Gazprom Energy Nieuwsbrief januari 2015

12 januari 2015

2015: jaar van transparante schommelingen in elektriciteitsproductie

Het jaar 2015 is voortvarend van start gegaan voor wat betreft de transparantie over te verwachten opwek van duurzame elektriciteit. ENTSO-E, de organisatie van Europese transmissie en systeembeheerders voor elektriciteit, heeft een nieuw internetplatform opgezet (1) . De website bevat onder andere verwachtingen over te produceren hoeveelheden zon- en windenergie voor de volgende dag, per uur en per land. Dat is belangrijk omdat (vooral) korte termijn prijzen sterk worden beïnvloed door schommelingen in deze productie. Met de groei van opgesteld vermogen aan zonnepanelen en windturbines neemt ook het belang van de informatie toe. Het informatieplatform wordt gevoed door de nationale netbeheerders die de informatie op hun beurt weer moeten ontvangen van de producenten. Dat proces verloopt nog niet vlekkeloos. Om die reden is de formele lancering van de website enkele weken uitgesteld.

Illustratie: verwachting wind op land productie in Nederland voor 9 jan. Bron: ENTSO-E

Het belang van een goede informatievoorziening blijkt ook uit het feit dat TenneT in 2014 maar liefst 27 keer noodvermogen heeft ingezet om het transportnet in balans te houden. In 2013 werd „slechts‟ 19 keer op de noodknop gedrukt. Naast het stilleggen van grootverbruikers wegens dreigend tekort voelt TenneT tevens behoefte om via een noodknop overschotten te kunnen dumpen. Daarom bereidt TenneT een tender voor om pakweg 200 MW aan „dumpvermogen‟ te contracteren. Voor gascentrales noemt TenneT de groeiende schommelingen in de productie van duurzame elektriciteit goed nieuws. Immers, tegen 2023 kunnen gascentrales waarschijnlijk goed geld verdienen met het uit de brand helpen van de netbeheerder. Over hoeveel gascentrales Nederland tegen die tijd nog beschikt, laat TenneT zich niet uit.

1. EU verordening 543 uit 2013 vormt de wettelijke basis voor de informatievoorziening.

2015: jaar van de waarheid voor het energieakkoord!?

Voor het energieakkoord wordt 2015 het jaar van de waarheid, althans, zo luiden de berichten in de media. Welbeschouwd gaat het dan vooral over windenergie, terwijl het energieakkoord ook afspraken bevat over zaken als energiebesparing. Hoge turbines vangen echter veel wind en meer in het bijzonder, ze kosten veel geld. Vooral de 18 miljard Euro voor wind op zee stuit daarbij op veel kritiek maar ook wind op land roept in toenemende mate weerstand op. Provinciale Staten hebben de taak ruimte voor windturbines te reserveren wat tot menig stemverheffing leidt, zoals NOS in Nieuwsuur onder de aandacht bracht van en breed publiek. Verwacht kan worden dat de weerstand toeneemt naarmate projecten concreter worden. Daarom is over dit onderdeel van het energieakkoord waarschijnlijk het laatste woord nog niet gezegd.

Door de aandacht voor negatieve aspecten van wind op land besteedde de media nauwelijks aandacht aan het feit dat vlak voor de Kerst, minister Kamp een andere bom onder het energieakkoord onschadelijk heeft gemaakt. Milieuorganisaties dreigden naar de rechter te stappen omdat energiebedrijven weigerden akkoord te gaan met het zogenaamde FSC-label (2) als voorwaarde voor het geven van 4 miljard Euro SDE-subsidie voor inzet voor biomassa in kolencentrales. Energiebedrijven noemden FSC certificering op korte termijn onhaalbaar. Kamp geeft beide partijen hun zin: de milieuorganisaties krijgen het gewenste FSC keurmerk en energiebedrijven krijgen ruime tijd voordat het FSC label op alle in te zetten biomassa van toepassing moet zijn.

Dinsdagmiddag, 13 januari, behandelt de Tweede Kamer het Energieakkoord in een plenair debat.

2. FSC staat voor forest stewardship council, zijnde een keurmerk voor duurzaam geproduceerd hout. FSC stelt normen vast per land, besteedt veel aandacht aan lokale sociale verhoudingen en eist in principe bescherming van kwetsbare natuur. Echter, het verkrijgen van het label is vrij duur voor boseigenaren. Mede om die reden is minder dan 1% van het bosareaal in de USA voorzien van het FSC label en juist uit de USA willen Nuon, Essent en Eon biomassa halen.

2015: het jaar van lage olieprijzen?

Het is al jaren bekend dat de USA streeft naar onafhankelijkheid in de energievoorziening. Daardoor nam de productie van schaliegas en schalieolie hand over hand toe met lage prijzen als gevolg. Toch leek de oliemarkt verrast door de veranderingen in de verhouding tussen vraag en aanbod met een zeer sterke prijsdaling in een relatief korte tijd als gevolg: in luttele maanden tijd is de olieprijs gehalveerd.

Al geruime tijd stond de olieprijs onder druk, maar telkens gebeurde er weer iets waardoor de prijzen nog even hoog bleven: oplaaiende strijd in Libië, spanningen in Oost Europa en onrust in het Midden Oosten, waaronder de snelle opkomst van IS. In september herstelde de olieproductie in Libië terwijl op dat moment de vraag naar olie zwak was. De olieprijs raakte in een glijvlucht met als bestemming de OPEC vergadering van eind november. Die bijeenkomst bleek een anticlimax en de glijvlucht sloeg om naar een duikvlucht. Een duikvlucht overigens die voor Europese olieverbruikers enigszins wordt afgeremd omdat ook de Euro in waarde daalt ten opzichte van de dollar. Uitgedrukt in Euro‟s per barrel valt de daling daardoor lager uit.

