Nieuwsbrief oktober 2018

08 oktober 2018

Elektriciteit is voor Nederlandse consumenten waardevol

Nederlandse huishoudens kennen een veel hogere waarde toe aan elektriciteit dan overige consumenten in de Europese Unie. Dat blijkt uit een onderzoek van de Europese toezichthouder op de energiemarkten, Acer. Acer heeft namelijk de zogeheten “Value of Lost Load” (VoLL) in kaart gebracht. Deze VoLL geeft de sociaal-economische schade van uitval van de elektriciteitsvoorziening weer. In Noordwest-Europa is die VoLL voor consumenten beduidend hoger dan in Zuid- en Oost-Europa, maar Nederland steekt er met kop en schouders bovenuit. Dat komt door de vergaande digitalisering en elektrificatie van de Nederlandse samenleving. Meer dan in andere landen zijn consumenten in Nederland daardoor voor recreatie en ontspanning sterk afhankelijk van elektriciteit. Gelijktijdig wordt aan die recreatie een hoge waarde toegekend waardoor dus ook de elektriciteit die daarvoor nodig is, waardevol wordt geacht: gemiddeld maar liefst 22.940 euro/MWh. Aan de andere kant van het spectrum staat Bulgarije met een VoLL van 1.500 euro/MWh voor consumenten. De Europese mediaan bedraagt 6.040 euro/MWh.

Het onderzoek gaat ook in op de waarde die wordt toegekend aan de beschikbaarheid van elektriciteit, de “Value of Load Adequacy” (VoLA). Daaruit blijkt dat goede communicatie over onderbrekingen van de stroomvoorziening de sociaal-economische schade flink kan beperken. Consumenten die een dag van te voren op de hoogte worden gebracht dat de stroomvoorziening twee uur wordt onderbroken ondervinden namelijk slechts de helft van de voornoemde 22.940 euro/MWh.

In het algemeen is de schade van uitval voor de industrie hoger dan voor huishoudens.

De VoLL voor niet-huishoudelijk gebruik van elektriciteit hangt echter sterk af van de aard van de activiteiten. Met name in de bouwsector is de waarde van elektriciteit hoog. De Europese mediaan ligt namelijk op 17.760 euro/MWh, met 113.000 euro/MWh voor Cyprus als hoogst genoteerde waarde. Voor de Nederlandse bouwsector constateren de onderzoekers een VoLL van 26.410 euro/MWh. Weliswaar hoger dan de waarde voor consumenten, maar op Europese schaal slechts iets hoger dan de middenmoot.

Afscheid van Duitse kolencentrales kan zonder prijsverhoging en import

Het besluit van de regering om het gebruik van steenkool voor de elektriciteitsproductie uiterlijk per 2030 te beëindigen, leidt in Nederland nauwelijks tot discussies. Wel wordt er af en toe op gewezen dat het hypermoderne centrales betreft of dat het van de zotte is dat Nederland kolencentrales sluit terwijl Polen juist nieuwbouw van kolencentrales subsidieert. Echter, vooralsnog geven zulke betogen nauwelijks aanleiding tot discussie. Dat staat in schril contrast tot de ‘Kohleaustieg’ in Duitsland waar alom wordt gevreesd dat het sluiten van kolencentrales leidt tot sterke prijsverhoging en tekorten aan elektriciteit. Momenteel is Duitsland een grote exporteur van elektriciteit, maar in het algemeen wordt verwacht dat Duitsland zonder kolencentrales veel elektriciteit zal moeten importeren en voor leveringszekerheid afhankelijk wordt van het buitenland. Voor elektriciteitsproducenten in Nederland zou dat kansen bieden maar volgens denktank Agora Energiewende kan Duitsland de Kohleaustieg zonder al te veel problemen zelf opvangen.

In een boeiende analyse weerlegt Agora de gangbare argumenten tegen de Kohleausteig. Volgens Agaro is het namelijk helemaal niet vanzelfsprekend dat Duitse prijzen fors zullen stijgen en leveringszekerheid afneemt bij het sluiten van kolencentrales. Door de toename van de productie van hernieuwbare elektriciteit kan Duitsland namelijk zonder veel problemen tot 2040 jaarlijks 2000 MW kolenvermogen stilleggen.

Door het verdwijnen van de kolencentrales sec neemt volgens Agora de marktprijs voor elektriciteit wel met zo’n 3 tot 5 euro/MWh toe. Echter, daar staat een daling van 8 euro/MWh door de groei van hernieuwbare elektriciteit tegenover. Netto dus een daling van de marktprijzen met pakweg 4 euro/MWh. Daarbij heeft Duitsland wel meer vraagrespons en gascentrales nodig om  de leveringszekerheid te waarborgen.

