10 november 2020

Nederland Waterstofland?

De Nederlandse industrie gebruikt jaarlijks pakweg 16,5 miljard Nm3 waterstof. Dat komt qua energetische waarde overeen met zo’n 5 miljard Nm3 aardgas. Aardgas en olie zijn de belangrijkste bronnen voor de productie van deze waterstof. Bij die productie gaat energie verloren en komt bovendien veel CO2 vrij. Met groene waterstof valt derhalve veel CO2-uitstoot te besparen, maar dat vereist wel voldoende duurzaam opgewekte elektriciteit en veel zwaardere elektrolyse apparaten dan die momenteel beschikbaar zijn. Naast de bestaande vraag naar waterstof, zijn er veel nieuwe toepassingen waar groene waterstof fossiele brandstoffen kan vervangen, bijvoorbeeld bij verwarming van gebouwen of (zwaar) transport. Dus is er geld nodig; maar liefst 9 miljard euro. Althans, dat is wat Noord-Nederlandse bedrijven en overheden van de regering vragen.

De initiatiefnemers vragen niet alleen om een fors bedrag, maar hebben ook haast. Op tal van plekken in Europa wordt gewerkt aan ambitieuze plannen voor het ontwikkelen van de waterstofketen. Noord-Nederland vindt het belangrijk om bij de voorlopers te horen. De regio heeft daarbij ook het nodige te bieden: toegang tot zware gastransportleidingen, cluster van chemische industrie bij Delfzijl en de mogelijkheid tot opslag van waterstof in zoutcavernes. Ook is de regio een belangrijk knooppunt van elektriciteitsproductie en –transport en is het de plek van aanlanding van offshore windenergie en kabels uit het windrijke buitenland, zoals Denemarken.

De campagne Nederland Waterstofland kan bij de Tweede Kamer rekenen op een luisterend oor. Zo dienden de regeringspartijen bijvoorbeeld een motie in verband met de economische kansen. Ze roepen daarom de regering op om in het nationale waterstofprogramma onder andere aandacht te schenken aan het benutten van kansen voor import van groene waterstof en het gebruiken van bestaande gasinfrastructuur.


België mikt op groene methanol

Als de barrières voor de productie van groene waterstof worden overwonnen, dan is het ook goed mogelijk om de duurzame waterstof te gebruiken als basis voor vloeibare brandstoffen. Een nadeel van waterstof is de relatief lage energieconcentratie. Met ruim 10 MJ/Nm3 is die slechts 1/3e is van aardgas. Een consortium van Belgische overheden en bedrijven, waaronder Fluxys (de Belgische evenknie van het Nederlandse Gasunie) wil daarom in Zeebrugge 140 miljoen euro investeren in een programma dat op termijn tot grootschalige toepassing van groene methanol moet leiden. Het project mikt op twee grootschalige demofabrieken: een 65 MW electrolyser om groene waterstof te produceren die in een methanolfabriek wordt samengevoegd met afgevangen CO2. Dat moet 46 kton groene methanol per jaar opleveren. Net als in Noord-Nederland, wijzen de Belgische initiatiefnemers op de voordelen van de lokale chemiecluster en het economische belang van het vervullen van een voortrekkersrol.


Is scheepsvaart de sleutel tot de waterstofeconomie?

Ondanks het feit dat de vraag naar waterstof nu al gigantisch is, ligt het niet voor de hand dat deze ‘grijze’ waterstof binnen afzienbare tijd door groene waterstof wordt vervangen. Daarvoor is onder andere het prijsverschil tussen aardgas als grondstof voor grijze waterstof en duurzaam opgewekte elektriciteit als grondstof voor groene waterstof, veel te groot. Het ligt wel voor de hand dat de kostprijs voor groene waterstof op termijn significant zal dalen. Echter, om dat proces op gang te krijgen, zijn er afnemers van groene waterstof nodig die bereid zijn een forse premie te betalen voor het groene karakter. Mede om die reden is er veel aandacht voor toepassingen in premiemarkten, zoals waterstofauto’s en verwarming van woningen. Dat laatste blijkt onder andere uit de toekenning van subsidie aan twee wijken die door middel van waterstof van het aardgas af willen.

