Gazprom Energy nieuwsbrief januari 2017

10 januari 2017

Statoil voert zoektocht naar nieuw gas op

Het Noorse olie- en gasbedrijf Statoil heeft bekend gemaakt in 2017 beduidend meer exploratieboringen te willen uitvoeren dan in 2016. Exploratieboringen zijn bedoeld om de mogelijkheden voor werkelijke productie van olie en/of gas te kunnen vaststellen. In 2016 was Statoil als operator of partner betrokken bij 23 exploratieboringen, maar in 2017 moeten dat er 30 worden. Verbeterde marktomstandigheden is een van de redenen die Statoil noemt voor het vergroten van de inspanningen om nieuwe productiemogelijkheden te ontwikkelen.

Er zal niet alleen worden geboord in gebieden met bewezen reserves, maar ook in grensverleggende gebieden. Exploratieboringen in het gasrijke Noorse deel van de Noordzee zijn bedoeld om de productieve levensduur van de bestaande infrastructuur te verlengen. Nieuwe ontdekkingen op het Noorse deel van het Continentale Plat zijn namelijk nodig om de afnemende gasproductie van bestaande velden te kunnen opvangen. Daarnaast mikt Statoil op de Barentszzee, ten noorden van Noorwegen en Rusland. Daar moeten 5 tot 7 bronnen worden geboord om te onderzoeken wat de mogelijkheden voor productie zijn. In recente jaren zijn daar de belangrijkste nieuwe oliereserves ontdekt.

De geologische onzekerheden van het gebied zijn echter groot, maar Statoil is ook overtuigd van de kansen die het verleggen van de grenzen in de Barentszzee biedt.

Haven van Duisburg stapt in LNG

Duisburg, de grootste binnenhaven ter wereld, gaat infrastructuur ontwikkelen om LNG als transportbrandstof te kunnen inzetten. Het havenbedrijf Duisport heeft een partnerschap opgezet met RWE. Er is al een perceel aangewezen dat gebruikt zal worden voor de constructie van een verplaatsbaar LNG tankstation. In eerste instantie zal LNG worden gebruikt als brandstof voor de havenvoertuigen, zoals, trucks, kranen en trekkers. Deze terminalvoertuigen zijn al voorzien van geteste en goed bevonden LNG voorzieningen.

Verdere mogelijkheden voor de inzet van LNG zijn volgens het havenbedrijf omvangrijk, mede omdat Duisburg als belangrijk knooppunt beschikt over uitstekende verbindingen met weg, water en spoor. Daarnaast biedt ook het Rijn-Ruhr gebied met al zijn industrie en vele inwoners, ideale condities en afnemerspotentieel, aldus de Port of Duisburg.  

Evaluatie SDE+ methodiek: weinig aanleiding voor verandering

In 2011 werd de SDE subsidieregeling voor duurzame energie substantieel veranderd. Met de nieuwe naam SDE+ onderstreepte de regering dat de veranderingen als verbeteringen moesten worden beschouwd. Of dat werkelijk het geval was, moest blijken uit een evaluatie die in 2016 zou worden uitgevoerd. De regering heeft die evaluatie inmiddels door CE Delft en SEO laten uitvoeren. De conclusies zijn voornamelijk positief en de onderzoekers melden slechts een beperkt aantal mogelijkheden voor verdere verbetering.

De SDE werkte in de periode 2008 – 2010 met specifieke budgeten per technologie. Dat had als gevolg had dat sommige potjes snel waren uitgeput terwijl andere potjes geheel of deels onbenut bleven. De SDE+  laat het aan de markt over naar welke technologie de subsidie gaat. Budget wordt namelijk gefaseerd toegewezen in volgorde van de laagste totale kosten per MWh duurzame energie. Toewijzingen vinden alleen plaats als er nog budget beschikbaar is. Relatief dure technologieën hoeven echter niet te wachten tot hun specifieke kostenniveau aan de beurt is. Via de zogenaamde ‘vrije categorie’ kunnen ze proberen door met minder subsidie genoegen te nemen toch kans op subsidie te maken.

