08 oktober 2019

Noordzee Powerhouse: Grootste offshore windpark met meest krachtige windturbines

In de Rotterdamse haven wordt momenteel het eerste prototype van ’s werelds grootste windturbine gebouwd, GE Renewable Energy’s 12 MW Haliade-X. Dat de turbine zich nog niet in de praktijk heeft bewezen, verhindert GE Renewable Energy niet om alvast deals te sluiten voor leveringen aan windparken. Sterker nog, Dogger Bank Wind Farms en GE hebben bekend gemaakt een principeakkoord te hebben bereikt voor plaatsing van de Haliade-X in maar liefst drie offshore parken met een totaal vermogen van 3600 MW. Als de parken daadwerkelijk gerealiseerd worden, dan gaat het om het grootste offshore park wereldwijd. De go/no-go beslissing moet eind 2020 worden genomen en de eerste stroom zou dan al in 2023 worden geleverd.

De parken komen ongeveer 130 km uit de Engelse kust en vergen een investering van ongeveer 9 miljard Britse ponden. Daarbij kan de exploitant leunen op financiële steun van de Britse overheid via een zogeheten ‘contract for differences’ (CfD). Dat houdt in dat de exploitant kan rekenen op een vaste prijs voor geproduceerde elektriciteit waarbij die prijs, anders dan in de Nederlandse SDE+, jaarlijks wordt gecorrigeerd voor de inflatie. Ook in het Nederlandse deel van de Doggersbank moeten te zijner tijd tal van windparken verrijzen, parken die TenneT via meerdere kunstmatige eilanden met het vaste land wil gaan verbinden.

 

Kan Duitsland kolencentrales sluiten voor een koopje?

Duitsland maakt werk van het sluiten van kolencentrales, maar de meningen over de (voorgenomen) aanpak zijn nogal verdeeld. Afgaande op berichtgeving door Bloomberg, wordt aan die verdeeldheid een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Duitsland wil tot 2023 5000 MW kolenvermogen sluiten en de eigenaren financieel compenseren voor de schade. Zo’n actie is ook in 2015 ondernomen en leverde de exploitanten ruim 1 miljard euro per GW op. Exploitanten rekenen op overeenkomstige bedragen in de nieuwe ronde van sluitingen, maar zoals het er nu uitziet, trekt de regering dit keer slechts pakweg 1,1 miljard euro uit voor de volle 5 GW. Omdat gas in de afgelopen jaren goedkoper is geworden en vooral omdat de prijs voor emissierechten fors gestegen is, verslechterde de concurrentiepositie van kolencentrales. De economische waarde van de centrales is gedaald waardoor de regering goede argumenten heeft om veel minder belastinggeld uit te trekken voor afgedwongen sluitingen.

 

Cross border transport elektriciteit essentieel maar problematisch

Voor de eenwording van de Europese elektriciteitsmarkt is handel tussen afzonderlijke landen van wezenlijk belang. Die handel draagt immers bij aan het zo efficiënt mogelijk benutten van schaarse goederen en dus aan leveringszekerheid en betaalbaarheid van de elektriciteitsvoorziening. Handel zorgt ook voor het uitvlakken van prijsvolatiliteit (beweeglijkheid van de prijs) en voor prijsconvergentie (naar elkaar toe bewegen van de prijs) tussen afzonderlijke landen. Economen spreken dan over verhoging van de maatschappelijke welvaart, maar lokaal kan dat ook tot verlies leiden. In Noorwegen bijvoorbeeld groeit het verzet tegen nieuwe verbindingen met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, omdat de energie-intensieve industrie niet langer kan profiteren van goedkope elektriciteit op momenten met veel overschot.

Op de grenzen van Nederland en buurlanden doen zich nog hele andere problemen voor. In real time is elektriciteit bijzonder dynamisch waarbij elke variatie in vraag nagenoeg real time gecompenseerd moet worden door een tegenovergestelde wijziging van de productie. De ruimte voor compensatie wordt echter beperkt door beschikbare transportcapaciteit, niet alleen op de grens, maar ook binnen een land of regelgebied. Netbeheerders houden daarom graag reservecapaciteit achter de hand om manoeuvreerruimte te hebben als onverhoopt problemen optreden.  Bovendien kunnen onder bepaalde omstandigheden binnenlandse problemen worden voorkomen door import of export van elektriciteit te beperken. Dat staat echter op gespannen voet met de wens van handelaren om juist elke kW transportcapaciteit te kunnen benutten zolang er sprake is van een prijsverschil tussen beide einden van een kabel.

