eenvoudiger te transporteren en dat is precies wat het Duitse Westküste 100 project beoogt. De Duitse federale regering wil een kleine 100 miljoen euro uittrekken als steun voor het project bedoeld om de elektriciteit van een 700 MW windpark om te zetten in groene synthetische kerosine. Daarbij worden diverse processen geïntegreerd. Zuurstof die vrijkomt bij de elektrolyse wordt ingezet voor cementproductie en de warmte gaat naar stadsverwarming. Omgekeerd wordt CO2 betrokken van de cementfabriek om waterstof om te kunnen zetten in methanol. Het project moet tegen 2030 vliegen op groene kerosine mogelijk maken.


Waterstof heeft de toekomst maar hoe daar te komen?

Projecten zoals Westküste 100 (zie vorige item) spreken tot de verbeelding: zo zou de toekomst eruit kunnen zien. Energiemarkt-vergezichten bevatten steevast een stevig aandeel waterstof, maar ook meestal een waarschuwing. Pas na 2030 zal waterstof een belangrijke rol gaan spelen, want de techniek moet nog worden ontwikkeld, verbeterd en opgeschaald en de kosten moeten fors omlaag.  Dat roept de vraag op hoe de overgang van de huidige olie, gas en elektriciteit gedomineerde energiemarkt naar een markt met voornamelijk waterstof en elektriciteit, het beste geregeld kan worden. Over dat vraagstuk heeft Clingendael International Energy Programme (CIEP) een belangwekkend paper gepubliceerd. Naast financiering van grote projecten en aanleggen van infrastructuur door de overheid, ziet CIEP mogelijkheden om de fiscale ruimte in de motorbrandstoffen- en warmtemarkt te benutten voor het geleidelijk aan inpassen van waterstof. Dat naar analogie van de introductie van aardgas in de jaren 60 van de vorige eeuw. Die introductie werd centraal gecoördineerd en de verkoopprijzen van de nieuwe brandstof aardgas, werden gekoppeld aan de energiekosten die verschillende segmenten destijds maakten. Voor huishoudens was dat huisbrandolie, voor grootverbruikers was dat stookolie. Door te werken met variabele heffingen, kan volgens CIEP dat zogeheten marktwaardeprincipe ook voor waterstof worden toegepast. Net als destijds moet ook voor de uitrol van waterstof een Gasunie-achtige samenwerking van publieke en private stakeholders worden opgezet zodat productie, transport en consumptie in samenhang wordt ontwikkelt.

In de overgang naar een waterstof en elektriciteit gedomineerde energiemarkt ziet CIEP een belangrijke rol weggelegd voor blauwe waterstof. Daarmee wordt waterstof bedoeld die geproduceerd is met aardgas waarbij de vrijgekomen CO2 wordt afgevangen en opgeslagen of herbruikt. Dat op aardgas gebaseerde waterstof voorlopig onmisbaar blijft, komt volgens CIEP omdat de totale energiebehoefte nog lang veel hoger zal zijn dan met duurzaam opgewekte elektriciteit kan worden afgedekt.

Illustratie ontwikkelingspad waterstof (bron: CIEP)


Energiesector komt met transparantiekeurmerk voor intermediairs

De energiesector is gestart met een register voor wederverkopers van energiecontracten aan consumenten en bedrijven. Wederverkopers registeren zich in dit Centraal Intermediair Register Energiemarkt (CIRE) en gaan daarmee op voor een transparantiekeurmerk. De energiesector wil hiermee bewerkstelligen dat klanten op een goede manier het energieaanbod krijgen dat ze op prijs stellen, en dat niet goed functionerende wederverkopers niet meer door de sector worden ingezet.
Intermediairs met het keurmerk worden jaarlijks gescreend en doorlopend gemonitord. Misdraagt een intermediair zich, dan kan hij het keurmerk verliezen.


Marktprijzen

Eind oktober bleek dat de olieproductie in de VS hoger uitviel dan analisten hadden verwacht, met een prijsdaling in de laatste dagen van oktober als gevolg. Daarmee kwam ook een einde aan de geleidelijke prijsstijging in de rest van de maand. Die stijging werd juist mede ingegeven door tegenvallende voorraadcijfers in de VS. Ondertussen blijft ook het handelsconflict tussen China en VS de gemoederen op de oliemarkt bezig houden. Of er wel of niet een deal komt, maakt uit of olieprijzen stijgen of dalen. Al met al zijn de olieprijzen eind oktober weer bijna aangeland bij het startpunt aan het begin van de maand. Brent kostte eind oktober ruim 60 USD/bbl ten opzichte van een kleine 59 USD/bbl aan het begin van de maand. Het Amerikaanse WTI was zo’n 5,5 USD/bbl goedkoper.

 

De steenkoolprijzen stegen de eerste helft van de maand oktober, maar daarna trad een overtuigende daling op. Vooral omdat de gasprijzen sterk daalden, verminderde de belangstelling voor steenkool en daarmee daalden ook de prijzen. Die daling was relatief sterk voor leveringen op korte termijn. Waar kalenderjaar 2020 van 66 EUR/ton (begin oktober) daalde naar ruim 64 EUR/ton (met halverwege een piek op 70 EUR/ton), daalde levering november 2019 van ruim 63 EUR/ton begin oktober naar 56 EUR/ton eind oktober. De oplopende prijskloof tussen de leveringstermijnen komt mede door de milde buitentemperaturen.

 

Prijzen voor emissierechten weerspiegelden in oktober het sentiment rond Brexit: wel of geen harde Brexit. Zoals het eruitziet, is de kans groot dat de Britse industrie voor 2019 volledig ETS compliant moet zijn en de in 2019 veroorzaakte emissies dus ook volledig met emissierechten moet afdekken. Die overtuiging gaf de prijs een opwaartse duw, waardoor de maand oktober werd afgesloten op 26 EUR/ton, komende van 25 EUR/ton begin oktober.

De elektriciteitsprijzen werden in oktober enigszins heen en weer geslingerd tussen dalende gasprijzen en stijgende CO2-prijzen en op smaak gehouden door de kolenprijzen. Net als de kolenprijzen, steeg de prijs voor elektriciteit namelijk in de eerste helft van de maand oktober en daalde de prijs weer in de tweede helft van de maand, maar deze prijsbeweging was veel vlakker. Ook daalde levering november (net als bij kolen) veel sterker dan levering 2020. Levering basislast 2020 begon de maand op ruim 50 EUR/MWh en eindigde de maand oktober op ruim 48 EUR/MWh.

De gasmarkt zit momenteel bijzonder ruim in zijn jasje met veel LNG en volle gasopslagen. Dat zorgt voor prijsdruk en de relatief hoge buitentemperaturen dragen daar nog eens aan bij. Dat laatste raakt vooral de spotprijzen die bij tijd en wijle beduidend lager uitkomen dan 10 EUR/MWh. Ook de termijnprijzen worden door dat sentiment geraakt en dan vooral levering in 2020, die de afgelopen dagen flink in prijs daalde.


Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….