De belangrijke vraag is waar de duikvlucht eindigt. Stabiele prijzen ontstaan op een niveau waar partijen bereid en in staat zijn om vraag of aanbod aan de prijs aan te passen. De vraag naar olie is op korte termijn echter nauwelijks afhankelijk van de prijs. Producenten kunnen op zichzelf sneller op prijzen reageren, maar zijn daar meestal pas toe geneigd als de marktprijs (substantieel) beneden de kostprijs daalt. In een kapitaalintensieve sector als olieproductie zijn die kostprijzen echter niet eenvoudig te bepalen en spelen contractuele verplichtingen en overwegingen als behoud van klanten, personeel & kennis een complicerende rol. Algemeen wordt verwacht dat op de korte termijnmarkt Amerikaanse producenten van schalieolie als eerste de handdoek in de ring zullen gooien, maar dat wordt ontmoedigd door het Amerikaanse energiebeleid. Zodende zal de markt waarschijnlijk nog geruime tijd blijven zoeken naar een nieuw, fundamenteel evenwicht. Diverse analisten hebben inmiddels wel hun prijsverwachtingen voor 2015 verlaagd naar niveaus rond de 55 dollar/barrel. Op de lange termijn kunnen de relatief lage prijzen van dit moment leiden tot relatief hoge prijzen. Dat vanwege het op halt zetten van voorgenomen investeringen in nieuwe oliewinning.

Marktprijzen

Nadat de OPEC er eind november niet in slaagde om de olieproductie te beperken, gingen de olieprijzen hard omlaag. Door het (kleine) overschot in productie („supply glut‟ genoemd) zijn de prijzen gedaald naar momenteel zo‟n 50 $/bbl (Brent er net boven, WTI er net onder). Analisten vragen zich hardop af waar het nieuwe evenwicht ligt. Door de lage olieprijzen daalt de inflatie waardoor de Westerse en Chinese economieën kunnen groeien met hogere vraag naar olie als gevolg. Deze lage inflatie en vooral pogingen van Europese en Japanse autoriteiten om deflatie te voorkomen, leiden echter ook tot een sterke dollar waardoor de druk toeneemt om de olieprijs uitgedrukt in dollars per barrel te verlagen.

De lagere olieprijzen wijzen ook de andere energieproducten de weg omlaag. Zo ging steenkool ARA Cal 16 begin december van ongeveer 72 $/ton omlaag naar minder dan 62$/ton. Met lagere olieprijzen is de kans op toename van de inzet van steenkool voorlopig verkeken waardoor de reeds bestaande overproductie ruimte creëerde voor de prijsdaling. Dit levert een extra stimulans op om de kolenproductie in Europa te verminderen. Zo heeft Polen onlangs aangekondigd mijnen te sluiten en een kleine 10% van de mijnwerkers te laten afvloeien. Omdat Europese productie vaak draait op subsidies om de werkgelegenheid te behouden, heeft sluiting van zulke mijnen echter niet of nauwelijks invloed op de prijs van steenkool.

Emissierechten zijn begin januari iets duurder dan begin december. Zodoende lijken de EUA‟s weinig last te hebben van de daling van de olieprijs, maar dat is schijn. Door de aangekondigde versterking van het systeem van verhandelbare emissierechten hadden EUA‟s net de weg omhoog gevonden om rond de Kerst van richting te veranderen.

In de termijnmarkt voor elektriciteit vormden de prijzen een afspiegeling van de prijsontwikkeling in de gasmarkt. Stabiel in de eerste weken van december maar sinds Kerst dalend met een versnelling in die daling in de eerste volle week van januari, net zoals bij gas. De termijnprijs voor cal 16 basislast ligt daardoor beneden 38 EUR/MWh en het Q2-15 contract zelfs beneden 37 EUR/MWh. De spotprijzen tonen een sterke omgekeerde correlatie met de windsterkte: veel wind, relatief lage prijzen. Ten opzichte van Duitsland zijn die schommelingen op de APX echter vrij beperkt. Op de Duitse beurs Phelix was het de afgelopen weken hollen of stilstaan. Mede door de relatief lage vraag vanwege de Kerstperiode, resulteerde harde wind in records voor het aandeel windenergie in de totale productiemix maar dat ging gepaard met lage tot zeer lage en zelfs negatieve prijzen op zulke momenten.

Gasprijzen hebben lang weerstand geboden aan de druk om prijzen te verlagen. De aangekondigde beperkingen in productie van Groningengas en vermindering van export speelden daarbij een rol, naast het feit dat markten voor gas en olie onderling slechts beperkte raakvlakken hebben. Uiteindelijk lijkt het warme weer en de boordevolle gasopslagen (nog bijna 80% van de capaciteit) toch de doorslag te hebben gegeven en is ook gas ruim 10% in waarde gedaald. Om het effect van de laatste dagen, alsmede het effect van het beëindigen van de 2015 notering en introductie van 2018 notering goed te illustreren, wordt onderstaand afzonderlijk ingezoomd op de periode 16 dec – 8 jan. Deze grafiek laat duidelijk zien dat de prijzen voor Cal 16, Cal 17 en Cal 18 vrij dicht bij elkaar liggen.

 

Bron: Ice-Endex


Deel dit