Helaas zijn de mediagenieke projecten vaak kleinschalig of exotisch. Er zijn juist grootschalige en realistische projecten nodig om de marktvraag naar relatief dure groene waterstof op gang te krijgen. Een proces waarbij mogelijk een tijdelijk rol is weggelegd voor grijze waterstof in combinatie met afvang en opslag van CO2 (=blauwe waterstof).  Deze rol zou heel goed weggelegd kunnen zijn voor de scheepsvaart.

Scheepsvaart zit in hetzelfde schuitje als de luchtvaart: verduurzaming zal een enorme opgave zijn. Echter, in tegenstelling tot vliegtuigen, kunnen schepen in principe goed overweg met zware of grote brandstoftanks. Bovendien kunnen landen zowel collectief als individueel tot op zekere hoogte eisen stellen aan de scheepsvaart zonder dat dat direct tot massaal uitwijken naar de buurlanden leidt. Zo eist Noorwegen dat cruiseschepen in beschermde fjorden vanaf 2026 emissievrij moeten zijn. Voor de ontwikkeling van de keten van groene waterstof zijn zulke eisen een opsteker die het balletje mogelijk echt aan het rollen krijgen.


Marktprijzen

In de afgelopen maand stonden olieprijzen wederom onder druk door de zwakke vraag. De oplopende aantallen positieve coronatesten en strengere maatregelen om de verspreiding van het virus in te dammen, zette de prijzen onder druk. Eind oktober bleken de voorraden in de US echter vrij laag, wat voor een opleving van de prijzen zorgde. Die opleving is mede het gevolg van de afspraak tussen  Rusland en de OPEC producenten om de productie te beperken, maar die afspraak loopt binnenkort af. Onduidelijk is of er een vervolg komt. Door de coronacrisis hebben regeringen overal in de wereld extra geld nodig waardoor de neiging om meer olie te produceren groot zal zijn. Dat mede omdat in de US producenten van schalieolie zich niet lang zullen bedenken om in het gat te springen dat Rusland & OPEC bewust creëren. Daarom ligt het voor de hand dat prijzen de komende tijd behoorlijk blijven schommelen. Schommelingen die overigens voor Brent in oktober beperkt bleven tussen 38 en 44 USD/bbl met zowel het begin als het einde van de maand rond 41 - 42 USD/bbl. Het Amerikaanse WTI lag daar 2 USD/bbl onder.

Prijzen voor steenkool waren het grootste deel van de maand oktober stabiel voor levering 2021: tussen 58 en 60 USD/ton. Pas aan het einde van de maand trad een forse daling op naar 54 USD/ton voor 2021 en zo’n 52 USD/ton voor leveringen op kortere termijn. Die daling is onder andere veroorzaakt door toename van Russische export.

Oktober was voor de emissiemarkt een bewogen maand. Van 27 EUR/ton, met een enkele opleving, omlaag naar 23 EUR/ton, om begin november weer te stijgen tot boven 25 EUR/ton. Corona speelt bij die prijsbewegingen een grote rol.

Mede door de lage gasprijzen, is het belang van de prijzen voor emissierechten in de productiekosten van gascentrales sterk toegenomen. En die gascentrales zijn op hun beurt in veel uren bepalend voor de marktprijzen van elektriciteit. De invloed van emissieprijzen op de elektriciteitsprijzen neemt toe. Daarom volgden de elektriciteitsprijzen in grote mate het verloop van de emissieprijzen: daling aan het begin van de maand, met een enkele opleving, verder omlaag. De maand begon rond 43 EUR/MWh voor levering basislast 2021 en eindigde de maand oktober rond 39 EUR/MWh. Net als bij emissierechten trad begin november weer een stijging op.

De gasprijzen stegen de eerste drie weken van oktober gestaag, met de hoofdrol voor levering 2021, om vervolgens weer fors te dalen. De meest opmerkelijke ontwikkeling deed zich echter voor bij contracten voor levering op kortere termijn. De afgelopen maanden lagen die steeds beduidend beneden de prijzen voor jaar/jaren vooruit, maar dat patroon is omgeslagen. Levering dag/maand/kwartaal vooruit is nu juist pakweg 0,5 EUR/MWh duurder dan levering in 2021.


Bron: Ice-endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….