Gazprom Energy Nieuwsbrief februari 2015

10 februari 2015

Op aandringen van Vereniging Eigen Huis

Op aandringen van Vereniging Eigen Huis, Woonbond en Consumentenbond vond op 4 februari een hoorzitting plaats in de Tweede kamer over de Warmtewet. Vooruitlopend op de Warmtevisie waaraan EZ werkt, wilde de Kamer alvast meer weten over problemen met de Warmtewet. 

Vertegenwoordigers van warmteafnemers klaagden over te hoge kosten: tientje hier, tientje daar, bij elkaar honderden Euro’s per jaar. Zij vonden in zoverre gehoor dat ook toezichthouder ACM pleitte voor goed onderzoek naar de werkelijke kosten die gebruikers van aardgas maken. De maximumprijs voor warmte is hier immers aan gekoppeld via het zogenaamde ‘niet meer dan anders’ principe. Nevenkosten, bijvoorbeeld voor de aansluiting, zouden ook onder de beschermende werking van de Warmtewet moeten vallen. De aanwezige Kamerleden deelden de zorgen over de kosten voor consumenten, maar hadden toch vooral aandacht voor de grote hindernis die de Warmtewet vormt voor nieuwe warmtenetten.

 Zo wil zelfs de ACM meer aandacht voor lange termijn regulering, met warmtetarieven gebaseerd op de efficiënte economische kosten van de keten productie-transport-levering. Die oproep sloot naadloos aan bij de klachten van de vertegenwoordigers van de warmtesector. Door de koppeling aan de kosten van verwarming op aardgas is het erg lastig projecten op basis van duurzame warmte of industriële restwarmte van de grond te krijgen. Warmtenetten, geothermie en warmte/koude opslag vergen namelijk grote investeringen vooraf. Eenmaal aangelegd zijn de operationele kosten echter laag. 

Collectieve warmtevoorziening kan een enorme bijdrage leveren aan de duurzaamheiddoelstellingen maar de Warmtewet werkt dat tegen. Diverse partijen riepen daarom op om in de huidige Warmtewet experimenten mogelijk te maken om op korte termijn al aan het strakke keurslijf te kunnen ontsnappen. Voor de lange termijn is echter een fundamenteel andere wet nodig, concludeerden de deelnemers.

Fluxys kiest voor vervoer in twee richtingen 

Het van oorsprong Belgische gastransmissie bedrijf Fluxys zet opnieuw een belangrijke stap richtingmarktintegratie. Onlangs heeft Fluxys namelijk de knoop doorgehakt inzake het project ‘reverse flow’. Fluxys gaat gastransport van Italië via Zwitserland naar Duitsland en België mogelijk maken. Dan kan ook gas van Frankrijk via Zwitserland naar Duitsland stromen. 

Dit alles door te investeren in compressoren die vanaf eind zomer 2018 gas vanuit het zuiden naar het noorden kunnen persen. Het project is afgestemd met het Italiaanse transmissiebedrijf SNAM dat eveneens diverse leidingen bi directioneel maakt. 

Door deze ingrepen wordt het Europese netwerk robuuster en heel Europa krijgt toegang tot meerdere bronnen, zoals gas uit Noord Afrika en Azerbeidzjan. Het project is mede bedoeld om de afnemende productie in Nederland op te vangen.

EEX & Powernext geven internationale gashandel een boost

De internationale gasbeurs Pegas lanceert eind maart 2015 spot- en termijnhandel in gascontracten voor de locaties Zeebrugge (ZEE) in België en NBP in het Verenigd Koninkrijk. Ook handel in financieel te settelen futures voor het Italiaanse leveringspunt PSV wordt mogelijk gemaakt. In het verlengde van deze producten kan ook gehandeld worden in zogenaamde ’location spreads’, zijnde de prijsverschillen tussen specifieke leveringspunten.    

