Gazprom Energy Nieuwsbrief maart 2015

10 maart 2015

Groningengas: bevingen leggen de keerzijde van de gasgebouwmedaille bloot

Gasunie’s & Gasterra’s geboortedocument ‘Nota de Pous’ uit 1962 is een van de meest bestendigde beleidsnota’s gebleken. Kort na de ontdekking van het Groningenveld legde Jan Willem de Pous als minister van EZ vast hoe Nederland het beste om kon gaan met de ontdekte bodemschat. Dat resulteerde in een privaat-publieke samenwerking waarin de neuzen langdurig dezelfde kant op wezen. Alles was er op gericht om verbruikers niet meer dan redelijke gasprijzen te laten betalen en die inkomsten zoveel mogelijk naar de gasproducent te sluizen. Immers, daar bij de gasput, kon de Staat via de concessie¬overeenkomst een veel groter deel van de inkomsten afromen dan via winstbelasting het geval was. 

Een direct gevolg van Nota de Pous was dat zowel de Staat als de gasproducenten belang hadden bij lage productiekosten en hoge inkomsten, zowel op korte als op lange termijn.  De samenwerking kreeg de stempel gasgebouw en zorgde voor pakweg 10% van de totale Staatsinkomsten. In dat bolwerk maakten 8 tot 10 ambtenaren en medewerkers van oliemaatschappijen de dienst uit, zo constateert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV).  De respectievelijke ministers maakten nooit deel uit van dat bolwerk. Het bolwerk was zelfs zo gesloten en zo gefocust op de primaire taken, dat signalen over aardbevingen niet tot de groep doordrongen. Om dat te ondervangen heeft de OVV diverse aanbevelingen geformuleerd die breed worden gesteund door de Tweede Kamer. 

België maakt werk van LNG 

Fluxys heeft een belangrijke stap gezet in de uitbreiding en flexibilisering van de LNG terminal in Zeebrugge. De bouw van de tweede pier vordert gestaag en inmiddels zijn één kleine en vier grote laadarmen geïnstalleerd. De laadarmen zijn niet alleen bedoeld voor het lossen van schepen, maar ook voor het laden. Overslag van schip tot schip behoort ook tot de mogelijkheden. Na voltooiing, kan Zeebrugge schepen bedienen van 2000 m3 tot 266.000 m3. De eerste pier heeft een ondergrens van 7600 m3. De tweede pier draagt zodoende bij aan bevordering van gebruik van LNG als transportbrandstof, de zogenaamde small scale LNG.

De flexibiliteit van Zeebrugge wordt ook door LNG leveranciers gewaardeerd. Zo maakten Fluxys en Yamal LNG bekend dat ze een overslagcontract hebben getekend (1) . Twintig jaar lang kan Yamal LNG voor 50 mln EUR/jaar een overslagcapaciteit van 8 miljoen ton LNG/jaar benutten (2) . ’s Winters wil Yamal LNG met ijsbrekers/LNG schepen op Zeebrugge varen, alwaar Fluxys zorgt voor overslag op conventionele LNG schepen voor doorlevering naar markten in Azië en de Stille Oceaan.  Yamal LNG streeft er naar om in 2017 LNG te kunnen produceren. Om de overslagdiensten aan te bieden, moet Fluxys een vijfde opslagtank en bijkomende procesinstallaties bouwen.

1. Ter vermijding van misverstanden, april 2014 werd reeds een samenwerkingsovereenkomst getekend maar het betreffende persbericht hield nog de nodige slagen om de arm. Yamal is een schiereiland aan de noordkant van Siberië waar zich grote gasvoorraden bevinden.
2. 8 mln ton LNG = 10,4 mrd Nm3; Uitgedrukt in de Nederlandse standaard van 35,17 MJ/m3 betreft het een overslag capaciteit van pakweg 12 miljard Nm3 (35,17); Dat is net zo veel als momenteel in Zeebrugge wordt overgeslagen. Yamal LNG mikt op jaarlijkse productie van zo’n 16 mln ton LNG.

TenneT wil stroom kunnen dumpen

TenneT bereidt het inkopen van ‘omgekeerd noodvermogen’ voor. Noodvermogen wordt ingezet om verstoringen in het elektriciteitsnet op te vangen in geval de reguliere middelen zoals regelvermogen en reservevermogen niet volstaan. Aanbieders van noodvermogen ontvangen een vaste capaciteitsvergoeding. Als TenneT van noodvermogen gebruik maakt, betaalt TenneT de onbalansprijs van dat moment voor de elektriciteit die de aangeslotene in het net achterlaat en zodoende dus aan TenneT ‘verkoopt’. Het gebruik van noodvermogen neemt toe (3) , van 19 keer in 2013 naar 27 keer in 2014. Daarbij blijft het niet. Naast behoefte om elektriciteit ‘vrij te maken’ neemt bij TenneT ook de behoefte toe om elektriciteit te kunnen dumpen.

