Warmtewet 2.0: nog hogere vaste kosten voor stadsverwarming?

24 december 2019

In het  tarievenbesluit warmteleveranciers 2020 dalen de kosten voor de afgenomen warmte, maar daar staat tegenover dat de vaste lasten stijgen. Die vaste kosten voor een aansluiting op stadsverwarming zijn sinds 2016 al zo’n 70% gestegen en het einde van die stijging is nog niet in zicht. In het kader van de energietransitie wil minister Wiebes namelijk de Warmtewet herzien. De huidige Warmtewet koppelt warmtetarieven aan de kosten van verwarmen met aardgas. Dat systeem stamt uit de vorige eeuw toen afnemers van aardgas geen vrije leverancierskeuze hadden. Nu ze die keuze wel hebben, is er niet langer sprake van een uniforme gasprijs. De toezichthouder moet dus een keuze maken aan welke gasprijzen het warmtetarief moet worden gekoppeld en dat leidt tot veel kritiek. Ook voor de warmteleveranciers zitten er veel haken en ogen aan het huidige zogenaamde “niet meer dan anders” prijsprincipe. De kosten die leveranciers maken bestaan namelijk vooral uit kapitaalslasten voor het transportnet, oftewel, hoge vaste kosten.

In de Kamerbrief over Warmtewet 2.0 noemt Wiebes de koppeling aan gasprijs ‘niet langer houdbaar’. Tevens moet de Warmtewet 2.0 bijdragen aan een positief investeringsklimaat. Daarom wil Wiebes naar een systeem van gereguleerde tarieven op basis van kosten en die kosten zijn voor een groot deel vast. Daarmee is niet gezegd dat stadsverwarming voor de afnemers duurder wordt, maar wel dat forse verschuivingen kunnen optreden. Hoe die verschuivingen uitpakken hangt niet alleen af van het jaarverbruik, maar ook van de aard en ouderdom van het betreffende warmtenet en de warmtebron of -bronnen waarmee het net wordt gevoed.


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….