Warmtebedrijf Rotterdam: stoppen is geen falen

21 september 2020

Geld uitgeven om te voorkomen dat reeds uitgegeven geld verloren gaat, is economisch gezien onverstandig. De enige vraag die beslissers zouden moeten beantwoorden is of de nieuwe investering voldoende rendement oplevert. Zo niet, dan dreigt ook de nieuwe investering in een bodemloze put te verdwijnen. Het Rotterdamse Warmtebedrijf is daar een goed voorbeeld van, concludeert de Raadscommissie die het financiële debacle nauwgezet heeft onderzocht. Het Warmtebedrijf begon in 2005 als een relatief kleinschalig project waar de gemeente Rotterdam maximaal 16 miljoen euro in zou stoppen. Al snel bleek dat niet haalbaar. In plaats van pas op de plaats te maken, werd telkens weer besloten extra geld in het project te stoppen. In 2019 was dat opgelopen tot minimaal 171 miljoen euro. Minimaal, want de gemeente verwacht nog schadeclaims van partijen die gedupeerd zijn omdat contractuele verplichtingen niet zijn nagekomen.

De Commissie constateert dat de gemeente fout op fout heeft gestapeld en risico’s accepteerde die marktpartijen niet wilden dragen. Dat kon mede gebeuren omdat de gemeente enerzijds intensief bij het project was betrokken terwijl anderzijds, vanwege de gekozen rechtsvorm, de gemeente weinig grip had op de gang van zaken bij het Warmtebedrijf. Om herhaling van dit soort problemen te voorkomen bevat het rapport tal van aanbevelingen, waaronder: stoppen is geen falen. Het onderzoeksrapport wordt met het college besproken tijdens de raadsvergadering van 1 oktober.


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….