Opknipverbod voor netaansluitingen zonneparken

20 februari 2020

De tariefoverzichten van netbeheerders laten zien dat de kosten voor nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnet behoorlijk oplopen, zodra de benodigde capaciteit hoger is dan 2 MVA. Het kan maar zo gebeuren dat een 4 MVA aansluiting acht keer duurder uitvalt dan een 2 MVA aansluiting. Afhankelijk van de omstandigheden, is het daardoor voor projectontwikkelaars financieel aantrekkelijk om zonneparken juridisch in meerdere delen op te knippen. Vervolgens vraagt dan elke juridische entiteit om een eigen, relatief kleine, aansluiting. Dat in plaats van één grote aansluiting voor het hele park. Zo krijgt bijvoorbeeld een 110 MW zonnepark, maar liefst 54 relatief kleine aansluitingen.

Bij zo’n opknipconstructie moeten netbeheerders meer relatief kleine aansluitingen maken op het plaatselijke distributienet daar, dat meestal niet voor bedoeld is. Zij hebben ook een andere keus, namelijk op eigen kosten een nieuw hoogspanningsstation plaatsen nabij het zonnepark. Die eigen kosten worden vervolgens in de tarieven voor alle netgebruikers opgenomen. Met andere woorden, de zonnepark-ontwikkelaars schuiven kosten af op het collectief van elektriciteitsverbruikers. Nieuw is dat fenomeen niet, want jaren geleden was ook het opknippen van windparken gebruikelijk. Dat ‘lek’ is in de Elektriciteitswet gedicht en de Tweede Kamer wil dat lek nu ook voor zonneparken dichten.


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….