Nieuwsbrief september 2018

07 september 2018

Onenigheid over inkoop netverliezen aardgas

In de vorige nieuwsbrief hebben we vermeld dat netbeheerders verantwoordelijk worden voor de inkoop van gas om de netverliezen te dekken, waarschijnlijk per 1/1/2020. Uit diverse berichten in de media blijkt nu dat de sector eigenlijk gerekend had op een ingangsdatum van 1/1/2019. Er ontbreekt echter een cruciale bepaling in de wettekst die door het parlement is aangenomen en het herstellen van die fout kost tijd. Leveranciers die gerekend hadden op ingang per 1/1/2019 kunnen door de fout in de aangenomen wettekst schade ondervinden. Het was immers de bedoeling dat de kosten van de netverliezen overgeheveld zouden worden van de prijs per geleverde m3 naar de tansportnota. Dat kan betekenen dat achteraf gezien leveringstarieven voor 2019 te laag zijn vastgesteld. Diverse leveranciers hebben daarom het ministerie aansprakelijk gesteld voor eventuele schade. Of er daadwerkelijk schade wordt geleden, staat echter nog niet vast.

Toezichthouder ACM beschikt namelijk over enkele stelknoppen waarmee schade voor leveranciers beperkt kan worden, zoals de formule waarmee gemeten gasvolumes worden omgerekend naar normaal kubieke meters met een energetische inhoud van 35,17 MJ bovenwaarde. Een andere voor de hand liggende oplossing is om de inkoop wel alvast door de netbeheerders te laten verzorgen, maar met de verrekening via de transportkosten te wachten tot het parlement de correcte versie van de wettekst heeft aangenomen.


Onderzoek naar verbeterde directe toegang tot de onbalansmarkt

Door de toename van het aandeel zonne- en windenergie, is de handhaving van de balans op het elektriciteitsnet een belangrijk aandachtspunt geworden.  Die balans wordt traditioneel vooral gehandhaafd door het bijsturen van kolen- en gascentrales. Nu de betekenis van die centrales afneemt, zijn er alternatieven nodig. Met buurtbatterijen kunnen bijvoorbeeld kortstondige schommelingen in de balans worden opgevangen. Lastiger is dat bij langdurigere en grote tekorten en overschotten. TenneT gebruikt daarvoor het zogeheten regelvermogen, tegenwoordig volgens EU definitie aangeduid als aFRR (automatic Frequency Restoration Reserve).  Aanbieders van dat vermogen moeten beschikken over een communicatie- en sturingssysteem waarmee TenneT de betreffende installaties kan op- en/of afregelen. Dat systeem is bij uitstek geschikt voor grote centrales waarbij eenvoudig kan worden vastgesteld hoeveel ze zonder ingreep door TenneT zouden hebben geproduceerd en hoeveel ze produceren vanwege de ingreep. Voor dat verschil betaalt of ontvangt TenneT de onbalansprijs.

De grote uitdaging waarvoor TenneT staat is om zonneparken, windturbines en overige (clusters van) elektrische apparatuur aan het systeem van regelvermogen te laten deelnemen. Een van de complicaties daarbij is dat de productie van een windpark afhankelijk is van de hoeveelheid wind en die kan van minuut tot minuut veranderen. De prestatie die een windturbine aan TenneT levert is daardoor moeilijker vast te stellen dan bij een traditionele centrale.

Om zulke problemen op te lossen gaat TenneT met diverse marktpartijen aan de slag om geschiktere systemen te ontwikkelen en uit te proberen. Dat is goed nieuws voor de hele markt, want naarmate er meer aanbieders van regelvermogen zijn, zijn de resulterende onbalansprijzen representatiever voor de werkelijke kosten veroorzaakt door onbalans.


Verenigd Koninkrijk stelt plafond vast voor kosten energielevering aan  consumenten

In het Verenigd Koninkrijk, heeft de toezichthouder een plafond voor de jaarkosten voor energie van een doorsnee huishouden vastgesteld. Volgens de Britse toezichthouder hebben 11 miljoen huishoudens baat bij het prijsplafond dat ter consultatie is gepubliceerd. Deze huishoudens nemen elektriciteit en gas af tegen standaard variabele tarieven. De jaarkosten voor een doorsnee gezin mogen van de toezichthouder niet hoger zijn dan 1136 pond, waarmee het plafond zo’n 7% beneden de huidige doorsnee kosten voor gezinnen met variabele contracten wordt vastgesteld. Het plafond moet voor het einde van het jaar worden ingevoerd en zal elke 6 maanden worden herzien.

De ingreep volgt op een lang onderzoek naar het functioneren van de markt. Hoewel in 2017 maar liefst 18% van de consumenten van leveranciers wisselden, een record, wordt de marktwerking als onvoldoende bestempeld. Ruim de helft van alle Britse afnemers is nog nooit van leverancier gewisseld en vele die wel wisselden, hebben dat slechts één keer gedaan. 