Net als bij regulier noodvermogen wil TenneT ook voor het zogenaamde omgekeerd noodvermogen de bijbehorende onbalansprijzen gaan gebruiken. De contractpartners moeten deze prijs betalen voor de ‘ingekochte’ dumpstroom. Daartoe bereiden de gezamenlijke netbeheerders een codewijziging voor. Die onbalansprijzen kunnen voor de aanbieders van omgekeerd noodvermogen zeer aantrekkelijk zijn, omdat onbalansprijzen van min 200 tot min 400 EUR/MWh geen uitzonderingen zijn (4). Inkopen voor negatieve prijzen betekent geld toe bij afname van elektriciteit.

3. Traditioneel leveren gascentrales de meeste flexibiliteit. Omdat gascentrales minder draaien is ook minder flexibiliteit beschikbaar. Daarnaast zijn in 2014 (en 2015) de grote nieuwe kolencentrales in de opstartfase aangeland. Dat betekent opstarten en stroom produceren totdat een alarmbel gaat en snel wordt afgeschakeld voor onderzoek. Dat onvoorspelbare stilleggen van grote centrales kan plots tekorten veroorzaken die TenneT slechts met noodvermogen kan opgevangen. Dinsdag 3 maart 2015 deed zich dat zelfs twee keer op een dag voor.
4. In 2014 bedroeg de onbalansprijs in de goedkoopste 416 uren gemiddeld min 77,82 EUR/MWh.

Energieakkoord: minder wind en meer energie-efficiency?

 

In 2014 was windenergie de belangrijkste binnenlandse bron van duurzame energie. De elektriciteits¬productie uit wind lag in 2014 zo’n 8 procent hoger dan in 2013. Mede vanwege het aflopen van MEP subsidies was de productie uit biomassa 16 procent lager. Als het aan de ondertekenaars van het Energieakkoord ligt, dan wordt het record uit 2014 snel en fors verbeterd. Windenergie op land moet in 2020 ten opzichte van 2013 zowat verdrievoudigen tot 6000 MW en op zee moet er 3450 MW bij. Die plannen roepen echter in toenemende mate verzet op. 

De combinatie van het verzet tegen windturbines en de noodzaak minder gas uit het Groningenveld te halen, zorgt voorzichtig aan voor toenemende aandacht voor energie-efficiency. De meest duurzame energie is namelijk de energie die helemaal niet wordt gebruikt. Dat leidt vooralsnog niet tot een herziening van het beleid, maar maakt zo’n herziening op termijn wel steeds waarschijnlijker. De kans op herziening neemt toe als in Europees verband het lange termijn klimaatbeleid meer gericht wordt op de reductie van CO2 en minder op het aandeel duurzame energie. Ook de breed gevoelde noodzaak tot versterking van het Emissiehandelssysteem wijst in die richting. 

Marktprijzen

Gedreven door vraag naar olie fluctueerde de marktprijzen voor de Europese ruwe olie Brent voor levering in april tussen de 54 $/bbl aan het begin van februari naar prijzen tussen de 60 en 61 $/bbl begin maart. De Amerikaanse ruwe olie WTI bleef bij die schommelingen steeds meer achter, omdat voor deze olie de aandacht vooral uitging naar het aanbod dat ruim is, mede door stakingen in Amerikaanse raffinaderijen. De spread tussen beide producten liep daardoor op. Pas begin maart sloeg dat enigszins om.
Het beperkte herstel van de olieprijzen ten opzichte van het dal begin 2015 wordt mede veroorzaakt doordat het aantal actieve productieplatforms in de US is sterk is afgenomen en nieuwe investeringen worden uitgesteld. Voor Brent geldt daarbij het positieve sentiment over de economische groei, die naar verwachting de vraag naar olie stuwt. Of de prijzen vanaf nu stabiel rond de 60$/bbl gaan schommelen, valt echter nog te bezien.
De kolenprijzen fluctueerden in februari globaal op dezelfde wijze als de Brent olieprijzen en eindigden begin maart tussen de 62 en 63 $/ton, zijnde enkele $/ton hoger dan aan het begin van de maand februari.
CO2 prijzen bereikten op 23 februari een piek om vervolgens relatief diep te vallen. Hoopvolle uitspraken in Brussel over te verwachten instemming met het optuigen van een markt stabilisatie reserve keerde de neerwaartse trend waardoor prijzen weer iets boven de 7 EUR/ton uitstegen.
Elektriciteit termijncontracten waren de eerste twee weken van februari speelbal van de discussie over gaswinning in Groningen. Nadat het kabinet de productiebeperking bekend maakte, stegen de termijnprijzen sterk. Vervolgens bleven de prijzen de rest van de maand licht schommelen rond het niveau dat inmiddels 10% hoger lag dan aan het begin van de maand. Ook dat patroon kwam goed overeen met de prijsschommelingen op de gasmarkt.
Aan het begin van de maand volgende elektriciteit en gas termijncontracten elkaar op de voet.
Ook de spotprijs voor gas reageerde sterk op de kabinetsbeslissing om de productie uit het Groningenveld te beperken. De gasprijzen ondervonden ook een sterke invloed van de spanningen in de Oekraïne en dan vooral van de hernieuwde onzekerheid over doorvoer van Russisch gas naar de EU.

Bron: Ice-Endex