Het bepalen van de beschikbare transportcapaciteit en de beste manier van toewijzen is voor de autoriteiten nogal een uitdaging. De EU wil in principe zoveel mogelijk capaciteit beschikbaar stellen aan handelaren, maar netbeheerders houden liever een slag om de arm. Dat laatste geldt met name voor lange termijn capaciteit. Begin september publiceerde ACM ter consultatie een voorstel van TenneT voor de verdeling van beschikbare cross border capaciteit over bepaalde tijdsblokken: 80% voor jaar-vooruit, 20% voor maand-vooruit handel. EFET, de belangenbehartiger van energie­handelaren pleit er echter voor om de volle 100% al een jaar van te voren te verkopen, deels in de vorm van jaarcontracten, deels in de vorm van maandcontracten. Mocht er dichter op het moment van levering meer capaciteit beschikbaar blijken te zijn, dan zou die ook zo spoedig mogelijk op de markt moeten worden aangeboden, aldus EFET.

Helaas is de onenigheid tussen handelaren en netbeheerders niet het enige probleem waar cross border transport en handel mee kampt. De netbeheerders onderling zijn zelfs verdeeld over de manier waarop beschikbare transportcapaciteit moet worden berekend. Eind augustus had er bij de ACM een voorstel voor berekeningswijze moeten liggen, maar daar zijn de systeembeheerders in de zogenaamde Core-regio niet in geslaagd. Europese toezichthouder Acer en de EU-Commissie stellen een onderzoek in.

 

Marktprijzen

De oliemarkt werd halverwege september opgeschrikt door de aanslag op de grootste olie-installatie in Saudi-Arabië waardoor de productie zowat werd gehalveerd. De olieprijzen liepen daardoor snel zo’n 10% omhoog. Opmerkelijk genoeg keerde de rust op de oliemarkt ook weer snel terug. Ondanks onduidelijkheid over de aanslagplegers en de tijd nodig voor herstel van de installaties, werd de prijsstijging rap ongedaan gemaakt en trad zelfs een verdere daling op. Saoedi-Arabië wist de olieproductie namelijk redelijk goed overeind te houden en bovendien droeg de aanslag bij aan de donkere wolken die toch al boven de mondiale economie hangen vanwege tal van oplopende handelsconflicten. Begin oktober lag de prijs voor brent iets beneden 58 USD/bbl en was daarmee terug op het niveau van begin september. De Amerikaanse WTI daalde meer in prijs, van een kleine 54 USD/bbl begin september naar een kleine 53 USD/bbl begin oktober. De spread tussen brent en WTI liep daarmee dus 1 USD/bbl op.

De steenkoolprijzen weerspiegelden in september de olieprijzen, maar de oorzaak voor de prijspiek halverwege de maand lag bij berichten over lasproblemen in Franse kerncentrales. Anticiperend op de mogelijkheid van stilleggen van diverse kerncentrales nam de vraag naar steenkool toe en dus steeg de prijs. Die prijs daalde weer toen duidelijk werd dat de problemen met de centrales behapbaar zijn.  De maand september werd zodoende afgesloten op prijsniveaus slechts licht hoger dan aan het begin van de maand: van 64,5 USD/ton begin september naar 65 USD/ton begin oktober.

Prijzen voor emissierechten bewegen fors mee met de emoties rond Brexit. Wel of geen harde no-deal uittreding is een vraag die sterk bepalend is voor het al dan niet ontstaan van een tijdelijk overschot. Daarnaast speelde uiteraard ook de Franse kerncentrales een rol in de prijsvorming van emissierechten. Geen kern betekent meer fossiel en dus verhoogde vraag naar emissierechten. Ferme taal vanBoris Johnson en lasproblemen die geen zwaarwegende gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van kerncentrales, lieten de prijzen voor emissierechten in de tweede helft van de maand behoorlijk dalen, van een piek op 27 euro/ton halverwege september naar ruim 24 euro/ton begin oktober.

Net als bij voorgaande producten, stegen halverwege september ook de prijzen voor elektriciteit, zij het dat de daaropvolgende daling wat bescheidener was. Van een kleine 49 EUR/MWh begin september, steeg levering basislast in jaar 2020 naar ruim 52 EUR/MWh halverwege de maand en daalde vervolgens naar zo’n 50 EUR/MWh begin oktober. Sinds de tweede week van september draagt Cobra, de 700 MW kabel tussen Nederland en Denemarken, bij aan de prijsstabiliteit van beide landen. Op winderige dagen levert de kabel de volle 700 MW aan Nederland en op gezette tijden stroomt de elektriciteit de andere kant op.

De gasmarkt zit momenteel ruim in zijn jasje en dat zorgt voor prijsdruk. Spotprijzen schommelde de hele maand september rond de 10 EUR/MWh. Dat mede door relatief lage vraag en veel aanbod, onder andere van LNG. Termijnprijzen schommelen tussen pakweg 17,3 EUR/MWh en 18,5 EUR/MWh.


Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….