Die passieve afnemers betalen in het algemeen vrij hoge tarieven en daar profiteren dan weer vooral de grote leveranciers van. Het klantenbestand van de leveranciers SSE, British Gas en Eon, bestaat namelijk voor 60 tot 70% uit afnemers met relatief hoge variabele tarieven. Ter vergelijk, in Nederland switcht jaarlijks ongeveer 16% van de consumenten van leverancier, maar het aandeel ‘nog nooit overgestapt’ is in Nederland met slechts 26% veel lager dan in het Verenigd Koninkrijk.  


Kleinverbruikers gas duurder door subsidie duurzame energie

De afgelopen jaren is het budget voor de steun aan opwekking van duurzame energie (Stimulering Duurzame Energieproductie, SDE) fors gestegen van anderhalf miljard in 2011 tot twaalf miljard in 2017 en 2018 (exclusief subsidie voor wind op zee). Die spraakmakende budgeten zijn echter toezeggingen die in de jaren volgend op de toezegging tot uitkering komen. In die volgende jaren wordt ook pas het benodigde geld geïncasseerd, voornamelijk in de vorm van de opslag duurzame energie (ODE). Die ODE heeft veel overeenkomsten met de energiebelasting, met als belangrijk verschil dat energiebelasting bedoeld is voor de ‘algemene middelen’ terwijl ODE gelabeld is als zijnde bedoeld om de kosten van de SDE te dekken.

In 2018 bedragen de uitgaven voor SDE pakweg 1 miljard euro, maar in 2019 stijgt dit door naar ruim 1,7 miljard euro, met verdere stijgingen in het verschiet. Als gevolg daarvan moet dus ook de ODE omhoog. Uit een wetsvoorstel blijkt dat de regering vooral  kleinverbruikers van gas wil gebruiken om de gestegen kosten van de SDE te dekken. De regering wil de ODE op de eerste 170.000 m3/jaar namelijk verhogen van 2,85 ct/ m3 naar 5,24 ct/ m3, een verhoging van ruim 85%.


Marktprijzen

In de eerste helft van augustus lieten de olieprijzen een geringe daling zien om vervolgens duidelijk te stijgen. De Amerikaanse sancties tegen Iran dragen bij aan die stijging. Tussen begin augustus en begin september werd brent zo’n 3 USD/bbl duurder met een prijs dalend richtend 77 USD/bbl. Het Amerikaanse WTI steeg iets minder sterk waardoor de spread tussen beide producten oploopt, richting 9 USD/bbl. Dat mede omdat WTI eind eerste week van september sterker in prijs daalt dan brent.

Zonder duidelijke oorzaak volgden de kolenprijzen de stijging van olieprijzen maar dat (vooralsnog) zonder de daling aan het einde van de eerste week van september. Cal 2019 werd zodoende aanmerkelijk duurder, van ruim 87 USD/ton aan het begin van augustus naar 95 USD/ton begin september. De prijzen voor kwartaal 4 2018 liggen pakweg 5 USD/ton hoger dan de cal 2019 prijzen.

De grote verrassing van de afgelopen maand is de sterke stijging van prijzen voor emissierechten. Van pakweg 18 EUR/ton aan het begin van de maand augustus stegen de prijzen in de tweede helft van de maand snel richting 22 EUR/ton. In september zijn de prijzen al tot boven 25 EUR/ton gestegen. Het van kracht worden van een ‘market stability reserve’ en het afblazen van veilingen van emissierechten spelen bij die stijging een grote rol. Voor de Nederlandse regering betekenen deze relatief hoge marktprijzen dat de introductie van een prijsvloer voor emissierechten voorlopig een non-event lijkt te worden.

De elektriciteitsprijzen zitten duidelijk in de lift, niet verwonderlijk omdat steenkool, gas en emissierechten duurder zijn geworden. Bovendien worstelt België nog steeds met de uitval van kerncentrales, waardoor de vraag naar Nederlandse stroom relatief hoog is. De Cal 19 basislast prijs steeg van zo’n 50 EUR/MWh aan het begin van augustus naar een kleine 58 EUR/MWh begin september. Levering basislast in kwartaal 4 2018 is ruim 7,50 EUR/MWh duurder dan levering Cal 2019. Ook de afgelopen dagen stegen de prijzen nog behoorlijk.

De vullingsgraad van gasopslagen loopt nog steeds achter bij voorgaande jaren terwijl de winter al weer in aantocht is. Dat draagt bij aan een duidelijke stijging van de gasprijzen. Anders dan bij elektriciteit en kolen liggen daarbij de prijzen voor levering in de komende maanden dicht bij de prijzen voor kalenderjaar 2019. Prijzen voor levering in de latere jaren zijn wel beduidend lager dan voor cal 2019.

 

Bron: Ice-Endex


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….

}