De evaluatie laat zien dat de toewijzingsmethodiek van de SDE+ goed werkt. De onderzoekers concluderen ook dat het merendeel van de projecten die SDE+ toegekend kregen, zonder die subsidie niet gerealiseerd zouden worden. Het aandeel ‘free riders’ is dus zeer beperkt. De concurrentieprikkel leidt volgens de onderzoekers daadwerkelijk tot besparing op de uitgegeven subsidie.

De besparing op kosten voor subsidie door het stimuleren van concurrentie heeft wel als gevolg dat relatief veel projecten die een subsidietoezegging krijgen via de vrije categorie, uiteindelijk niet gerealiseerd worden. Bij reguliere aanvragen wordt zo’n 16% van de projecten waaraan subsidie wordt toegekend niet gerealiseerd. Het aandeel niet gerealiseerde projecten in de vrije categorie is met 38% ruim dubbel zo hoog.

De belangrijkste aanbeveling in het rapport is daarom om te proberen om het aandeel niet gerealiseerde projecten terug te dringen, bijvoorbeeld door inschrijfgeld te hanteren of hogere eisen te stellen aan de verplichte haalbaarheidsstudies die subsidieaanvragers in moeten dienen.

Marktprijzen

De olieprijzen bereikten tegen het einde van 2016 het hoogste niveau sinds anderhalf jaar. Na de jaarwisseling trad echter een daling in, met daarna een stijging. Enkele Opec lidstaten zijn uitgezonderd van de afspraak om de productie te beperken. Dat betreft bijvoorbeeld Libië,  een belangrijke olieproducent die juist bezig is de productie flink op te voeren. Saudi Arabië daarentegen lijkt wel serieus werk te willen maken van de afspraak door de productie met 0,5 mln vaten per dag terug te dringen.  Nieuws daarover liet de prijzen met pakweg een halve dollar per barrel stijgen. Eind week 1 kostte WTI een kleine 54 USD/barrel en Brent een kleine 56,50 USD/barrel.

Net als olie bereikte ook de kolenprijzen tegen het jaareinde een piek. Vooral contracten met levering op korte termijn waren relatief prijzig, met ruim 86 USD/ton voor februari 2017 levering. Kalender 2018 levering lag daar met prijzen rond de 70 USD/ton beduidend onder. Net als bij olie gingen de prijzen na de jaarwisseling weer omlaag om op 4 januari weer iets te stijgen.

Ook de prijzen voor emissierechten vertoonden een patroon overeenkomstig met de olieprijzen, zij het dat bij emissierechten de stijging richting het jaareinde al voor de Kerst plaatsvond in plaats van tussen Kerst en Oud en Nieuw. De verklaring daarvoor kwam uit Brussel, waar niet voor het eerst werd gediscussieerd over mogelijkheden om het emissiehandelssysteem te versterken. Na de jaarwisseling daalde de prijzen van ruim 6,50 EUR/ton naar minder dan 5,50 EUR/ton om vervolgens weer iets op te krabbelen.

Elektriciteit steeg naar een hoogtepunt op 30 december om vervolgens weer te dalen. Echter, opmerkelijk aan de elektriciteitsprijzen is dat deze, anders dan bij olie en kolen, niet vanaf 4 januari weer omhoog ging. Elektriciteit zet  de  glijvlucht omlaag voort. Eind week 1 van 2017 lagen de prijzen voor levering basislast in februari tegen de 41,80 EUR/MWh en levering basislast in 2018 beneden de 34,50 EUR/MWh.

De gasprijzen vertoonden in december en begin januari ongeveer hetzelfde verloop als de olie- en kolenprijzen: een piek tegen het jaareinde, gevolgd door een daling en een kleine rebounce. Het prijsverloop wordt weergegeven in de onderstaande grafieken. Hierin is ook te zien dat, zoals gebruikelijk op de laatste handelsdagen van een jaar, Cal 2017 levering niet langer verhandelbaar is en plaats heeft gemaakt voor prijsnoteringen voor levering in 2020.

 

 

Bron: Ice-Endex

Doe jij al mee aan het Gazprom Energy Voetbalspel?

Met het Gazprom Energy voetbalspel maak je iedere maand kans op leuke prijzen! Schrijf je in, ontvang direct jouw unieke stoelnummer voor deze maand en kijk of je prijs hebt. Iedere maand ontvang je een nieuw stoelnummer en maak je kans om te winnen.

 


Deel dit