Initiatiefnemers Klimaatwet schuiven advies Raad van State terzijde

De afdeling advisering van de Raad van State pleitte in juli dit jaar om bij de Klimaatwet rekening te houden met totale kosten van het klimaatbeleid en met de kostenefficiëntie van te nemen maatregelen. In de initiatiefwet is weliswaar veel aandacht voor kosten, maar dat betreffen vooral beschouwingen op effecten van het beleid op tal van zaken, zoals de financiële positie van huishoudens, bedrijven en overheden. Dat veronderstelt echter inzicht in de totale kosten en dat is volgens de Raad niet geregeld. Die kosten, en vooral het goed besteden van geld door de goedkoopste maatregelen als eerste te nemen, is volgens de Raad (en de minister) ook essentieel voor het draagvlak van het klimaatbeleid. Daarom adviseerde de Raad om expliciet in de Wet te regelen dat de keuze voor en de prioritering van te treffen maatregelen, mede geschiedt op basis van kostenefficiëntie. In een reactie laten de initiatiefnemers echter weten het advies van de Raad terzijde te schuiven.  Een totaalbeeld van de kosten van het klimaatbeleid voegt volgens de indieners namelijk niets toe, mede omdat er geen eenduidig beeld is van wat wel en wat niet onder klimaatbeleid valt.

Ten aanzien van streven naar kostenefficiëntie vrezen de indieners dat zulk streven ten koste gaat van de vrijheid van de regering om maatregelen te treffen die de regering opportuun vindt. Zo zijn klimaatmaatregelen in de gebouwde omgeving verre van kostenefficiënt, maar dat weegt volgens de indieners niet zo zwaar omdat de opgave zo omvangrijk is. Ze vinden het belangrijker op tijd te beginnen met het nemen van maatregelen, ondanks dat die relatief duur zijn.

Marktprijzen

De prijs van olie lijkt hard op weg richting 100 USD/bbl. In de loop van september steeg de prijs van brent pakweg 10%, van zo’n 78 USD/bbl naar ruim 86 USD/bbl. Met een kleine 77 USD/bbl aan het begin van oktober ligt WTI ruim 9 USD/bbl beneden brent, een prijsverschil dat aan het begin van september slechts zo’n 8 USD/bbl bedroeg. De sterke stijging lijkt alles van doen te hebben met het beleid van president Trump om Iran economische schade toe te brengen. Door het harde boycotbeleid is de vraag naar olie die wel gekocht mag worden zonder risico op Amerikaanse sancties, sterk gestegen. Rusland en Saoedi Arabië hebben de oliekraan fors opengedraaid, maar kunnen het wegvallen van Iraanse export niet zonder meer opvangen.

Gedragen door de stijgende olieprijzen is ook steenkool in de loop van september aanmerkelijk duurder geworden. Dat geldt vooral voor levering volgend jaar. Cal 19 ging van ruim 93 USD/ton aan het begin van september naar een kleine 100 USD/ton begin oktober. Ook het groeiende besef dat de vraag naar steenkool in de komende tijd nog aanzienlijk toe kan nemen door de bouw van nieuwe kolencentrales droeg bij aan de prijsstijging.

In de eerste week van september steeg de prijs van emissierechten van 20 EUR/ton tot ruim 25 EUR/ton om vervolgens snel te dalen tot rond 20 EUR/ton. Sinds halverwege september beweegt de prijs voor emissierechten vrij stabiel tussen 20  en 22,5 EUR/ton.

Ook de elektriciteitsprijzen zitten duidelijk in de lift, niet verwonderlijk omdat steenkool en gas duurder zijn geworden. Voor levering in de komende maanden is er echter meer aan de hand. In België liggen de meeste kerncentrales stil waardoor gevreesd wordt voor tekorten. Prijzen voor elektriciteit in België bereikten daardoor recordhoogtes: ruim 204 EUR/MWh voor levering in november. Door de tekorten zal België maximaal stroom uit omringende landen importeren, met opdrijvend effect op de prijzen in die landen als gevolg. Zo steeg basislast Cal 2019 van ruim 57 EUR/MWh begin september naar een  kleine 63 EUR/MWh begin oktober. Leveringen in de komende maanden zijn pakweg 4 EUR/MWh duurder dan Cal 2019.

In de eerste helft van september vervolgende aardgas de prijsstijging die begin deze zomer een aanvang nam. Als verklaringen golden onder andere relatief lage vullingsgraad van opslagen, bevoorradingsproblemen, hoge prijzen voor emissierechten alsmede hoge gasprijzen in Azië waardoor LNG weg blijft uit Europa. Halverwege de maand nam de Noorse productie echter weer toe, met lagere prijzen als gevolg. Sindsdien gedragen gasprijzen zich welhaast net zo wispelturig als het weer.

 

Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….

}