 In 2013 is Pegas opgezet door de Duitse beurs EEX en de Franse beurs Powernext. Beide beurzen combineerden hun gasactiviteiten in Pegas. Sindsdien maakt Pegas een snelle groei door (1) , ook met betrekking tot handel in TTF gas. Werd in januari 2014 ‘slechts’ 4,2 TWh op de Pegas TTF spotmarkt verhandeld, in januari 2015 is dat al gestegen tot 11 TWh. Ter vergelijk, dat volume is nagenoeg gelijk aan de handel voor de Franse ‘thuismarkt’ PEG spot. De groei op de TTF termijnmarkt was zowaar nog spectaculairder. Van 2,4 TWh in januari 2014 gestegen naar 20 TWh in januari 2015. Daarmee was TTF goed voor 2/3e van de totale termijnhandel op Pegas.

Marktprijzen

Aan de snelle daling van olieprijzen is vooralsnog een einde gekomen. Eind januari schoten de prijzen weer enigszins omhoog om daarna te fluctueren in het gebied 54 tot 60 USD/bbl voor Brent. De Amerikaanse WTI blijft daarbij overigens significant achter, met spreads oplopend tot 6,50 USD/bbl. Diverse oorzaken lijken hieraan ten grondslag te liggen. Zeer hoge olievoorraden in de USA drukken de prijzen en minder boortorens in de USA duwen de prijs omhoog.Ook nieuws over de economische groei in Duitsland en de aangekondigde maatregelen om economische groei in China te stimuleren, duwen de olieprijs omhoog. Structureel is er de komende tijd wel nog steeds een overschot in productiemogelijkheden. De vele aangekondigde investeringstops hebben pas op lange termijn invloed.

De gestegen olieprijzen wijzen ook de andere energieproducten de weg omhoog, nadat deze brandstoffen gedurende januari met de olieprijzen mee omlaag bewogen. Zo werd steenkool ARA Cal tot halverwege januari steeds goedkoper om daarna weer te stijgen tot het niveau van begin januari. Contracten voor levering op langere termijn, zoals Cal 16, liggen met prijzen iets boven de 60 USD/MT nog beneden het niveau van begin januari. Dat wordt mede geweten aan de zeer ruime voorraden.

Emissierechten beleefden halverwege januari zowaar een prijspiek. Dit vanwege doorbraken in de moeizame politieke discussie over stabiliteitsreserves. Echter, nadat werd aangekondigd dat de invoering van deze reserve nog vele jaren zal duren, ging het weer bergafwaarts met de prijs, die nu rond de 7,10 EUR/ton ligt.In de termijnmarkt voor elektriciteit stegen de prijzen gedurende januari heel geleidelijk richting 39 EUR/MWh voor Cal 16 basislast. Contracten voor kortere termijn, zoals maart 2015, waren aan meer schommelingen onderhevig. Zoals gebruikelijk geldt dat nog sterker voor spotcontracten. APX prijzen werden in januari behoorlijk beïnvloed door de windsterkte. In vergelijking met de schommelingen op de Duitse spotmarkt stelde de APX schommelingen echter weinig voor. Zo waren de APX prijzen op 11 januari, een van de meest winderige dagen in deze periode, slechts zo’n 8 EUR/MWh lager dan gemiddeld over een wat langere periode. In Duitsland daarentegen daalde de spotprijs tot dicht bij nul om tien dagen later, een periode met weinig wind, zo goed als gelijk aan de APX prijzenrond de 45 EUR/MWh te zijn.Gasprijzen hebben in januari de weg omhoog weer gevonden. Vooral begin februari stegen de prijzen significant. De lage temperatuur is daar mede debet aan. In het bijzonder dragen tekorten in Italië bij aan het wegzuigen van gas uit Noordwest Europa. De vrees dat begin maart een koudefront over Europa trekt, versterkt dit effect en beïnvloedt ook het sentiment voor lange termijncontracten. Over een langere periode bezien, liggen de termijnprijzen echter nog steeds relatief laag.

Bron: Ice-Endex